Van Oers bewijst met Turing dat het leven geen schaakspel is
© Menno van der Meulen

Van Oers bewijst met Turing dat het leven geen schaakspel is

Theaterrecensie

Lowie van Oers brengt de dichter en de denker in Turing prachtig samen. In een simpel decor met grijze vloer en gele ophaalbrug, maakt Van Oers inzichtelijk wat 'inzicht' is.

Wat is de overeenkomst tussen Sneeuwwitje en de Britse wiskundige Alan Turing (kraker van de Enigma-code, uitvinder van de Turingmachine en hoofdpersoon in de film The Imitation Game, met Benedict Cumberbatch)? Ze beten allebei in een vergiftigde appel. Vermoedelijk. Turing stierf (zelfmoord?), Sneeuwwitje niet.

Turing.
Door: Lowie van Oers/Generale Oost. 17/3, Theater Kikker, Utrecht. Nog te zien: 8 en 9/4 (Amsterdam), 15, 16 en 17/4 (Rotterdam), 20/4 (Den Haag) en 11 t/m 14/5 (Arhem).

Waarom hebben ze haar niet begraven; iedereen dacht toch dat ze dood was? Deze en andere prikkelende vragen mixt acteur Lowie van Oers (28) in zijn fraaie monoloog Turing met elegante stellingen uit de wiskunde en paradoxen uit de logica. Ook de binaire scheiding tussen 'zijn of niet zijn' (Hamlet), 0 en 1 (de basis van machinale beslissingen) en waar en niet waar (de leugenaarsparadox) vervlecht hij naadloos met Turings biografie én die van hemzelf.

Van Oers is een mooie slimme jongen die een kleuterklas oversloeg, de landelijke jeugdschaaktop haalde en één jaar cum laude wis- en natuurkunde studeerde. Toch wilde hij niet slechts de denker in hem voeden, maar ook de dichter. Hij volgde de Arnhemse toneelschool en speelde in voorstellingen van Keesen&Co, het NNT en Theatergroep Suburbia. Nu, in deze zelfgeschreven monoloog, geregisseerd door Suze Milius, brengt hij dichter en denker prachtig samen.

Van Oers is een mooie slimme jongen die een kleuterklas oversloeg, de landelijke jeugdschaaktop haalde en één jaar cum laude wis- en natuurkunde studeerde

In een simpel decor met grijze vloer en (later) gele ophaalbrug, maakt hij (ingesnoerd in een tuigje) inzichtelijk wat 'inzicht' is: 'niet het moment waarop je denkt dat alles op zijn plek valt, maar het moment dat je beseft dat alles altijd al op de juiste plek stond maar dat je het nu pas ziet'. Hij koppelt de Onvolledigheidsstellingen van de wiskundige Kurt Gödel (even tragisch geëindigd als Turing) aan levensvragen, computertalen en robotdenken.

Van Oers bewijst dat het leven geen schaakspel is - in dat laatste valt met brute rekenkracht elke winnende zet te vinden. Het bestaan is daarvoor te paradoxaal. Dat bewezen Gödel en Turing en Van Oers doorgrondt dat. Zijn publiek nu ook.