Aardse paradijzenBhutan

Bhutan: het gelukkigste land op aarde

Beeld Daniel Rosenthal

Het boeddhistische koninkrijk Bhutan is niet rijk, maar bezit wel een hoog Bruto Nationaal Geluk. Olaf Tempelman ging kijken of het aardse paradijs in de Himalaya echt bestaat.

Op de eenbaanshoofdweg die het oosten met het westen van Bhutan verbindt, loopt al maanden een jonge monnik met eelt op de knieën. Hij legt van zonsopgang tot zonsondergang een paar kilometer af. Na elke drie stappen drukt hij zijn bovenlichaam op het wegdek, langs een ravijn waarover gebedsvlaggen zijn gespannen. Over een jaar bereikt hij, misschien, zijn eindbestemming, een tempel boven de wolken ergens in de oostelijke Himalaya.

'Een miljoen buigingen zijn als één buiging, voorbij in een seconde', zegt de nomadische monnik. Zijn glimlach is zo gelukzalig als je verwacht in een land dat het gelukkigste ter wereld wordt genoemd.

Bhutan heeft het patent op de term Bruto Nationaal Geluk, vier decennia terug gemunt als alternatief voor het Bruto Nationaal Product. Dit boeddhistische koninkrijk, in de Himalaya ingeklemd tussen India en China, was destijds nog een plek zonder asfalt, elektriciteit, radio, televisie, telefoonverkeer, luchtverkeer, geldverkeer of autoverkeer.

Beeld Daniël Rosenthal

Een luchthaven heeft Bhutan tegenwoordig wel, in de gedaante van een groot woonhuis met kozijnen van donker dennenhout. Het grootste deel van de dag hoor je daar slechts krekels. De wereld die zich achter de luchthaven ontvouwt, lijkt gestold in de tijd. Boerinnen staan met sikkels in de rijstvelden. Daken kleuren rood van de pepers die er op drogen. Kloosters torenen uit boven de wolken die door de valleien drijven.

Dit is een paradijs op aarde, geloven steeds meer westerlingen. Hier ligt een ander pad naar het geluk dan het onze. Als economische prestaties niet tellen, prijkt Bhutan hoog in de mondiale geluksindexen. Maar weinig buitenlanders hebben dit geluk bezichtigd. Bhutan was lang van de buitenwereld afgesloten. Toeristen worden nu mondjesmaat toegelaten, tegen een hoog dagtarief en onder begeleiding.

Wees op je hoede in aardse paradijzen waar je niet vrij mag reizen. Harry Mulisch werd op Cuba vertroeteld door schoonheden van het propagandadepartement. Westerse vrienden van Albanië lieten hun lange haar afknippen voor toertochten langs hoogtepunten van een 24-karaats-communisme. Een dictatuur zie je, voel je en ruik je. Bhutan is het niet, besef ik vrij snel. Bijna nergens zijn hier uniformen. Er is amper politie. De boeren en de monniken die op ons afkomen, lijken in alles spontaan. Ze lachen hier ook in het openbaar, doorgaans geen kenmerk van repressieve samenlevingen. Boeddha's Hof van Eden? Het gemotoriseerde vervoer op de hoofdweg maakt daar geen deel van uit. Met de claxon banen chauffeurs zich een weg tussen runderen met wie ze deze verkeersader moeten delen. Je hebt eerder een hoop auto's dan een wegennet - het is een wet van jonge consumptiemaatschappijen en Bhutan lijkt geen uitzondering daarop. De nomadische monnik zet zijn weg onverstoorbaar voort.

Beeld Daniël Rosenthal

Tijger van de begeerte

Onze gids heet Tenzin Choda. Hij is een kleine, magere dertiger, gehuld in een gho, een soort kimono die bij het middel wordt opgetrokken. Als propagandagids zou hij ongeschikt zijn. Tenzin peinst veel over het onbestendige en tijdelijke van alles, en over de hindernissen die hij ondervindt op het door Boeddha bewandelde pad naar de verlichting. Zo zijn daar de mooie kamermeisjes van de toeristenhotels bij wie Tenzin geliefd is, en de bars waar het lokale gedistilleerde goed, ara, wordt geschonken. Al onze verlangens zijn illusoir, weet Tenzin, 'maar het is niet eenvoudig van de zwarte wolk van de begeerte een witte te maken'.

