Orwells fenomenale kroniek van een bittere deceptie
©

Orwells fenomenale kroniek van een bittere deceptie

Boek (non-fictie) - Saluut aan Catalonië

George Orwell blikt terug op zijn avontuur aan het Spaanse front. Hoe groter de ellende, hoe fenomenaler zijn zinnen.

George Orwell was een lange man. Met zijn 1 meter 88 stak hij twee koppen uit boven de Spanjaarden met wie hij in de Spaanse Burgeroorlog meevocht tegen Franco. Op 17 mei 1937, aan het front in Aragón, wordt die lengte hem bijna fataal. Om vijf uur 's ochtends, bij het wisselen van de wacht, steekt zijn hoofd een moment boven de loopgraaf uit. Op slag wordt hij geraakt door een scherpschutter.

Non-fictie
George Orwell
Saluut aan Catalonië
Uit het Engels vertaald door Aad Nuis, inleiding Geert Mak.
De Arbeiderspers; euro 24,99.

In Homage to Catalonia, de terugblik op zijn Spaanse avontuur, noteert Orwell nauwgezet hoe dat voelt, een voltreffer dwars door je keel: 'alsof ik in het centrum van een explosie stond'.

Hoewel hij zeker weet dat dit het einde is - de kogel heeft zijn halsslagader net gemist -blijft hij alles nauwkeurig registreren. Pijn voelt hij niet, wel 'een verbijsterd gevoel', gecombineerd met 'een hevige gebelgdheid dat ik deze wereld moest verlaten, die me, alles bij elkaar genomen, zo goed ligt'.

Die laatste formulering is typerend voor Homage to Catalonia - de kroniek van een bittere deceptie, waarin toch nergens verslagenheid of cynisme valt te ontdekken. Grimmig wordt Orwell hooguit als hij schrijft over de oorzaak van zijn deceptie. Die school namelijk niet in Franco's overwinning (die stond bij verschijnen van het boek nog niet vast), maar in de hopeloze verdeeldheid van diens linkse tegenstanders, volgens Orwell de term 'beerput' waardig.

Genadeloze liquidaties

Orwell arriveerde in Barcelona met een missie: 'Ik had mezelf beloofd één fascist dood te schieten'

De staatsgreep van rechtse generaals tegen de nog jonge Spaanse Republiek had in 1936 wereldwijd een golf van verontwaardiging veroorzaakt. Meer dan dertigduizend buitenlandse vrijwilligers (onder wie zevenhonderd Nederlanders) kwamen naar Spanje om de verdedigers van de republiek bij te staan.

Orwell arriveerde eind 1936 in Barcelona met een eenvoudige missie: 'Ik had mezelf beloofd één fascist dood te schieten - als we dat allemaal deden zou er al gauw niet één meer over zijn.' Van de verdeeldheid onder socialisten, marxisten, anarchisten en hun diverse afsplitsingen en facties had hij geen idee. Spoedig genoeg zou hij ondervinden hoe het door Stalin met geld en wapens gesteunde Volksleger de macht naar zich toetrok en een heksenjacht opende op anarchistische en trotskistische 'afvalligen', waarbij ook kameraden uit Orwells militie genadeloos werden geliquideerd.

Het zou tot de jaren zestig duren voor Homage to Catalonia een betere reputatie kreeg

Zelf kon Orwell dankzij slordigheden van de geheime politie ('wel de geest, niet de vakbekwaamheid van de Gestapo') over de Franse grens ontsnappen. In juli 1937 was hij terug in Engeland, waar hij hoorde hoe hij tijdens een showproces in Sevilla wegens 'hoogverraad' was veroordeeld. Hij had genoeg gezien: zijn verdere leven en werk (Animal Farm, 1984) zou in het teken staan van zijn strijd tegen het stalinisme en totalitarisme.

Orwells kritiek op de Spaanse communisten viel niet goed in Engeland, waar de Communist Party of Great Britain een factor van belang vormde. Orwells uitgever Gollancz wilde er zijn vingers niet aan branden en toen Homage to Catalonia in 1938 uiteindelijk toch verscheen, werd het een commerciële flop. Tijdens Orwells leven werd het boek alleen in het Italiaans vertaald en pas in 1952, twee jaar na zijn dood, verscheen het in Amerika.

