Mammie zit vol fijne poëzie over moederverdriet en misstanden
©

Mammie zit vol fijne poëzie over moederverdriet en misstanden

Boek (Poëzie) - Mammie

De derde dichtbundel van Ronelda S. Kamfer (Kaapstad, 1981) is zowel een ode als een aanklacht. Kamfer schrijft liefdevol en openhartig over haar overleden moeder, die generaties vrouwen vertegenwoordigt.

Ronelda S. Kamfer
Mammie (****), poëzie.
Uit het Afrikaans vertaald door Alfred Schaffer.
Podium; 128 pagina's; euro 21,50.

Mammie is behalve persoonlijk ook politiek bewust: 'het Amerikaanse feminisme/ leerde me/ dat vrouwen alles kunnen/ wat mannen kunnen/ zij vochten voor gelijkheid. Na een witregel volgt, als een stomp in de maag: vrouwen als mijn moeder vochten voor hun leven.'

Scheve maatschappelijke verhoudingen komen op een verraderlijk lichte en humoristische manier aan de orde

Scheve maatschappelijke verhoudingen komen op een verraderlijk lichte en humoristische manier aan de orde. In het magistrale 'Belleville' haalt Kamfer een herinnering op aan een bezoek aan 'het huis van witte mensen', waar haar moeder schoonmaakster was.

De vrouw des huizes suggereert dat een vriendschap tussen een zwart meisje en haar witte zoon best mogelijk is: 'toen we daar aankwamen zei ze de hele tijd tegen mijn moeder/ dat ik ongelofelijk mooi was/ en dat zij geen tijd had voor racisme/ het nieuwe bestel zou aan alle haat een einde maken.' De schoonmaakster blijft in haar rol, terwijl de spanning onderhuids stijgt.

Na een mislukte poging om met de kinderen des huizes te spelen, vraagt de jonge Kamfer haar moeder of ze vrienden met ze moet zijn. Dan stijgt haar moeder torenhoog uit boven het huis van de witte mensen, boven alle onderdrukte woede om de gevolgen van apartheid: 'toen zei ze nee/ ze zijn te morsig.'

Tussen de herinneringen aan haar moeder is er plaats voor Kamfer zelf en het kind dat zij verwacht. Met het schrijven van deze krachtige gedichten heeft de dichter zichzelf een schep in handen gegeven waarmee ze zware, met moederverdriet en woede doordrenkte aarde opzijschept, om plaats te maken voor haar eigen bestaan.