Op muren van kloosters en tempels in heel Bhutan is de Boeddha geschilderd met een tijger aan een halsband. Dat is geen huisdier: het is de Tijger van de Begeerte die door de Boeddha van het Mededogen met de Ketting van de Wijsheid wordt bedwongen.

Tenzin Choda is de derde zoon uit een boerengezin van elf. In de tijd dat hij werd geboren, ergens in de winter van 1973-1974, had je in Bhutan nog geen geboorteregisters. In zijn paspoort staat net als bij veel andere Bhutanezen de datum 1 januari. In zijn jeugd waren er nog geen verharde wegen. Honderden kilometers legde je te voet af. 's Winters trok de familie met de runderen naar het laagland. Tenzins school begon eerder dan de kudde kon terugkeren. Hij liep dan drie dagen en nachten alleen naar huis door dicht woud.

Beeld Daniël Rosenthal

Zijn kennis van dieren en planten dateert uit die tijd. Overal plukt hij voor ons walnoten, lychees en mango's. In de rijstvelden maakt hij diepe keelgeluiden om zwijnen, vossen en apen op afstand te houden. Zulke kennis is in Bhutan onontbeerlijk: dit paradijs is er ook voor dieren, die hier niet mogen worden gedood. Zwerfhonden bezit Bhutan minstens zo veel als gebedsvlaggen. En op de eenbaansweg zorgen lome koeien en yaks ervoor dat niemand harder rijdt dan 30.

Als jongen zag Tenzin wegwerkers uit India deze route uit de rotsen houwen. 'Ik begon te beven! Die Indiase mannen waren zo donker. Ik dacht dat ze van een andere planeet kwamen.' Slechts vier onverharde wegen verbonden Bhutan in die tijd met India, en met de rest van de wereld.

Cannabis groeit in Bhutan overal in het wild. Tenzin rookte dat op zijn 14de met kwajongens uit zijn dorp. Zijn vader besloot toen dat deze avontuurlijke zoon niet geschikt was voor een bestaan als monnik, en evenmin als boer. Andere levenspaden waren er niet voor jonge mannen - tót de vierde koning besloot Bhutan beperkt open te stellen voor bewonderaars van ver weg.Tenzin werd naar de hoofdstad gestuurd en leerde snel Engels en Frans.

Gelukspelgrims

'Visiting this place will bring you peace and spiritual health.' Het staat op een billboard halverwege de drie uur durende voettocht naar Bhutans beroemdste klooster, het Taktshang, het Tijgersnest, op 3.120 meter hoogte tegen een steil rotsmassief aangedrukt. Op het glibberige pad omhoog lopen westerlingen, op zoek naar 'iets'. Naar wat? Peace and spiritual health? Bhutans toeristenbranche lijkt het profiel van de westerse bezoekers kundig in kaart te hebben gebracht: hoogopgeleid, welgesteld, spiritueel zoekend, met een warm plekje in het hart voor het boeddhisme en een gemiddelde leeftijd van boven de 50.

Amerikaanse en Europese senioren klauteren hijgend omhoog door een woud met enorme Himalaya-ceders, behangen met slierten mos die druipen van de nevel. Er klinken gebedsbellen, aangedreven door watervalletjes. Vanaf een hoogte van 2.800 meter worden achter de mist de contouren van het klooster zichtbaar. Met het afnemen van de zuurstof in de lucht groeit de extase op de gezichten van de toeristen. Gross National Happiness! Het prijkt in sierletters op het T-shirt van een naar adem happende Californische vrouw met roodaangelopen hoofd, die halverwege de tocht heeft moeten afhaken, ondanks hulp van een paardje. Haar humeur heeft daar niet onder geleden. Met een brede grijns wijst zij naar haar shirt: 'They got it!'

Op drieduizend meter hoogte breekt de zon door de nevel. Het Tijgersnest ligt op spectaculaire wijze tegen de rotsen. Wow. Amazing. I feel like flying. This is paradise. Amerikanen staren naar lijnen vol gebedsvlaggen die tot diep in het ravijn tussen de rotsen zijn gespannen. 's Avonds rusten de gelukspelgrims uit in luxehotels in idyllische landschappen. Wij overtuigen Tenzin dat we dit toeristenparadijs graag verruilen voor dat van de Bhutanezen zelf, al moeten we op de grond slapen.

