Frank Pieke - China, een gids voor de 21e eeuw
Frank Pieke - China, een gids voor de 21e eeuw ©

Pieke wil niet voorspellen, maar China begrijpen

Boek (non-fictie) - China, een gids voor de 21e eeuw

Frank Pieke verrijkt het China-debat met zijn poging het land te bekijken door een Chinese bril. Veldwerk verschafte de antropoloog het inzicht dat Peking verre van almachtig is.

non-fictie

Frank Pieke

China, een gids voor de 21e eeuw

Amsterdam University Press; 308 pagina's; euro 24,95.

Frank Pieke en Henk Schulte Nordholt waren allebei ter plekke: in Peking, tijdens die junidagen van 1989, toen het Chinese leger een einde maakte aan een ongekende protestbeweging tegen de communistische partij, de CCP. Pieke en Schulte Nordholt dachten getuige te zijn van het einde van een tijdperk, maar ruim een kwart eeuw later moeten zij vaststellen dat de CCP nog altijd oppermachtig is. Wat zegt dat over die partij - en over westerse waarneming van Chinese gebeurtenissen?

Aan westerlingen die niet verder komen dan verontwaardiging over mensenrechtenschendingen heeft Pieke een broertje dood

Beide China-kenners komen decennia later op een diametraal tegengestelde kijk op de partij uit. In zijn vorig jaar verschenen China en de barbaren concludeert Schulte Nordholt dat de CCP vroeg of laat ten onder gaat, nu de leiding in handen is van 'een ideologisch verarmde elite' die niet tot hervormingen in staat is. Antropoloog Pieke, Leids hoogleraar Modern China Studies, ziet de toekomst een stuk zonniger in. In zijn China, een gids voor de 21e eeuw noemt hij voortzetting van de heerschappij van de partij zelfs de 'belangrijkste voorwaarde' voor China om alle uitdagingen (vergrijzing, milieuvervuiling) aan te kunnen.

Die provocerende conclusie kent als fundament zijn wens het land 'door een Chinese bril' te bekijken. Aan westerlingen die niet verder komen dan verontwaardiging over mensenrechtenschendingen heeft hij een broertje dood. Net als aan westerse economen die geen ander vervolg voor China zien dan privatiseringen op weg naar de 'eeuwige jachtvelden van echte kapitalistische voorspoed'. Pieke wil niet voorspellen, maar begrijpen - en laat in dit boek dapper de veiligheid van academische specialismes achter zich om het China-debat te verrijken.

Overlevingsdrang

Weerstand tegen hervormingen komt dus vooral voort uit overlevingsdrang

Dat lukt, want zijn boek bevat een schat aan inzichten. Zo rekent hij af met de mythe van het almachtige Peking. Provinciaal veldwerk verschafte hem inzicht in 'de fragmentatie van de staat': de vergaande decentralisatie van het landsbestuur, waardoor de centrale regering een stuk minder machtig is dan die lijkt. Lokale bestuurders krijgen van westerse experts nogal eens het verwijt hervormingen te blokkeren, maar Pieke laat zien hoe zij door Peking met veel taken maar weinig financiën zijn opgezadeld. Dus zien zij zich gedwongen langs creatieve, vaak corrupte wegen inkomsten te genereren voor hun regio en zichzelf. Hun weerstand tegen hervormingen komt dus vooral voort uit overlevingsdrang.

Hoe desastreus dat uitpakt, blijkt bij milieuproblemen. De uitvoering van streng beleid is gedelegeerd. Dat zet lokale overheden voor het blok, omdat zij voor hun inkomsten vaak afhankelijk zijn van vervuilende industrieën. 'De machtelozen en de armen moeten de kosten dragen, terwijl zij die goed liggen bij de lokale leiding kunnen blijven vervuilen', constateert Pieke scherp.

Toch zwaait hij de CCP-leiders lof toe voor wat hij hun 'fenomenale aanpassingsvermogen' en hun 'neo-socialisme' noemt. Met dat laatste doelt hij op hun pragmatische bereidheid 'bijna alles te overwegen', al blijven zij wel trouw aan leninistische formules. Positief is hij over de mate van vrijheid die de gewone Chinees onder dit neo-socialisme is vergund.

Rooskleurig

De lijn tussen begrip voor China en 'China-vriendelijk' wordt hier wel erg dun

Hoe verhoudt dat zich tot alle berichten over internetcensuur, afnemende ruimte voor afwijkende opvattingen en Big Brother-achtige plannen? Van die toenemende intolerantie onder president Xi is Pieke op de hoogte, maar hij doet dit af als een 'beteugelingsfase' die vanzelf weer ten einde komt. Al even rooskleurig is zijn kijk op de rechtsstaat, die 'heel aanzienlijk' zou zijn. Ook hier waarschuwt hij tegen westerse maatstaven. De lijn tussen begrip voor China en 'China-vriendelijk' wordt hier wel erg dun.

In de conclusies van dit rijke boek raadt Pieke de CCP-leiders meer 'transparantie' en 'verdere openstelling van het politieke systeem' aan. Ze zouden wel gek zijn - ze kennen hun Tocqueville, die al analyseerde dat een regime niet aan onderdrukking ten onder gaat, maar aan het laten vieren van de teugels.

Zijn boek is verplichte kost voor de partijtop. Die wil een herhaling van '1989' voorkomen, vandaar de bestudering van de CPSU - de communistische partij van de Sovjet-Unie implodeerde door een overmaat aan hervormingszin. Xi is daar dan ook wars van, toch raadt Pieke hem aan de 'teugels van de macht te laten vieren'. Het onderstreept hoe lastig het is consequent door een Chinese bril te blijven kijken.