Monumentaal oeuvre en dito band kan moeilijk teleurstellen

Concert - Rolling Stones in Arena Amsterdam

De uitspraak van de avond komt van Keith Richards, als de Rolling Stones ruim een halfuur onderweg zijn in de Amsterdam Arena. 'It's good to be back', zegt Richards. Maar omdat hij dat zelf waarschijnlijk ook een beetje een dooddoener vindt, bij de achtendertigste show van de band in Nederland, voegt hij eraan toe: 'Well, it's good to be anywhere.'

Rolling Stones (***), 30/09, Arena Amsterdam.

Zo is het natuurlijk. In deze fase van hun carrière moet je ook als toeschouwer vooral blij zijn dat zij er weer zijn, op een zaterdagavond in Amsterdam, en dat jij er bij aanwezig bent. De eindeloos doorspelende band straalt bij het betreden van het megapodium ook werkelijk iets eeuwigs uit, iets Bijbels bijna. Mick Jagger die op zijn glimmende zwarte sneakers over de catwalk dartelt met dat prachtige, graatmagere lijfje van hem. Richards die er achteraan sloft met zijn bekende wapperende jaspanden, en een cynische Britse grijns op zijn zo diep doorleefde rockershoofd.

Heilige popmuziek

En dan het repertoire dat ze opvoeren. Heilige popmuziek, waarvan de tekstregels in stenen tafelen staan gebeiteld. Als de Stones de door gospel gedragen klassieker Shine a Light inzetten, word je geraakt door rockreligie, zeker als het vijftigduizend man tellende publiek een glorieuze koorzang aanheft.

Wonderlijk ook hoe zo'n nummer stukje bij beetje in elkaar wordt gevouwen, van heel veel losse flarden liedmateriaal. Er drijft een zweem piano over, links en rechts wapperen de achtergrondstemmen voorbij. Richards trekt twee metalige akkoorden uit zijn gitaar, Ronnie Wood steekt er wat puntige solonoten doorheen, en voilà: Shine a Light.

Natuurlijk speelt dit instituut met routine, dat kan niet anders. Maar soms ook ontbreekt de speelvorm en raak je een liedje echt even kwijt. Als het te laconiek wordt gespeeld en het wankele bouwwerkje in elkaar dondert, zoals bij een veel te rommelig Paint it Black.

En als de Stones een moment buiten het majestueuze oeuvre stappen en twee nummers van hun laatste bluescoverplaat Blue & Lonesome spelen, mis je dat heilige vuur. Ook door de presentatie van Jagger, waar bar weinig liefde van uitgaat. 'We're gonna play some bluessongs', zegt hij vlak, op een toon van: 'Dan hebben we dat maar gehad.' Bij Just your Fool scheurt hij wat op zijn mondharmonica en in Ride 'em On Down zetten Richards en bassist Darryl Jones een aardige bluesgroove neer, maar inderdaad: dan hebben we het maar gehad.

Twijfel

Richards' akkoorden, hoe onvast soms ook gespeeld, snijden de Arena aan reepjes bij Midnight Rambler

Na dit onzekere intermezzo komt er twijfel opzetten. Gaat het wel goed? Gaan de Stones hier wel doen wat van ze verwacht wordt, namelijk een steengoede rockshow neerzetten? Het kan ook zomaar eens helemaal de verkeerde kant opgaan, denk je als Richards een zoveelste afslag op zijn Fender Telecaster mist en Jaggers stem totaal niet boven een rollende orgelpartij uitkomt.

Maar dat gaat deze band natuurlijk niet overkomen. De Stones zijn zo onwaarschijnlijk ervaren, dat ze een wat verslappende spanningsboog ook zo weer in de goede stadionrockstand kunnen schieten. Mick Jagger heeft zijn glitterjasje inmiddels uitgetrokken en jongensachtig over zijn schouder gezwiept. Onder zijn glitterjasje zit een glittershirt. En er geschiedt nog een wonder. Als Jagger terug komt lopen van een catwalkmoment, botst hij bijna tegen Richards aan. De heren zijn al jaren gebrouilleerd en hebben ook op het podium niet of nauwelijks contact, maar nu ontmoeten hun blikken elkaar. De grijns van Richards, en dan het vuistje van Jagger tegen dat van zijn jeugdvriend. Jawel: een boks. Het startsignaal voor een feestelijke Stonesfinale.

In Midnight Rambler draait Richards de versterker nóg wat verder open. Zijn akkoorden, hoe onvast soms ook gespeeld, snijden de Arena aan reepjes. En Jagger zingt dit oerrocknummer met een spetterend goede stem. Zo lijken de Stones ineens toch weer gevaarlijk en gemeen.

Brown Sugar wordt ingezet, en dat nummer klinkt nu toch ook beter dan al het voorgaande werk uit dat eerste uur, vooral dankzij de hulptroepen van de honkende sax en achtergrondstemmen. En Gimme Shelter tenslotte grijpt het stadion bij de keel. Omdat het lied lumineus wordt gepresenteerd op vier grote, staande projectieblokken en bij archiefbeelden van demonstraties voor burgerrechten. Die geven het protestlied nieuwe urgentie, in onze bewogen tijden. Maar ook omdat Mick Jagger dit hoogtepunt uit het Stones-oeuvre zingt met soul en overtuigingskracht.

En als die het podium op worden geduwd, zijn de Stones live toch een belevenis. De band is in staat het monumentale oeuvre bloedserieus onder handen te nemen, zonder ironie of meligheid. Je kunt je voorstellen dat Charlie Watts weleens denkt: moet ik straks weer die hamerende drumpartij van (I Can't Get No) Satisfaction spelen? Daar hoeft hij zich het hoofd dan niet al te lang over te breken, want ja, dat moet hij. Hij doet het, en hij doet het goed, misschien wel als beste Stones-instrumentalist.

En zo sta je bij die verplichte toegift dus toch op en neer te springen op de plakkerige plastic Arena-vlonders. En denk je het enige dat je op dat moment moet denken: 'Laat deze band toch nog maar honderd jaar doorrocken.'