Boer Karma Pintso

Zijn ze bruto gelukkiger? Ik kijk naar de familie van boer Karma Pintso, in lotushouding op een vloer van dennenhout. Met de handen verorberen ouders en kinderen rijst en rode pepers uit houten kommen. Vliegen cirkelen boven het eten en blijven soms hangen in de wilgentakken aan het plafond. De lucht is hier bijna tropisch. Door een raam zonder glas steekt blad van een bananenboompje. Karma Pintso is zichtbaar vermoeid van een doorwaakte nacht in het veld. Hier in de Punakhavallei, de laagste van Bhutan, moet je in de oogsttijd de hele nacht apen van je land jagen.

Dit huis van hout en leem heeft drie kamertjes, twee worden bewoond, de derde is de huistempel. We zagen het liggen vanaf de weg, vroegen Tenzin te stoppen en mochten meteen mee-eten. Karma Pintso verontschuldigt zich voor de vleesloze maaltijd. Wij vinden rode pepers met koriander heerlijk, en drinken de thee met yakboter gewoon op. Ik informeer naar het geluksniveau van de familie op de vloer. De boer lacht mij hartelijk doch niet geheel begrijpend toe. Maar natuurlijk zijn wij gelukkig, meneer. Waar worden jullie gelukkig van? 'De Boeddha', 'de voorouders', 'de natuur', 'de dieren', weet Tenzin na wat uitleg aan de gezinsleden te ontfutselen. Karma Pintso grijnst: 'Ik denk nooit over geluk, want ik ben altijd bezig in het veld.'

Zijn ze gelukkiger? 's Avonds zijn we in de Bumthangvallei, tweeduizend meter hoger, te gast bij de familie van boer Tashi Thering. Vier generaties zitten in lotushouding rond een houtfornuis dat de broodnodige warmte uitstraalt. Qua temperatuur zijn we van Italië naar Noorwegen gereisd. De mensen zijn dezelfde. Grootmoeder is lenig en draait tijdens het eten met een gebedsmolen. De dochters serveren rijst met pepers en wat rundvlees. De koe is, horen we, een natuurlijke dood gestorven. In de tuin brandt een rookoffer van jeneverbestakken.

De mannen nemen royaal in uit een fles ara. Tenzin geeft met een rode peper ter hoogte van zijn onderbuik een imitatie ten beste van lama Drukpa Kinley alias de 'heilige dwaas'. Deze viriele lama is in Bhutan een populaire volksheilige. Zo'n vijfhonderd jaar geleden schijnt hij zijn geslacht volop te hebben ingezet voor spirituele doeleinden. Op bijna alle huizen in Bhutan zijn fallussen geschilderd, die hier ook Donderslagen van Brandende Wijsheid heten.

Geluksklassement

Zijn ze gelukkiger? Van de term Bruto Nationaal Geluk hebben de boeren nog nooit gehoord. Mij valt op hoeveel overeenkomsten ze vertonen met Oost-Europese dorpelingen die ik door de jaren heen heb ontmoet - hartelijke mensen, eenvoudige mensen, mensen wier leven zich net als dat van hun voorouders voltrekt volgens de riten van de seizoenen. Als Tashi Thering, glas ara in de hand, zijn arm om mijn schouder slaat, waan ik mij duizenden kilometers westelijker. Voor de handmatige oogst bestaat in Bhutan het synoniem 'de Bhutanese machine', hetzelfde apparaat komt voor als 'Roemeense machine'. Maak van de ara pruimenjenever, van de tempel een kerk en van de boeddhistische motieven van het houtsnijwerk christelijke en je bent in een Oost-Europees dorp op tweeduizend meter hoogte.

Toch voert Bhutan geluksklassementen aan waarin Bulgarije, Roemenië of Moldavië onderaan bungelen. Wat is anders? Een verschil is misschien dat je in Bhutans dorpsgemeenschappen geen duidelijke winnaars en verliezers hebt - mensen hebben ongeveer even- veel of, wellicht correcter, even weinig. In Oost-Europa werden boeren in rap tempo minder gelukkig toen buren auto's bemachtigden en overburen de poepdoos in de tuin afbraken en een badkamer aanlegden.

