De boekhandel
Penelope Fitzgerald

De boekhandel

Fictie

Met prachtig ingetogen ironie schetst Fitzgerald het leven in een kustdorp anno 1959

Prachtig ingetogen ironie

Ze publiceerde negen romans waarvan er een (Offshore) werd bekroond met de Booker Prize. Ze had talloze bewonderaars in literaire kringen, onder wie Julian Barnes. Toch maakte ze nooit echt deel uit van de voorste gelederen van de Britse letteren.

In het literaire geweld dat in de jaren zeventig losbarstte met auteurs als Martin Amis en Ian McEwan, bleef de pas op 58-jarige jarige leeftijd debuterende Penelope Fitzgerald (1916-2000) een relatief marginale figuur. Datzelfde geldt voor haar personages: buitenbeentjes, een beetje sukkelig soms, mislukkelingen, wat wereldvreemd. Waarschijnlijk droegen die personages bij aan haar imago van de bescheiden dame op de achtergrond, de brave oma die jam inmaakte. En dat laatste klopte nog ook.

Kustdorpje

In dat licht is het opmerkelijk dat de kleine, nieuwe uitgeverij Karmijn de moed heeft gehad om - voor het eerst - een werk van Fitzgerald in Nederlandse vertaling te brengen. Het betreft haar in 1978 voor de Booker Prize genomineerde roman De boekhandel (The Bookshop). Die speelt in 1959 en 1960 in het fictieve kustdorpje Hardborough in Sussex, dat is geïnspireerd op de tijd dat de schrijfster in Southwold woonde, waar thans de hele Londense artistieke scene zijn weekendhuisje heeft.

Maar Hardborough anno 1959 is bepaald geen plek waar artisticiteit en ruimdenkendheid heersen. Het is een tamelijk benepen dorp, nog absoluut niet klaar voor de grote veranderingen die de Britse maatschappij in de jaren zestig te wachten staan. 'In 1959 was er geen fish-and-chipswinkel of wasserette in Hardborough, en films werden slechts eens in de twee weken op zaterdagavond vertoond.'

Boekwinkel

Hoofdpersoon is de 50-jarige weduwe Florence Green, die het vervallen pand Old House koopt om er een boekwinkel in de beginnen, ook al een faciliteit die het dorp ontbeert. Daarmee begeeft ze zich in het vaarwater van de rijke Violet Gamart, die zich graag als de cultuurdraagster van het dorp mag zien. 'Ze was een vrouw die bruiste van energie, maar een dorp als Hardborough had weinig nodig en veel energie ging op aan klagen.'

Mevrouw Gamart had voor Old House een bestemming als cultureel centrum in gedachten, maar Florence laat zich niet afschrikken door de vrij botte pogingen tot ontmoediging.

Terwijl de boekwinkel langzaam gestalte krijgt, schetst Fitzgerald met prachtig ingetogen ironie het leven in het kustdorp, met zijn huisjes van rode baksteen die zich 'aan elkaar vastklampen als zeemanskinderen'. Ze schrijft over een Lord die zijn kasteel in het moerasgebied heeft verlaten 'om een avondje samen met zijn oude vriend Bruno niets te zeggen'. Over de man van Violet Gamart, die 'de Generaal' wordt genoemd maar nooit verder is gekomen dan de rang van onderofficier. Over een jurist die wordt geïnstrueerd zaken zo snel mogelijk af te handelen, 'wat betekende dat hij in hetzelfde tempo verder ging als voorheen'.

Incidenten

Ondertussen voert de schrijfster op subtiele wijze de spanning op. Er vinden incidenten plaats die bedoeld zijn om Florences boekhandel tot een mislukking te maken. Telkens weet ze dreigende tegenslagen te pareren. Maar hoe lang zal ze het volhouden?

Kenmerkend voor Fitzgeralds schrijverschap is de wijze waarop ze de Lolita-affaire behandelt. Namelijk: nauwelijks. Zeker, Florence biedt het controversiële boek na rijp beraad in haar winkel aan, en zeker, Violet Gamart ziet hierin een zoveelste stok om een hond te slaan. Maar tot echte ophef komt het niet.

Nee, Fitzgerald is geen schrijfster van majestueuze gebaren. Indachtig de manier waarop T.S. Eliot het einde van de wereld voorzag, voert ze Florence en de lezer verder, 'not with a bang, but a whimper'. Penelope Fitzgerald is de chroniqueur van de waardige gelatenheid.