Het zou tot de jaren zestig duren voor Homage to Catalonia een betere reputatie kreeg. Onder de titel Saluut aan Catalonië verscheen de Nederlandse versie in 1964 bij De Arbeiderspers, en het is die oude vertaling van Aad Nuis die nu in een herziene versie als 'de gloeiende kern van een antitotalitair schrijverschap' wordt aangeprezen.

Tekst gaat verder onder de illustratie.

De herzieningen betreffen vooral spellingkwesties en andere kleinigheden; helaas verliest Orwells kleurrijke comandante Georges Kopp nog net als in 1964 halverwege de s achter zijn voornaam (een fout die Geert Mak in zijn inleiding herhaalt).

Het maakt niet uit, want de tekst blijft fenomenaal. Hoe goed Orwell schrijft, zie je misschien het best als hij de ingewikkelde verhoudingen tussen de vele partijen en bonden uitlegt. Je struikelt over afkortingen als PSUC, POUM, FAI, CNT, AIT en UGT ('Spanje gaat gebukt onder een afkortingenplaag') en desondanks blijft alles helder, onderhoudend en bezield. Het door de auteur verstrekte advies 'wie geen zin heeft in partijpolitieke verschrikkelijkheden moet dit maar overslaan' kun je dan ook gerust negeren.

Maar het kloppende hart van Saluut aan Catalonië blijven de lange oorlogsreportages, over de ontberingen aan het front in Aragón en over de nachtmerrieachtige straatgevechten in Barcelona (niet tegen de fascisten, maar tussen de linkse partijen onderling), waar hij nota bene net hoopte bij te komen van zijn verwonding.

Typisch Orwell is dat de schwung van zijn zinnen bij stijgende ellende alleen maar lijkt toe te nemen

Nutteloze periode

Orwell moet al snel concluderen dat zijn idealisme hem slecht heeft voorbereid op de absurditeiten en zinloosheden van de oorlog. Zijn frontervaringen in de koude winter van 1937, hoog in de heuvels van Aragón, leveren geen enkele heroïsche ervaring op, alleen maar honger, modder, kou en de stank van uitwerpselen - 'een van de meest nutteloze perioden uit mijn leven'.

Typisch Orwell is dat de schwung van zijn zinnen bij stijgende ellende alleen maar lijkt toe te nemen. 'Ik heb veel ervaring opgedaan met allerlei soorten ongedierte, maar de luis slaat alles wat pure smerigheid betreft' en: 'De glorie van de oorlog, zeg dat wel! In een oorlog hebben alle soldaten luizen, als het tenminste warm genoeg is. Bij de mannen die vochten bij Verdun, Waterloo, Flodden, Senlac, Thermopylae, kropen stuk voor stuk de luizen over de ballen.'

Er zijn meer schrijvers bij wie oorlog alle heroïek verliest, maar Orwell betrekt de ontnuchtering ook op zichzelf

Nog zo'n typerende Orwell-trek is zijn onverwoestbare fatsoen in daad en woord. Als zijn belagers in Barcelona zijn correspondentie in beslag nemen, waaronder nog niet beantwoorde brieven van lezers, voegt de schrijver tussen haakjes toe: 'Als iemand die me over mijn laatste boek schreef, toevallig dit leest, wil hij dit dan als verontschuldiging accepteren?'

Er zijn meer schrijvers bij wie oorlog alle heroïek verliest, maar Orwell betrekt de ontnuchtering ook op zichzelf: 'Als ik in oorlog of politiek verwikkeld raak, schijnt altijd hetzelfde te gebeuren: ik ben me dan alleen nog maar bewust van [...] een diep verlangen dat het gauw zal zijn afgelopen met die verdomde onzin. Achteraf kan ik de betekenis van de gebeurtenissen inzien, maar als ik er middenin zit wil ik er alleen maar uit - een slechte eigenschap misschien.'

Een nieuwe generatie historici heeft Orwell verweten dat hij niets begreep van de toenmalige politiek in Spanje. Nogal unfair, gezien het heroïsche voorbehoud waarmee Saluut aan Catalonië besluit: 'Pas op voor mijn partijdigheid, mijn feitelijke vergissingen en de vertekening die onvermijdelijk het gevolg is van het feit dat ik maar één hoekje van de gebeurtenissen heb gezien. En pas op voor precies hetzelfde als u een ander boek leest over deze episode in de Spaanse Burgeroorlog.'