Beeld Daniël Rosenthal

Modernisering

Nog een verschil: in Bhutan ontbreekt in de meeste huizen televisie. Dit land begon pas in 1999 met tv, als laatste ter wereld. Modernisering met behoud van tradities en cultuur, is het credo. 'Goede dingen' van de moderne tijd probeer je binnen te halen. Zo zijn daar onderwijs, mondhygiëne en de wereldtaal Engels. Hoog in de Bumthangvallei horen we 6-jarigen in een houten schoolgebouw oefenen op zinnen als Cut short your temptations, Don't eat junk food en Clean the environment. Voor iedere leerling heeft de school een tandenborstel. Als de zon op is, zien we 96 kinderen poetsen bij een pomp.

'Slechte dingen' van de moderne tijd proberen ze hier te weren: liever geen vervuiling, criminaliteit, reclamebillboards die de begeerte aanwakkeren en massatoerisme dat tradities aantast. Maar kan dat, een gekuiste versie van de moderne tijd binnenhalen?

In de Bumthangvallei staan borden met de slogan Nature is the source of all happiness. Er ligt vaak plastic afval onder. Sinds een decennium is er op het land een tekort aan mankracht. Jongeren die hun school afmaken, willen niet meer met het kapmes het veld in, zij willen een 'moderner' leven in de hoofdstad.

Zo ging het al op veel plekken in de wereld. Maar opvallend is dat Tenzin, een Bhutanees die in de hoofdstad woont en met buitenlanders omgaat, geen superioriteitsgevoel aan de dag legt ten opzichte van analfabete boeren die hun vallei nooit zijn uitgeweest. Bij Oost-Europeanen in zijn positie is dat vaak anders. Als rond acht uur 's avonds de duisternis invalt, valt Tenzin tussen de familie bij het houtfornuis in slaap.

Mijn matje wordt onder bulderend gelach in de huistempel gelegd. Dat heb ik te danken aan Tenzin, die bij de ara heeft uitgelegd wat mijn achternaam betekent. Om half zes in de ochtend verschijnt de lenige grootmoeder in de tempel. Ze steekt wierookstokken en boterkaarsen aan voor een met bladgoud overtrokken Boeddhabeeld, en maakt daarna ten minste vijftig diepe kniebuigingen, ogenschijnlijk zonder inspanning.

Klooster

Bruto geluk laat zich lastiger ontleden dan bruto inkomen. Maar bijna alle bewonderaars van Bhutan geloven dat er een relatie bestaat tussen het bng en het grote aantal monniken. Tot op de dag van vandaag sturen de meeste families ten minste één zoon naar het klooster.

In 1979 was ik 9 en kreeg ik een boek dat door Unicef was uitgegeven ter ere van het Internationale Jaar van Kind. Het mooiste hoofdstuk ging over een 9-jarige leerlingmonnik uit Bhutan. Slechts een paar keer per jaar zag hij zijn ouders. Op de foto's prijkten jongens in saffraankleurige pijen met geschoren hoofden die soetra's bestudeerden op een soort grote bankbiljetten. Ruim dertig jaar later zie ik dat straatbeeld in het echt: in dit land wemelt het van monniken van 4 tot 100 jaar.

De leerlingmonnik uit het boek moet nu 42 zijn. Dat is net zo oud als Tenzins oudste broer Karma Leki, kenpo (abt) van een hooggelegen klooster in de Bumthangvallei, Tharpaling op 3.700 meter. De dag begint hier met het slaan op een gong, steeds opnieuw, tot de laatste klanken in de vallei zijn weggestorven. De gebedsvlaggen die het klooster omringen, grenzen aan een dik wolkendek. Dat het boeddhisme rijk is aan metaforen met wolken, heeft te maken met zijn Himalayaanse biotoop. Kloosters torenen uit boven het wolkendek, als een getrainde geest boven zijn verlangens. Een onthecht mens beweegt zich door het leven als slingers wolken door een vallei. En wolken kunnen zwaar worden van regen en begeerte uitdoven.

