'Dakar in Zuid-Amerika is niet meer dan een leuke toertocht'

Vader en zoon reden mét en tegen elkaar in de Dakar-rally. Gerard droomt van een nieuwe triomf in Afrika, Jan is gestopt....

Het was moeilijk om ‘Dakar’ te mijden, zegt de onlangs gestopte rallyrijder Jan de Rooy. Economische motieven speelden een grote rol. Hoe kon de familie haar grootste hobby in stand houden als het vanwege de crisis 250 banen moest schrappen? ‘Het klopt gevoelsmatig niet om mee te doen aan de rally als er mensen uit moeten’, zegt Gerard de Rooy, die zijn vader opvolgde als directeur van het gelijknamige transportbedrijf in Son en Breugel.

De 66-jarige Jan de Rooy heeft ook geen affiniteit met de Amaury Sport Organisation (ASO), de organisator van de naar Argentinië verplaatste woestijnrace. ‘In 2006 werden we ten onrechte naar huis gestuurd vanwege een technisch mankement aan de auto. Twee jaar later werd de race op het laatste moment afgeblazen, omdat de veiligheid van de coureurs niet kon worden gegarandeerd. Leuk dat de Hollanders nu naar Argentinië gaan. Maar voor mij is Parijs-Dakar een race door Afrika en niet door Zuid-Amerika.’

Zoon Gerard (29) accepteerde de uitleg van de organisatie, maar begrijpt de onvrede van zijn vader. ‘Mauretanië was onveilig, maar dat wist de ASO al langer. Waarom dan pas zo laat een besluit nemen? Er waren bovendien voldoende alternatieven. We hadden een groot stuk door Marokko kunnen rijden, desnoods had de rally een paar dagen korter geduurd.’

Jan: ‘Het heeft ook onze sponsors handenvol geld gekost. Iedereen was al naar Lissabon gegaan voor vertrek naar Afrika. Vlak voor de start kregen we te horen dat het niet doorging. Sindsdien ben ik klaar met de ASO.’

Gerard: ‘Stoppen was de gemakkelijkste weg. Er zijn inderdaad mensen vermoord in Mauretanië. Eerder werden al inwoners gegijzeld tijdens de rally en auto’s beschoten. Toch wilde de regering van Mauretanië dat we gingen rijden. Ze trommelen daar zo drieduizend militairen op om als escorte te dienen.

‘Dat land kon die bron van inkomsten eigenlijk niet missen. Juist dankzij de rally werden de levensomstandigheden in Mauretanië drastisch verbeterd en kwam er medische hulp. Gelukkig is de kans groot dat de rally in 2011 weer terugkeert naar Afrika.’

Gerard de Rooy reed vorig jaar in een vrachtwagen door Argentinië. ‘De plaatjes waren prachtig’, zegt hij, op kantoor in Brabant. ‘Maar de organisatie liet veel steken vallen. Als je puur voor de lol meedeed, merkte je niets.

‘Maar wie zoals ik voor de wedstrijd kwam, ervoer dat vele zaken niet geregeld waren. Op de gekste momenten werden etappes afgelast. We raakten totaal uit ons ritme. Bovendien deden maar vijf vrachtwagens mee, het was slechts een leuke toertocht.’

Jan de Rooy geldt als de aartsvader van de truckers in Parijs-Dakar, die hij in 1982 en ’86 won. ‘L’Ours (De Beer), zoals hij in Dakar werd genoemd, was in de jaren tachtig het gezicht van DAF. ‘Ik ben in 1982 begonnen, toen Dakar nog drie weken duurde’, zegt Jan de Rooy. ‘Ik vond de rally toen veel mooier, er zijn nu te veel regels die de vrijheid van de coureur beperken.’

In 1988 trok DAF zich terug uit de rallysport na het ongeluk met de tweede vrachtauto uit de karavaan van De Rooy, waarbij navigator Kees van Loevezijn om het leven kwam. ‘Er waren in tien jaar tijd al twintig rijders verongelukt’, zegt Gerard de Rooy. ‘Je kent de risico’s’, erkent vader Jan. ‘Toch ga je er onbewust vanuit dat het jou niet kan overkomen.

