Oudheid als ambitie toont kneedbaarheid van het verleden
© Studio V.

Oudheid als ambitie toont kneedbaarheid van het verleden

Boek (non-fictie)

Herkenbare zoektocht naar passend verleden

Imago en identiteit vormen vandaag zo'n beetje de twee grootste obsessies van alle individuen en instanties die in de publieke ruimte opereren. Tegen de achtergrond van de globalisering zijn veel Europese landen op zoek naar de kern van zichzelf. Een 'vast' verleden moet houvast bieden, als legitimatie bij de eigen plaatsbepaling in een snel veranderend heden.

Karl Enenkel & Koen Ottenheym (non-fictie)
Oudheid als ambitie - De zoektocht naar een passend verleden 1400-1700
Vantilt; 350 pagina's; euro 29,95.

Dat daarmee niets nieuws onder de zon is, demonstreren de neolatinist Enenkel en architectuurhistoricus Ottenheym in hun op Nederland toegespitste overzicht van de Bourgondiërs, Habsburgers en de vroege Republiek. De achtergrond van de auteurs resulteert in een vruchtbare synthese aangaande de nauw verweven wijze waarop de toenmalige filologische en bouwkundige geschiedvorsing werd ingezet bij de zoektocht naar een politiek passend verleden.

Dat verleden bleek toen even kneedbaar te zijn als bij veel hedendaagse populisten, die hun nostalgische verlangen naar een ongerepte natie ook op een vermeende oertijd terug projecteren. Evenmin schrok men terug voor geschiedvervalsing, door dat verleden mooier en eenduidiger te maken dan het was. Anciënniteit was in politieke discussies een machtsargument, waarbij de oorsprong van het eigene zowel in de Oudheid als de Middeleeuwen kon worden gezocht.

Romeinen

Een gemis is dat de einddatum amper wordt toegelicht

Centraal staat de ambivalente houding ten opzichte van het antieke Rome. Waren de Romeinen de brengers van een hogere beschaving of de onderdrukkers van de eigen voorouders geweest? De eerste kijk was logisch voor de Habsburgers als keizers van het Heilige Roomse Rijk, dat door de auteurs hardnekkig ten onrechte het 'Duitse Rijk' wordt genoemd, waarmee de ideologische opvolgersrelatie met het Romeinse Rijk onderbelicht blijft.

Het door veel steden gekozen alternatief was verheerlijking van de Batavieren - als bondgenoten dan wel tegenstanders van de Romeinen - en de Middeleeuwen. De Stichtse plattelandsadel trachtte zich zo in de zeventiende eeuw tegenover de moderne classicistische landhuizen van de stedelijke nouveau riche aan de Vecht staande te houden door zijn kastelen weer van torens, grachten en ophaalbruggen te voorzien.

Een gemis is dat de einddatum amper wordt toegelicht: dat met de Verlichting, die juist het nieuwe positief en het oude ouderwets maakte, de relevantie van het verleden verminderde. En dat met de opmars van de historische wetenschap ook veel aan het verleden gerelateerde fictie haar geloofwaardigheid verloor.