Monnik Karma Leki

Karma Leki begroet broer Tenzin Choda op dezelfde wijze als hij ons begroet, vriendelijk maar afstandelijk, noem het onthecht. Deze broers zijn niet samen opgegroeid: al op zijn 4de ging Karma Leki van huis. De monnik is bepaald anders dan de toeristengids, hij is geen piekeraar, hij is vlot en opgeruimd. De broers hebben wel dezelfde ringtoon op hun telefoon, merk ik als de mobiel van de monnik opklinkt van onder zijn pij.

Om vijf uur in de ochtend staat Karma Leki op om te mediteren. Om acht uur neemt hij plaats op een verhoging in de kloostertempel. De muren zijn bontgekleurd van de Boeddha's in vele incarnaties, zoete wierook dwarrelt rond de oranje lampionnen aan het plafond. Vijf uur achter elkaar geeft Karma Leki college. Twintig monniken tussen de 15 en 25 jaar zitten in lotushouding op de grond. Vijf uur lang kijkt niemand op.

Worden jongemannen op vierduizend meter hoogte nooit gekweld door hormonen? Van Tenzin mag ik dat gerust aan zijn broer vragen. Het antwoord van Karma Leki gaat vergezeld van een kort schaterlachje, het soort lachje dat de Dalai Lama op internationale optredens ten beste geeft bij een typische buitenlandersvraag. Alles draait om training van de geest, meneer. Voor begeerte bestaan tegenkrachten die je leert toepassen, in het begin gaat het moeizaam, na verloop van tijd vanzelf, zoals ook een schoenmaker niet meer bij elke handeling hoeft na te denken.

Kleine wijze

Sinds kort proeft Karma Leki wel een beetje van het vaderschap. Een jaar geleden arriveerde een Bhutanese moeder bij de poort van het Tharpalingklooster. In haar draagzak zat haar 5-jarige zoontje Tenzin Chogyel die, zo wil het verhaal, zijn ouders had verteld een reïncarnatie te zijn van een wijze die in de 15de eeuw in Tharpaling had gemediteerd. Zijn ouders verklaarden nooit van Tharpaling te hebben gehoord.

Dat wil er bij mij allemaal niet in. Maar het is duidelijk dat het jongetje het hier in de ijle lucht erg naar zijn zin heeft. Karma Leki neemt hem vaak op schoot. Tussen het bestuderen van soetra's bekogelt de reïncarnatie hem met allerhande subtropische vruchten. Ook in een kleine wijze schuilt een kleine deugniet. Karma Leki zegt het zo: 'Ook al zijn die jongetjes reïncarnaties, je moet ze goed in de gaten houden als ze klein zijn.'

's Avonds dartelt de wijze rond de vuren die de monniken stoken. Rook stijgt op naar de rotsen en de sterren. Met de mobiele telefoon van Karma Leki belt het jongetje met zijn moeder. Van veraf horen wij haar geëmotioneerde stem door de hoorn schallen. Zoonlief is rustiger, noem het onthecht. 'Ga nu maar slapen, dag mama!' Daarna gooit hij de telefoon richting Karma Leki. Het jongetje mag ook blazen in meterslange koperen Tibetaanse hoorns, maar hij krijgt er nog geen geluid uit.

De klanken van die hoorns zijn diep en donker en gaan door merg en been, horen we op de vloer van de tempel lager in het dorp. De monniken blazen de hoorns tegelijk aan om, zoals Karma Leki het formuleert, 'het karma van de wereld te zuiveren'. De intensiteit van deze klanken vermag gedachtenstromen vol verlangens te onderbreken, zo niet overal ter wereld, dan in elk geval hier op de vloer.

Overleven deze klanken de modernisering van Bhutan? Karma Leki lacht zijn schaterlachje. Haha! Die hoorns klinken hier al eeuwen, de claxons op de hoofdweg nog geen tien jaar.

Een paar dagen later voelen we ons tussen de toeterende jeeps en de runderen op de hoofdweg teruggeworpen in de gewone wereld. Tót we de nomadische monnik weer passeren. Hij is enkele kilometers gevorderd en buigt weer naar de grond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden