Voetbal Marokko

‘De verhalen van vroeger die kloppen allang niet meer’

Bilal Amarzagoui. Foto: Guus Dubbelman / de Volkskrant

Een loopbaan als voetbalprof in Marokko wordt steeds aantrekkelijker voor Marokkaans-Nederlandse spelers. Alles is er. Wifi. Nederlandse tv. En passie voor het spel.

Voetballers met een Marokkaanse achtergrond, opgegroeid en opgeleid in Nederland, gaan in toenemende mate het avontuur aan in de Marokkaanse profcompetitie, de Botola Pro. Dit seizoen ging het om acht voetballers en één coach. Ter vergelijking: in de eredivisie spelen 34 voetballers met een Marokkaanse achtergrond. Coaches met een Marokkaanse achtergrond kent de eredivisie niet.

De Marokkogangers speelden in het Nederlandse amateurvoetbal, of bij een subtopper in de eredivisie. Twee van hen – de Amsterdammer Fahd Aktaou en de Dordte­naar Ilias Haddad – spelen inmiddels voor Marokkaanse topclubs als Wydad Athletic Club Casablanca en FAR Rabat. Drie spelen voor degradatiekandidaat CR Al Hoceima, uit het noord-oostelijke Rifgebied, waar een groot deel van de Marokkaanse Nederlanders hun wortels hebben liggen. De overigen spelen voor middenmoters als Moghreb Tétouan en Ittihad Tanger.

Uitkomen voor Marokko op het WK in Rusland zit er voor dit achttal niet in. Die eer is waarschijnlijk wel weggelegd voor vijf andere Marokkaans-Nederlandse voetballers. De bondscoach van Marokko, de Fransman Hervé Renard, maakte donderdag zijn selectie bekend. Karim El Ahmadi en Sofyan Amrabat (Feyenoord) zijn opgenomen in de voorselectie. Ook Ajacied Hakim Ziyech, M’bark Boussafa (Al Jazira) en Nordin Amrabat (Leganés) behoren tot de 23 opgeroepen spelers. Ajacied Noussair Mazraoui is reserve.

Rijk worden voetballers niet in Marokko. Het gemiddelde maandsalaris ligt er rond de 1.000 euro. De uitzonderlijk begaafde spelers verdienen 10.000 euro of meer per maand. Toch voetballen de meeste Marokkaanse Nederlanders met plezier in Marokko. Tactisch loopt de competitie achter op het voetbalniveau in Nederland, vertellen ze, maar de voetballiefde is er intens en alomtegenwoordig. Er wordt geïnvesteerd in stadions, jeugdopleidingen en trainers. Er is zon, zee, en je begeeft je er tussen ‘je eigen mensen in je eigen land’.

Maandag wordt de 30ste en laatste speelronde gevoetbald in de Botola Pro. De landskampioen is bekend: Ittihad Tanger, uit de noordelijke havenstad Tanger, dat vorige week zaterdag aan een 2-1 winst op Moghreb Tétouan genoeg had om zich voor het eerst kampioen van Marokko te mogen noemen. Op de bank bij de landskampioen zat Amine Ennali, een 21-jarige Marokkaanse Nederlander die na omzwervingen langs Vitesse en Lazio Roma zijn geluk beproeft in Marokko.

Bij Moghreb Tétouan moest de 25-jarige Amsterdammer Bilal Amarzagouio genoegen nemen met een rol als reserve. Hij speelde in 2016 nog bij amateurclub Sparta Nijkerk, toen hij het aanbod van zijn leven kreeg: semiprofvoetballer in Marokko worden.

Bilal Amarzagouio (25)

Rechtsback bij de Marokkaanse club Moghreb Tétouan

Geboren in Amsterdam

Speelde hiervoor bij Sparta Nijkerk

Bilal Amarzagoui. Foto : Guus Dubbelman / de Volkskrant

‘De verhalen van vroeger, over hoe slecht het voetbal in Marokko georganiseerd is, die kloppen allang niet meer. De betalingen worden voldaan, de contracten zijn goed, en het leven hier is geweldig. Als het aan mij ligt, blijf ik hier nog heel lang wonen. Echt, aan Nederland mis ik niets, behalve mijn familie in Amsterdam.

‘Mijn club Moghreb Tétouan heeft voor mij en mijn vrouw een leuke, ruime woning geregeld in Tétouan, de stad waar mijn wortels liggen. We hebben hier alles. Wifi. Nederlandse tv. Mijn vrouw doet aan thuisstudie. Na mijn trainingen doen we vaak leuke dingen buiten de deur, of we gaan bankhangen en tv-series kijken. Ik trek veel op met een andere Marokkaans-Nederlandse medespeler, Aziz Khalouta. Het is fijn om iemand in het team te hebben met wie je lekker Nederlands kunt praten.