‘De kater was dan ook enorm na de dood van Van Loevezijn. Ik heb het er nog steeds moeilijk mee. Dat litteken blijft zichtbaar. We waren een hechte club. Hij behoorde tot de familie, zo voelde dat. Ik heb me daarna gericht op de ontwikkeling van ons bedrijf.’

Gerard de Rooy reed eveneens rally’s en haalde zijn vader in 2002 over om terug te keren naar ‘de zandbak’ in Afrika. ‘We hadden allebei een excuus nodig om weer te gaan, we verscholen ons achter elkaar.’

Jan: ‘Gerard reed rally’s zonder dat ik het wist. Ik zei: of je gaat de zaak in of je wordt een echte rallyrijder. Dat heeft nog een tijdje gesudderd tot we besloten samen Parijs-Dakar te doen.’

Gerard: ‘Het was geen verboden boek. Maar dit was het beste alternatief. We hebben samen gereden en in aparte auto’s. Tegen elkaar? Nee, ook dan was het: wij tegen de rest.’

Wat maakte Jan de Rooy tot een bijzondere rallyrijder? Gerard, lachend: ‘Uithoudingsvermogen, want conditie heeft hij net zo weinig als ik. Het zit toch tussen je oren. Er worden ook psychologische spelletjes gespeeld in Dakar, daar moet je tegen kunnen. We hebben een totaal verschillende rijstijl. Ik ga heel zacht een bocht in en kom er hard uit, bij mijn vader is het precies andersom. Wat is wijsheid?’

Jan: ‘Ik vind wel dat Gerard de laatste jaren een beetje roekeloos is geweest. Hij heeft de nodige ongelukken gehad. Ik hoop dat hij zijn verstand gaat gebruiken. Ik kan hem niet helpen. Hij zal het zelf moeten doen. Ervaring is de enige leerschool.’

Gerard: ‘Ik ben over de kop gegaan en heb mijn rug gebroken. Werd er een sneetje gemaakt van twintig centimeter om de ruggenwervels met schroeven bij elkaar te houden. Die gaan er in de zomer allemaal uit.’

Hij wijst op zijn korset dat tegen de muur staat. ‘Die hoef ik binnenkort niet meer aan en dan kan ik weer rallyrijden. Of mijn vader gelijk had? Ik weet nog niet hoe het gebeurd is.’

Jan: ‘In de afgelopen zes jaar ben je wel drie keer op je kant of over de kop gegaan. In de rally draait alles om concentratie. Als je die een paar minuten verliest, gaat het fout.’

Gerard: ‘De omstandigheden waaronder mijn vader reed in de jaren tachtig zijn niet meer te vergelijken met die van nu. Hij heeft in zijn vrachtwagen nog een Peugeot, de topfavoriet bij de auto’s, ingehaald. Dat kan niet meer. Het gat met de fabrieksteams is ook veel groter. De Russen hebben 110 man in dienst, wij werken in Argentinië met vijf monteurs.’

Jan: ‘Toch kunnen we Parijs-Dakar nog een keer winnen.’ Gerard: ‘Ik stop niet voor het me een keer gelukt is.’ En lachend: ‘Om mijn vader te evenaren zal ik nog 35 jaar achter het stuur moeten zitten.’

Vader en zoon reden dit najaar nog dwars door Rusland via Kazachstan naar Turkmenistan. Het was de laatste rally van Jan de Rooy. ‘Mijn tijd is geweest, ik ga niet meer mee. Ik ken mezelf te goed. Anders stap ik toch weer in die vrachtwagen. Ik moet me tegen mezelf beschermen.’

Gerard reist nu als teammanager van de Fransman Adua, die in de truck van De Rooy rijdt, door Argentinië: ‘Ik heb er vrede mee. Ik kan niet rijden, mijn rug moet nog genezen.’

Jan: ‘Een ander in jouw auto zien rijden? Het is mijn kindje, zo zie ik dat. Die geef je toch niet aan een ander? Je had beter thuis kunnen blijven.’

Gerard: ‘Dan hadden onze monteurs straks geen werk gehad.’ Jan: ‘Nee, ik bedoel jou. Jij zit je straks op te vreten in Argentinië.’

Gerard: ‘Ik zal je bellen als het zo is.’ Jan, hoofdschuddend: ‘Ik ken mijn zoon veel te goed. Het zal hem zwaar vallen om alleen toeschouwer te zijn in Argentinië.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.