Oude kolenfabriek trekt alle aandacht

De transformatie van fabriekscomplex Zollverein tot ‘Designstadt’ in 2010 is in volle gang. Met vier tentoonstellingen over design en architectuur opent de eerste publiekstrekker: het spiksplinternieuwe museum in de oude kolenwasserij....

Telkens weer dwaalt de blik weg van de vitrinekast met een maquette van een futuristisch flatgebouw. Ook de metersgrote computeranimaties boeien maar matig, terwijl ze toch een fascinerend beeld schetsen van onze metropolen over twintig jaar. Het is de architectuur van de tentoonstellingszaal die alle aandacht als een spons opzuigt. En dan vooral de fluorescerend oranje trap, die als een slagader door het immense trappenhuis naar het inwendige van deze voormalige fabriekshal slingert. De zwevende constructie werpt een mysterieuze gloed over verroeste stalen deuren in verweerde betonnen muren.Het heeft iets treurigs, een museumgebouw dat meer indruk maakt dan de expositie. Tenzij dat gebouw zo spectaculair is, dat het een bezienswaardigheid op zich is. Het spiksplinternieuwe museum Kohlenwäsche in de Duitse stad Essen is zo’n gebouw. Niet voor niets staat deze voormalige kolenwasserij in het hart van het Ruhrgebied op de Unesco-lijst van werelderfgoed.Neem alleen al de entree tot dit museum: een bijna zestig meter lange, vrijstaande roltrap met oranje treden en een geel frame, overdekt met getint glas. Eenmaal boven hebben de bezoekers een spectaculair uitzicht op de overige gebouwen van de Zollverein, zoals op deze kolenfabriek ter grootte van zo’n vijftig voetbalvelden heet.Zoals zoveel steden gebruikt ook Essen spraakmakende architectuur en design als lap om een post-industriële schroothoop op te poetsen. Het Rotterdamse architectenbureau OMA van Rem Koolhaas ontwierp het masterplan voor de verbouwing van dit complex. Naast de expositieruimte in de voormalige kolenwasserij hebben ook andere gebouwen een nieuwe bestemming gekregen.De economische vitaliteit van de Zollverein moet worden heroverd met behulp van architectuur en vooral design. Naast een bioscoop, restaurants en expositieruimten huisvesten de opgelapte kolensilo’s ook talloze designbureaus. Daarnaast opende drie weken geleden de prestigieuze Zollverein School for Management & Design. De witte kusbus met zwarte vensters, een ontwerp van het befaamde Japanse kantoor SANAA, vormt een aangenaam contrast met de omliggende gebouwen van donkerrode bakstenen en grauwgrijs beton.De transformatie van de Zollverein is nog in volle gang. Her en der groeien er nog distels tussen de spoorrails en veel ruiten zijn gebarsten. Maar dat ‘Designstadt Zollverein’ straks in 2010, het jaar dat Essen de Culturele Hoofdstad van Europa is, als Phoenix uit de as is verrezen, staat nu al vast. De beoogde publiekstrekker is de Kohlenwäsche, die tegelijk met de naastgelegen designopleiding opende met de expositie Entry 2006. Een beter startschot had dit museum van vier verdiepingen niet kunnen geven. De bezoekers krijgen maar liefst vier exposities voor de prijs van één – een beschaafde acht euro ook nog. Het overkoepelende thema is wonen in de toekomst.Alleen al Open House, een expositie van vijftien visies van vooraanstaande architecten op het huis van de toekomst, is de reis naar Essen al waard. Daarnaast zijn ook maquettes te zien van het huis van de toekomst zoals die in de vorige eeuw werden ontworpen (onder anderen door Richard Buckminster Fuller). Opvallend is dat toen én nu ruimtegebrek en milieu de agenda bepaalden. Ook opvallend: geen enkele eigentijdse architect ziet het stijgende zeewater als een bedreiging – of is dat een typisch Nederlandse preoccupatie.Een verdieping hoger zoomt Groundswell in op de integratie van de natuur in recente stedenbouwkundige projecten. Zo is er een maquette en een fotoverslag te zien van MFO Park, een park in een industriële ruïne nabij Zürich. Hier is niet gekozen voor een culturele bestemming maar zijn de gebouwen beplant waardoor het lijkt alsof de natuur het gevecht van de industrie heeft gewonnen.De invloed van de natuur op de architectuur op kleinere schaal wordt verkend op Second Skin , een reizende expositie van het Cooper Hewitt Museum, New York. Te zien zijn producten en gebouwen waarvan het oppervlakte de functie heeft van menselijke huid. Soms letterlijk, zoals een hightech bouwmateriaal dat de lucht zuivert, water opslaat voor eventuele koeling en zonlicht filtert voor verwarming. Soms ook figuurlijk – bijvoorbeeld de rubber vazen van Hella Jongerius die lijken uit te schreeuwen: kijk eens naar mijn gave huid, streel mij!De enige misser is Talking Cities. Op deze rommelige expositie weinig spannende ontwerpen en veel losse flodders, waaronder geknutselde bouwwerken van oude pallets en raadselachtige oneliners als ‘architecure is to slow for giving answers’. Wie na Entry 2006 even genoeg heeft van futuristische spektakel – wat zeker niet ondenkbaar is – kan een paar honderd meter verderop de Zollverein terecht bij de permanente expositie van de Red Dot Awards. Deze internationale designprijs, sinds kort neergestreken op de Zollverrein, is een goede barometer voor trendsettend design van nu; recente winnaars zijn een ligbad van Phillip Starck en een geschakelde bank van Ben van Berkel (UN Studio). Maar ook hier wordt de show weer gestolen door het decor van roestige buizen en gruizig beton. Dit industriële verval onderstreept nog maar eens de beperkte houdbaarheidsdatum van design.