‘Ik ben eigenlijk per toeval profvoetballer geworden. Ik was vroeger ook niet zo heel getalenteerd. Ik speelde altijd in de lagere elftallen van amateurclubs. Op een gegeven moment ben ik ermee gekapt en ben ik gaan kickboksen. Dat deed ik twee jaar, totdat mijn broer mij een keer vroeg mee te doen aan een voetbaltoernooitje. Bleek ik als verdediger toch een aardig potje te kunnen ballen. Zo ben ik in het eerste elftal van FC Boshuizen uit Leiden beland. Daarna speelde ik bij Magreb ’90 uit Utrecht en Sparta Nijkerk – allemaal topamateurclubs. In 2016 werd ik via-via getipt bij CR Al Hoceima.

‘Ik was er niet direct over uit of ik het avontuur in Marokko moest aangaan. Ik stond op het punt om te trouwen, deed een opleiding tot maatschappelijk medewerker. Eigenlijk was ik al bezig met een leven na het voetbal. Maar mijn vrouw – destijds mijn verloofde – zei: probeer het gewoon, je bent nog jong. Ik heb toen een tijdje bij CR Al Hoceima gespeeld, maar daar viel ik na een trainerswissel buiten de boot.

‘Sinds een paar maanden speel ik voor Moghreb Tétouan. Helaas gaat het sportief ook bij Moghreb Tétouan niet zo goed. Ook hier viel ik weer buiten de boot na een trainerswissel. Veel gespeeld heb ik dus nog niet, maar zo gaat dat soms in voetbal, je hebt geen zekerheden. Ik heb het met mijn vrouw over deze situatie gehad. Het is moeilijk. De clubs staan niet per se voor mij in de rij. Maar ik ga mijn best doen om hier te slagen. Ik voel mij absoluut niet te goed om stage te lopen bij een club, als dat moet. Ik wil echt in Marokko blijven. Ik hoef er niet rijk van te worden, als ik maar een contract kan krijgen waar ik van kan leven.

‘Voetbal hier is zoals het hoort. Het zit diep. Als wij verliezen, wagen wij ons ook niet op straat, want dan krijg je het direct te horen. Een tijdje terug stonden wij met Moghreb Tétouan op een hopeloze positie, tot boosheid van veel supporters. Maar daarna maakten we een abnormale inhaalrace. De supporters werden gek. Sindsdien heerst er een onbeschrijfelijke sfeer bij onze thuiswedstrijden. Echt zo intens.

‘Het technisch talent van voetballers hier is ongelofelijk. De dingen die sommige jongens op trainingen laten zien, dat kom je niet tegen in Nederland. Alleen jammer dat ze tactisch achterlopen. Maar ik snap het wel. De meest getalenteerde jongens willen zo snel mogelijk naar het rijke buitenland. Met veel individuele acties proberen ze zichzelf in de kijker te spelen. De huidige trainer van Moghreb Tétouan probeert meer Europees te spelen. Niet te veel pingelen, meer samenspelen. We halen sindsdien ook meer punten. Eigenlijk zou je de spelers van hier moeten mixen met de verdedigende houthakkers uit Nederland – dan zou je de ideale spelers krijgen.

‘De jongens hier plagen mij en Aziz Khalouta wel eens. Dan zeggen ze: jullie Nederlanders zijn zo slecht dat jullie in Marokko moeten voetballen. Waarop wij antwoorden: zonder Nederlandse voetballers had Marokko nooit het WK gehaald. Het is mooi om te zien dat de jongens uit Nederland zulke dragende spelers zijn. Ze zijn ontzettend geliefd hier. Vooral Ziyech. Ze stralen saamhorigheid uit. Dat zie je in de filmpjes die ze in de voetbalkleedkamer maken, op de foto’s die ze op Instagram delen. Ze hebben als eenheid Marokko naar het WK geloodst. Ik ben echt trots op deze jongens.’

Simon Ouaali (51)

Trainer bij de Marokkaanse club CR Al Hoceima

Hoofdtrainer geweest bij verschillende topamateurclubs uit Nederland: SV Argon, Sparta Nijkerk, FC Chabab, HFC Haarlem, Magreb ’90, VVZ ’49.

Rinus Michels Award voor de beste amateurtrainer van Nederland (2014)

Simon Ouaali Foto -

‘Je moet niet denken dat je in het Marokkaanse voetbal automatisch aansluiting vindt omdat je een Marokkaans-Nederlandse achtergrond hebt. Dat is absoluut niet zo. Je moet helemaal opnieuw beginnen. Dat gold ook voor mij. Ik kwam in een heel ander sportmilieu terecht. Mensen zijn hier emotioneler, gauw op de teentjes getrapt. Wij uit Nederland zijn directer. We zeggen het gewoon als we kritiek hebben. Dat kan tot botsingen leiden. Daarom: als je in Marokko wilt komen spelen, dan moet je zeker sterk in je schoenen staan en aan de mentaliteit wennen.

