Oorlogsgruwel in het kalifaat wordt iets te veel aangezet met muziek en gerelativeerd met grapjes
©

Oorlogsgruwel in het kalifaat wordt iets te veel aangezet met muziek en gerelativeerd met grapjes

Film (drama) - Broeders

De twee tegenpolen die de kijker door het kalifaat leiden in Broeders, nemen hem iets te stevig aan het handje. De oorlogsgruwel wordt iets te dik aangezet met muziek en gerelativeerd met grapjes.

Ze zijn op zoek naar Yasin, de mannen van het arrestatieteam dat in de openingsscène van het radicaliseringsdrama Broeders in het holst van de nacht een Nederlandse rijtjeswoning binnenvalt. Met veel machtsvertoon wordt de hele familie tot aan Yasins kleine neefje van bed geschreeuwd - het felle licht van zaklampen in het gezicht. Maar Yasin is niet thuis. Hij stopte onlangs met zijn opleiding aan de kunstacademie en vertrok naar Jordanië om Syrische vluchtelingen te helpen, zoveel weten zijn ouders en broers nog net, maar hun artistieke Yasin een terrorist? Ballonnenblazen tegen Assad zeker, klinkt het schamper.

Wat volgt is een als buddyfilm vermomde zoektocht in het hol van de leeuw. Flamboyante broer Hassan (Achmed Akkabi) denkt het voortouw te kunnen nemen - de film is amper tien minuten bezig of hij meldt zich in het Azraq-vluchtelingenkamp in Jordanië waar Yasin voor het laatst is gesignaleerd - maar serieuze broer Mourad (Walid Benmbarek) is de natuurlijke leider, met militaire ervaring bovendien.

De scenaristen saboteren als het ware hun eigen pogingen om de film op grimmiger terrein voort te zetten

Broeders

Drama

Regie: Hanro Smitsman

Met: Achmed Akkabi, Walid Benmbarek, Bilal Wahib, Yara Takriti, Ghalia Takriti, Mostafa Benkerroum. 93 min., in 11 zalen.

Regisseur Hanro Smitsman, specialist in drama met aanzienlijk waarheidsgehalte (onder meer de treinkaping bij De Punt, de moord op Maja Bradaric en het leven van FARC-lid Tanja Nijmeijer vormden de inspiratie voor eerdere films), en een viertal scenaristen (Marc Linssen, Roeland Linssen, Alma Popeyus, Hein Schütz) zetten de onderlinge verschillen tussen beide broers vlot op scherp. De één cabaretier in een veel te opvallend rood jasje, de ander een soldaat op een missie. Mourad tegen Hassan, na diens zoveelste gebbetje: 'Kun je niet gewoon je bek houden?' Uitstekende vraag, denk je dan. Later in de film, we zijn op dat moment midden in het kalifaat, zegt komiek Hassan: 'Ik ga naar huis man, heb het hier wel gezien.' Tegen die tijd heeft de lichtvoetige sidekick zijn houdbaarheid overschreden en saboteren de scenaristen als het ware hun eigen pogingen om de film op grimmiger terrein voort te zetten. Zonde; de toenemende broederlijke intimiteit voelt op die manier ook wat halfslachtig.

Het is alsof het incasserings- en inlevingsvermogen van de kijker wordt gewantrouwd: de oorlogsgruwel wordt steevast vet aangezet met muzikaal sentiment én gerelativeerd met hier en daar een grapje, terwijl de laatste weken van Yasin via hapklare flashbacks keurig worden gereconstrueerd. Voor de expliciete verbeelding van de oorlog in Syrië, passend bij de neiging van de makers om steeds net iets te veel te accentueren en uit te leggen, was ondertussen merkbaar weinig budget. Waar het inhoudelijk vergelijkbare Nederlandse radicaliseringsdrama Layla M. zich zeer bewust was van de eigen beperkingen, bijt Broeders zichzelf in de staart.