StadsgidsReykjavik

Schrijver en violist Laura Broekhuysen tipt de beste plekken in het compacte Reykjavik

Beeld Luis Mendo

Waar moet je wezen? Wat moet je zien? Schrijver en violist Laura Broekhuysen gidst ons buiten de gebaande paden in de stad waar ze sinds vijfenhalf jaar vlakbij woont.

Schrijver en violist Laura Broekhuysen (36) woont sinds 2014 op IJsland, aan een fjord. Ze schreef erover in haar boeken Winter-IJsland en Flessenpost uit Reykjavik. Over de stilte, paarlemoeren wolken, de geur van vis, haar tuin van hobbelig mos en integreren in de IJslandse samenleving. Ze woont er met haar man en twee kinderen. Laura: ‘Reykjavik is ongelooflijk compact: alles manifesteert zich op die paar vierkante kilometer. Iedereen kent elkaar of is (minder) verre familie van elkaar. Alles krijgt daardoor iets aandoenlijks, iets gemoedelijks. Een officiële setting lijkt al snel op doen alsof: burgemeestertje spelen, universiteitje spelen. Volgens mijn IJslandse man is de winter het enige echte hier. Met een zachte winter doe je IJslanders geen plezier. Dan staan ze als getrainde reddingshonden in de startblokken om te doen waarop ze zijn afgericht: sneeuw scheppen, problemen uit de weg ruimen, sturen tegen de wind in. Dan hoor ik overal: wat is dit? Waar blijft de sneeuw?’

De bomen van de begraafplaats

Laura Broekhuysen: ‘Vooral ’s winters kom ik graag in Reykjavik. Dan is het felgekleurde ijzeren beslag van de huizen in de binnenstad een verademing. Ook is er kans op zon, terwijl die in de fjord een groot deel van de winter achter een berg zit. ’s Zomers ben ik er graag voor de bomen. In de fjord groeit zo weinig dat elke tak mijn aandacht naar zich toe zuigt. De best begroeide plek is Hólavallagarður, de begraafplaats, waar bomen regelrecht uit de graven steken. In IJsland vinden op begraafplaatsen familiereünies plaats en komen mensen samen om te eten en te zingen. Het leek mij een geschikte plek om mijn kinderen kennis te laten maken met de dood en iets te vertellen over de kringloop der dingen. Ze vatten het erg letterlijk op, weken later kreeg ik nog vragen als: mag je je kleren aanhouden als je doodgaat of komt er dan een boom met een broek aan?’

Hólavallagarður, Suðurgata, 101

Binnentuin

‘Ik schrijf het liefst thuis, maar soms maakt het gebrek aan afleiding me ongedurig en zoek ik een schrijfplek in het centrum, zoals de door muren omringde binnentuin van het parlementsgebouw, de meest beschutte plek van Reykjavik. In de lente schrijf ik daar (met wanten aan), om zon te vangen. Het is de eerste plek waar sneeuwklokjes uit de grond komen. Het meest geruststellende van Reykjavik vind ik de beierende klokken. Ik denk dat dat komt omdat ik in de torenstad Zutphen ben opgegroeid. Een tikkende klok jaagt op, maar klokken in torens relativeren die haast. In de binnentuin heb ik zicht op de klokkentoren van het Domkerkje.’

Alþingishúsið, Kirkjutorg

Wafels met rabarberjam

‘Als de binnentuin te koud is, schrijf ik graag in Mokka Kaffi, een bruincafé in het centrum. Op de muur zijn de permanente schaduwen te zien van de stamgasten, waarop de middagzon zoveel heeft geschenen dat het behang eromheen verkleurd is. Tussendoor luister ik naar de gesprekken, wat goed is voor mijn IJslands. Ook steek ik daar heel andere dingen op over de IJslandse maatschappij dan op het schoolplein van mijn kinderen. Mokka Kaffi heeft heerlijke koffie en wafels met rabarberjam en slagroom.’

Mokka Kaffi, Skólavörðustígur 3A

Beeld Luis Mendo

Wraps en ongeëvenaarde pesto

‘Omdat IJsland zo dunbevolkt is, lijken maatschappelijke veranderingen sneller concreet en effectief gemaakt te kunnen worden. De maatschappij is zo jong, zo klein – met twee vergaderingen wordt een koers gewijzigd. Dat geldt ook voor het minderen met vlees. Toen mijn man op zijn 17de besloot vegetariër te worden, was dat hier heel ongewoon. Nu, twintig jaar later, eten veel IJslanders veganistisch en zijn in het centrum legio betaalbare, vegetarische eetgelegenheden, zoals Gló, met zijn wraps, rauwkost en ongeëvenaarde pesto waarvan niemand precies weet wat erin zit.’

Gló, Laugavegur 20b

Gouden Cirkel

The Golden Circle, rond Reykjavik, wordt niet voor niets zo genoemd. Het is een tocht van enkele uren, die langs de waterval Gullfoss voert, via spuitende geisers, een flinke lap niemandsland en Þingvellir, de plek waar het eerste parlement in de openlucht bij elkaar kwam. Een mooie dwarsdoorsnede van het eiland.’

Vuurtoren, gletsjer

‘Wat ik een van de fijnste dingen aan Reykjavik vind, is dat het aan drie kanten omgeven wordt door water. Je loopt gemakkelijk naar Grótta, het strand bij de vuurtoren. Toch doen mensen dat weinig. Op heldere dagen kun je aan de overkant de gletsjer Snæfellsjökull zien liggen, waar de IJslandse schrijver Haldór Laxness zijn Aan de voet van de gletsjer liet afspelen. ’s Winters is dat ook een prima locatie om noorderlichten te zien. Neem de stadsbus of wandel er gewoon naar toe, in plaats van een toeristische bustocht naar Hvalfjörður te boeken.’

Blue Lagoon

‘Ook in Reykjavik wordt het toerisme steeds bepalender voor het straatbeeld. Overal lopen groepen met een gids en de kleine buurtzwembaden kunnen vaak niet meer worden bezocht door buurtbewoners, omdat ze uitpuilen van toeristen. Beter kun je als toerist de Blue Lagoon bezoeken, even buiten Reykjavik. Dat is een enorme bron met geothermisch water, waarboven dikke stoom hangt. Je start eruit met een glibberig laagje mineralen op je vel. Als ik één dag zou hebben op IJsland, dan zou dat mijn bestemming zijn.’

Blue Lagoon, Nordurljosavegur 9, 240 Grindavík

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden