Craig Taborn in 2012.
Craig Taborn in 2012. © OhWeh via Wikimedia

Virtuoos Taborn serveert krankzinnige potpourri aan stijlen en stemmingen

Concertrecensie (jazz) - Craig Taborn

Toetsenist Craig Taborn speelde fabuleus in het Bimhuis. Hij voerde zijn kwartet mee langs de meest idiote melodische en harmonische wendingen. Improvisatie leidde tot soms adembenemende passages.

De Amerikaanse toetsenist Craig Taborn (47) is geen man van grote gebaren, en een ego heeft hij evenmin. Misschien dat het daarom betrekkelijk lang duurde voordat hij wereldwijd erkenning kreeg als even virtuoze als vernieuwende factor binnen de hedendaagse jazz.

Craig Taborn
Jazz
Bimhuis, Amsterdam, 19 oktober.

Taborn speelde in zo'n twintig bands en is te horen op meer dan tachtig albums - van anderen. Zijn discografie onder eigen naam is beperkt: slechts een half dozijn titels. Maar dat zijn wel uitzonderlijk goede platen, die Taborn de laatste jaren voor het Duitse label ECM heeft opgenomen. Zijn eerder dit jaar verschenen Daylight Ghosts kon overal rekenen op veel lof. Het kwartet waarmee hij die plaat opnam, vergezelde hem donderdagavond in een uitverkocht Amsterdams Bimhuis.

Daar treedt hij dit jaar drie keer onder eigen naam op. In januari speelde hij solo en in december komt hij met een ander trio nog een keer terug.

Donderdag begon Taborn eigenlijk waar het album Daylight Ghosts stopt. Phantom Ratio besluit met een voorzichtige elektronische beat. In het Bimhuis pakte Taborn de draad op door heel voorzichtig zijn Farfisa-orgel te beroeren. Hij kreeg bijval van bassist Chris Lightcap waarna tenorsaxofonist Chris Speed en drummer Dave King zich meldden. Taborn was inmiddels al naar de vleugel geswitcht die hij regelmatig als een soort percussie-instrument zou inzetten. Niet zelden hamerde hij met de ene hand langdurig op dezelfde toets, om met zijn andere hand wat losse noten als herfstblaadjes uit de boom te laten dwarrelen.

Goed luisterend en elkaar de ruimte gunnend leidde improvisatie tot soms adembenemende passages

En dan maar zien waar ze terechtkomen en hoe ze door de band worden opgepikt. Meestal met een grote grijns. Want drummer Dave King (van The Bad Plus, die duidelijk wat fans naar de zaal had getrokken) kon er wel om lachen, enige ritmische ondersteuning van de pianist. Taborn speelde dan ook fabuleus. Hij voerde zijn kwartet mee langs de meest idiote melodische en harmonische wendingen. Composities van Daylight Ghosts kwamen slechts in flarden terug gedurende de lange improvisaties die nooit uitmondden in gesoleer. Improviseren deden de heren meestal samen. Goed luisterend en elkaar de ruimte gunnend leidde dit tot soms adembenemende passages.

Taborn wisselde zijn soms uitbundige spel af met even voorzichtige, minimale passages om dan doodleuk even te verrassen met een techno-beat. Heel kort, maar net lang genoeg om je te realiseren wat voor een krankzinnige potpourri aan stijlen en stemmingen er in een kleine vijf kwartier voorbij zijn geraasd.