©

Uitvoerige zeer leesbare biografie over onderschatte schrijfster Clare Lennart

Boek (non-fictie) - Voor 't gewone leven ongeschikt

De jonge Cees Nooteboom vond het sensitieve proza van Clare Lennart prachtig, vertelde hij eens in een interview. Later begreep hij dat die 'onschuldige' voorkeur in de ogen van generatiegenoten een beetje belachelijk was. Het was vrouwenproza, dat las een getalenteerde jongen niet.

Ik las haar boeken toen ik puber was, ze stonden op de boekenplank van mijn moeder. Dromerige, maar levensechte vertellingen met titels als Stad met rose huizen en De ogen van Roosje. Heel goed te doen, die boeken, al was het geen Wolkers. Voor zo'n stokoud iemand was die schrijfster best grappig, en ze schreef nog over seks ook.

Het waren geen winkeldochters, de boeken van Clare Lennart (1899-1972). In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werden ze goed verkocht, veel gelezen en goed besproken. Ze publiceerde in kranten en tijdschriften, recenseerde en vertaalde. Ze schreef twee keer het Boekenweekgeschenk, in 1949 en in 1955. Clare Lennart, die eigenlijk Clara Klaver heette, schreef geen pulp. Ze hoorde wel degelijk tot de literatuur. Maar meteen na haar dood kukelde ze eruit. Tot de canon zou ze nooit behoren.

Voor ’t gewone leven ongeschikt - Een biografie van Clare Lennart

Non-fictie, Petra Teunissen, In Orde Tekst & Advies; 648 pagina’s; € 24,95; te bestellen via info@clarelennart.nl

Het was een lot van veel schrijfsters van haar generatie, zoals Emmy van Lokhorst, Henriëtte van Eyk en Carry van Bruggen. Ze konden goed schrijven, waren slim en scherp, maar ja, het bleven vrouwen, dus in de eredivisie deden ze niet mee. Dat zou pas veranderen voor een enkeling uit de generatie daarna: Hella S. Haasse, Annie M.G. Schmidt, Vasalis, Judith Herzberg.

De biografie die Petra Teunissen schreef over Clare Lennart, waarop ze onlangs promoveerde, is alleen al het lezen waard omdat ze de subtiele mechanismes van uitsluiting en de gevechtenop de literaire apenrots zo goed analyseert. De hoon van de twee kritische halfgoden, Ter Braak en Du Perron, hun afkeer van vrouwen die 'met een haakpen romans breien', klonk tot ver na de Tweede Wereldoorlog door.

Teunissen laat ook zien dat Lennart zelf bijdroeg aan de onderschatting van haar werk. Ze deed haar werk af als 'verhaaltjes', om den brode geschreven. Ze klampte zich vast aan haar minnaar en idool, criticus Frans Coenen, tot wiens 'harem' ze behoorde. Hij hielp haar aan uitgevers en tijdschriften en besprak jubelend haar boeken. Daar stond wel een kleine wederdienst tegenover: Coenen hield van rauwe seks, waarbij hij haar flink ranselde. Zij verdroeg alles, in ruil voor zijn aandacht. Intussen was ze een geëmancipeerde, kinderloze, financieel zelfstandige vrouw die zich ogenschijnlijk van niemand iets aantrok. Het wordt met betrokkenheid én distantie beschreven in deze uitvoerige, zeer leesbare biografie.