Striptease van een ziel
© -
Charlotte
David Foenkinos

Charlotte

Fictie

Striptease van een ziel

David Foenkinos haalt het leven van Charlotte Salomon uit de schaduw van haar dood in Auschwitz

In een roman als een prozagedicht haalt David Foenkinos het leven van de begaafde Joodse schilderes Charlotte Salomon uit de schaduw van haar dood in Auschwitz. Door Désanne van Brederode

Korte, afgemeten zinnen. Elke zin een nieuwe regel. Het geeft de indruk een schoolboek in handen te hebben. Of een opsommerig, kaal prozagedicht. Geen vertoon van eruditie, geen nadrukkelijk literaire sfeerbeschrijvingen en al helemaal geen dieptepsychologische duidingen; alsof het onderwerp van de roman, de Duits-Joodse kunstenares Charlotte Salomon, (1917-1943), pas opnieuw tot leven kan komen in een sfeer van aan naïviteit grenzende puurheid.

Zelfmoord

In zijn nu in het Nederlands vertaalde roman Charlotte laat de Franse auteur David Foenkinos (40) haar levensverhaal beginnen bij de zelfmoord van de tante die ze nooit heeft gekend, en naar wie ze is vernoemd. De schets van de depressie van deze 'eerste' Charlotte, die op jonge leeftijd midden in de nacht van een Berlijnse brug afspringt, is al meteen raak.

Dramatiek ontbreekt. Zakelijk stelt hij vast dat Franziska, het zusje van de gestorvene, zich maar ternauwernood staande weet te houden in de zeer regelmatig terugkerende buien van imploderende wanhoop. Hij beschrijft hoe ze in de Eerste Wereldoorlog als verpleegster aan het front werkt, verliefd wordt op een arts, trouwt, zwanger raakt en haar dochter Charlotte baart. Alles in dezelfde, donkere toonsoort. Een omkering van het bekende schrijfdevies show, don't tell.

Voor Foenkinos telt het vertellen méér dan het tonen, om begrijpelijke redenen. Charlotte heeft het zelf namelijk al allemaal getoond, in haar duizenden gouaches, ze heeft fictie van haar eigen leven gemaakt, een rollenspel, een opera, een ode aan kleur en stemmingen. De bewonderaar die haar werkelijk een eerbetoon wil brengen, mag niet de verdenking op zich laden van een postume krachtmeting.

Wanneer Foenkinos de zelfdoding van Franziska beschrijft, laat hij vloeken en verzuchtingen achterwege, terwijl hij natuurlijk weet hoe groot de schok voor Charlotte zal zijn wanneer ze pas jaren later leert hoeveel familieleden al door zelfmoord om het leven kwamen, en moet vernemen dat ook haar eigen moeder... Je beseft meteen dat een erfelijke aanleg tot suïcide ook rondwaart in de wat stuurse, soms driftige Charlotte, maar pas vele bladzijden later ontdek je, samen met haar, welk spook ze met haar werk misschien bezweert.

Nazisme

Foenkinos ziet wat de opkomst van het nazisme met het gezin doet, met stiefmoeder Paula, een gevierd operazangeres, met de vader die in een werkkamp wordt afgebeuld - met Joodse kunstenaars en musici in dezelfde kringen, met de toch al zo gebutste grootouders van Charlotte. En met het beleid aan de kunstacademie waar de geniale Charlotte moet aanvaarden dat een prijs, voor haar bestemd, stralend in ontvangst wordt genomen door haar Arische vriendinnetje Barbara. De schuiljaren in Zuid-Frankrijk worden even subtiel als trefzeker geschilderd, maar het feit dat Charlotte uiteindelijk in Auschwitz wordt vergast is zeker niet wat haar werk zo aansprekend maakt.

Die bevrijding was weleens nodig. Het gedoemde slachtoffer, zich ooit nauwelijks bewust van haar Joodse identiteit, was eerst en vooral een begiftigde artistieke pionier, die in den vreemde haar brandstof onttrok aan haar grote, halfslachtig beantwoorde liefde voor de markante zangpedagoog van haar stiefmoeder. Nergens wordt gerept van puberale hysterie: dat de man zowel muze als object van (zelf)onderzoek voor haar wordt, geloof je meteen. Sterker nog, de aantrekkingskracht wordt voelbaar. En wel zo, dat Charlottes Leven? Of Theater? - waarvan deze week een schitterende heruitgave, mét een aantal 'nieuwe' pagina's verschijnt - zich nooit meer laat beschouwen als tragisch oorlogsdocument alleen. Het is de even intieme als zinderende striptease van een ziel die zich zonder reserves wil laten kennen door degene die haar zelf zo mateloos fascineert.

Eerbiedige ontdekker

Onaangepaste passie. Jaloers, leergierig, wijsgerig, dweepzuchtig, onderdanig, sneuvelbereid, verterend, vernietigend en tegelijkertijd uitzonderlijk vruchtbaar. De kunst overleeft ten slotte een beginnende zwangerschap en de aanstaande moeder erbij. 'Dit is mijn hele leven.'

Eenmaal gewend aan het ritme van de korte zinnen, lijkt het zelfs gewoon dat Foenkinos zichzelf op onverwachte momenten in het verhaal schrijft, als de zoveelste geëxalteerde en eerbiedige ontdekker van een werk dat liefhebbers nooit meer loslaat. Eerlijkheid in eerlijkheid. Met af en toe een glimp van de actualiteit. De wrede nazi Alois Brunner, die uiteindelijk de Joden in Zuid-Frankrijk 'verzamelt' en wiens wandaden in bijtende woorden worden beschreven, vlucht na de oorlog naar Syrië. In Damascus huurt het regime-Assad hem dankbaar in als adviseur in vernederings- en martelpraktijken. Een openlijk geheim. Het verzoek om uitlevering wordt niet gehonoreerd: de man wordt er beschermd 'tot zijn laatste ademtocht'.

Elders ging het theater dus door, om in de huidige oorlog te culmineren. Dat laatste zegt Foenkinos (gelukkig) niet. Hooguit bewijst hij dat herhaalde beschouwing van Charlottes rollenspel het perfecte antigif is tegen zogenaamd redelijke, opportunistische onverschilligheid. Met kleur, zang en druk over de pagina's dansende woorden ontmaskerde ze alle leugenachtigheid, ver weg en dichtbij.

Volg en lees meer over:

Reacties (0)

U hebt javascript nodig om een reactie achter te laten.
Plaats een reactie Nog 600 tekens
Uw waardering