‘Tien jaar oud was ik, toen ik met mijn familie van Marokko naar Nederland emigreerde. Ik groeide op in Diemen. Altijd gevoetbald, samen met mijn broertje Said. We zaten zelfs bij elkaar in het eerste elftal van Diemen. Daarna speelde Said bij de amateurs van Ajax en FC Haarlem. Ik ben nog uitgekomen voor diverse amateurclubs. We zijn een echte voetbalfamilie. Said is inmiddels hoofd jeugdopleidingen bij Ajax. Ik ben als trainer verder gegaan. In 2014 won ik de Rinus Michels Award voor de beste amateurtrainer van Nederland. Sinds drie jaar werk ik af en aan voor CR Al Hoceima. Eerst als hoofd jeugdopleidingen, op het moment als interim-coach van het eerste elftal.

‘We staan voor een lastige opgave met CR Al Hoceima. Degradatie dreigt. Onze laatste wedstrijd is maandag tegen de nieuwe landskampioen, Ittihad Tanger. Misschien is het in ons voordeel dat zij het kampioenschap binnen hebben. We hebben maar één punt nodig. Maar daarvoor moeten we wel de juiste instelling hebben op de wedstrijddag. Het probleem is dat men iets minder bezig is met het teamresultaat. De individuele prestaties tellen zwaarder. Voetballers hebben ook een korter lontje. Het ligt altijd aan de ander. Terwijl je zelfkritiek nodig hebt om beter te kunnen presteren.

‘Ik heb als speler en als trainer de Nederlandse voetbalschool doorlopen. Dan leer je veel praten en analyseren om tot de kern van een probleem te komen. Ik probeer alle zwakheden zo snel mogelijk bloot te leggen. In Marokko liggen die zwakheden vooral bij het denken in het teambelang. Daarom heb ik drie Marokkaans-Nederlandse jongens naar CR Al Hoceima gehaald. De jongens van hier zijn fantastisch aan de bal, maar de jongens uit Nederland kunnen ook het nodige zonder een bal – zij kunnen de discipline in het team bewaken, ze lopen veel, en ze nemen kritiek op hun spel niet persoonlijk. Ze zijn voor mij een verlengstuk op het veld. Zij zorgen ervoor dat de rest van het team niet alle kanten op gaat rennen en vliegen.

‘Je moet het wel durven om hier te komen te werken. Marokko is een land in voetbalontwikkeling. Maar daar staan veel mooie dingen tegenover. Het voetbal wordt intens beleefd, zeker nu Marokko na twintig jaar weer eens meedoet aan een WK. Ondertussen wordt er erg veel geïnvesteerd in de jeugdopleidingen.

‘Er is behoefte aan tactische scholing. Daarom ben ik ook naar Marokko gekomen. Ik hoop dat ik met mijn expertise een bijdrage kan leveren aan het Marokkaanse voetbal. Een van mijn doelen is om meer plaatselijke jongens in het eerste team van CR Al Hoceima te krijgen. Op het moment heb ik naast jongens uit Nederland ook spelers uit Frankrijk, Spanje en Algerije. Maar we kunnen niet elk jaar jongens uit het buitenland kopen. CR Al Hoceima moet in de toekomst uit acht plaatselijke spelers bestaan, die hier de jeugdopleiding hebben doorlopen.

‘Marokkaans-Nederlandse talenten hebben in de gaten dat Marokko in de lift zit. Daarom kiezen zij niet meer automatisch voor Oranje, maar gaan ze steeds vaker voor het Marokkaanse elftal. Dat is deels een gevoelskwestie – ze voelen zich erg Marokkaans. Maar het heeft ook te maken met de stappen die Marokko maakt. De voetbalbond hier professionaliseert, ze hebben hun zaken goed geregeld.

‘Het is wel grappig dat juist Marokkaans-Nederlandse voetballers het Marokkaanse voetbal naar een hoger plan tillen. Ik loop al een tijdje mee in het Nederlandse voetbal en heb vaak genoeg gezien hoe het juist Marokkaans-Nederlandse voetballers aan discipline ontbrak om verder te komen. Ik heb jongens gekend die eredivisiewaardig waren, maar die het niet hebben gered omdat ze snel naast hun schoenen gingen lopen. Ze hadden een mentaliteitsprobleem, konden niet tegen kritiek – precies het probleem dat ik ook hier tegenkom.

‘Maar inmiddels zie ik veel positieve ontwikkelingen. Vroeger waren de Surinaamse jongens de sterren van het Nederlandse voetbal, nu zijn de Marokkaanse jongens dat. We zijn er nog niet, maar er zit verbetering in.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.