Misschien dacht Adams zelf ook: 'Klaar met het gezanik: rocken met die hap'

Na flets begin buigt Ryan Adams concert in TivoliVredenburg om tot gierende rockshow

Het verhaal 'Ryan Adams in TivoliVredenburg' begint als een niet zo geslaagde tragikomedie, en de uitverkochte Grote Zaal kan zich bij aanvang van de show zorgen gaan maken: de proloog voorspelt weinig goeds.

Ryan Adams

Pop
TivoliVredenburg, Utrecht, 16/8.

'Ryan Adams lijdt aan een zeldzame ziekte', wordt het publiek in twee talen medegedeeld. 'Hij kan een epileptische aanval krijgen van flitsende lampjes in zijn ogen.' Of we dus níet willen flitsen met onze telefoons. Voor mensen die niet weten hoe ze hun flitser uit moeten zetten, is afplaktape beschikbaar aan de zijkant van het podium. Zucht. Long live rock-'n-roll.

Nou, daar komt de grote Amerikaanse rootsrockzanger - die de wereld twee jaar geleden zo blij verraste met zijn integrale coverversie van Taylor Swifts popplaat 1989 - dan het podium op, kennelijk met de angst in de benen. De eerste nummers komen er benepen uit, en dus ook dat heerlijke, Springsteen-achtige stadionrocknummer Do You Still Love Me? van zijn laatste liefdesverdrietplaat Prisoner. De gitaren zijn dun, en Adams bezingt zijn verlatingsangst verre van overtuigend. Hij is nu even bang voor andere dingen.

Maar het publiek houdt zich aan de afspraak. Geen flitser te bekennen. Helaas: Adams heeft er toch één gespot. Hij legt de show stil, na een nummertje of vier, en begint een lange toespraak tegen de vermeende flitsovertreder die hem met een 'groenachtig lampje' zou hebben beschenen. 'Ik kreeg bijna een toeval', zegt Adams zonder een spoortje ironie.

De dader wordt verzocht zijn hand omhoog te steken. Maar er is geen dader. Waarschijnlijk zag Adams het nooduitgangsbordje aan voor een flitser. Misschien is het voor iedereen beter als Adams gewoon maar niet meer gaat optreden, denk je even. Vooral als later uit een blinkende discobol ineens een spetterend lichtflitsspektakel door de zaal vlamt, als onderdeel van Adams' eigen show. Daar kunnen zijn ogen blijkbaar wel tegen, want de gevreesde epileptische aanval blijft uit.

Gelukkig maar, want na dit geëmmer van een half uur wordt alles anders. Adams en band buigen het concert om tot een gierende rockshow, die nog lang zal nagonzen tussen de oren van iedereen die er bij was. Hoe dat kan? Ondoorgrondelijk. Misschien dacht Adams zelf ook: 'Nu is het klaar met het gezanik: rocken met die hap.'

Pure soulkracht

Hier wordt geen setlist afgewerkt, hier wordt gemusiceerd. Vijf mannen op een podium, en een lied dat eindeloos tussen hen in kaatst

Adams zingt de traag walsende countryrocker Prisoner, een van de mooiste liedjes van zijn gelijknamige album, met pure soulkracht en een eng zuivere stem die weigert sentimenteel te worden. De band voelt het tij kennelijk ook keren en speelt minutieus en geconcentreerd, met een subtiel voortduwende ritmesectie. Het geluid is prachtig: hard, maar vol en donker, met scherp snijdende gitaren van de hoofdrolspeler. Van de op plaat zo gevoelige countryballade When The Stars Go Blue uit 2001 wordt in de Grote Zaal een laag voor laag opgestapeld rocklied gemaakt, dat uit elkaar mag klappen in een heavy-metalfinale.

Dan het hoogtepunt van een lange avond. Adams zet Magnolia Mountain in: een fijn Neil Young-achtig liedje van de plaat Cold Roses. Superieur gezongen in zowel zijn lage rockstem als in de gepast larmoyante falsetstand, naast de warme tweede stem van Adams' toetsenist. Na de vocale plichtplegingen sleept Adams het publiek mee in een lyrische gitaarsolo, die wordt overgenomen door zijn tweede gitarist. En dan ontspint zich een 20 minuten durend muzikaal debat tussen keyboards en gitaren, rollende basloopjes en weergaloze drumpartijen, dat pas in het slotbetoog mag terugkeren naar het refrein. Hier wordt geen setlist afgewerkt, hier wordt gemusiceerd. Vijf mannen op een podium, en een lied dat eindeloos tussen hen in kaatst. Bloedmooi en meeslepend: hiervoor ga je naar de concertzaal.

Als na deze apotheose vanuit de zaal de eerste verzoekjes richting podium worden geschreeuwd, zegt Adams onderkoeld: 'Jullie kunnen roepen wat jullie willen, maar beter gaat deze show echt niet worden. We drijven zo over jullie heen.' Hij had dus zelf ook door dat er iets moois aan het gebeuren was, op een woensdagavond in Utrecht.