De schrijver Thomas Mann (1875-1955) en zijn vrouw Katia Mann-Pringsheim (1883-1980) zetten zes kinderen op de wereld die bijna allemaal ongelooflijk begaafd waren, slim en aantrekkelijk.
De schrijver Thomas Mann (1875-1955) en zijn vrouw Katia Mann-Pringsheim (1883-1980) zetten zes kinderen op de wereld die bijna allemaal ongelooflijk begaafd waren, slim en aantrekkelijk. © RV

Lahme biografeert wonderfamilie Mann en schept daarin prachtige verbanden

Boek (non-fictie) ¿ De familie Mann

Voorbeeldig groepsportret biedt de nodige nuance bij eerdere Mann-biografieën.

Wat de Windsors zijn voor Engeland, schreef literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki ooit, zijn de Manns voor de Duitsers, 'althans voor de intellectuelen onder hen'. Alleszins begrijpelijk.

De beroemde, veelvuldig gelauwerde, steenrijke schrijver Thomas Mann (1875-1955) en zijn vrouw Katia Mann-Pringsheim (1883-1980) zetten zes kinderen op de wereld die bijna allemaal ongelooflijk begaafd waren, slim, aantrekkelijk, seksueel verre van kieskeurig. Onder het naziregime koos de familie de goede kant - al kostte dat de vader meer tijd en moeite dan hij zich later wilde herinneren. Aan drama ook verder geen gebrek. Diverse kinderen kampten met verslavingen en depressies. Twee van de zes (oudste zoon Klaus en jongste zoon Michael) stierven uiteindelijk aan een overdosis. En dan was er nog de Knabenliebe van de schrijver - een motief dat in zijn romans voortdurend terugkeert en zijn dagboeken domineert.

Geen wonder dat ze in Duitsland geen genoeg kunnen krijgen van de Manns. Geen wonder dat de clan al zo vaak is gebiografeerd.

Enige moed kun je cultuurwetenschapper Tilmann Lahme dan ook niet ontzeggen. Twee jaar geleden leverde hij het zoveelste groepsportret, onlangs in vertaling verschenen als De familie Mann. Anders dan voorgangers als Reich-Ranicki en Manfred Flügge koos Lahme voor de chronologische aanpak. Zo'n opzet mag braaf klinken, het resultaat is dat allerminst - niet in de laatste plaats dankzij Lahmes losse vertelstijl en gelukkige hand van citeren.

Juist daarop komt het immers aan bij de schrijflustige Manns, zich hyperbewust van hun eigen importantie. Omvangrijke briefwisselingen en talloze dagboeken bleven bewaard. En vrijwel ieder gezinslid publiceerde op zeker moment memoires. Zelfs de moeder, die graag mocht roepen dat er 'in deze familie' toch één moest zijn 'die niet schrijft', liet zich daartoe als hoogbejaarde nog verleiden.

De familie Mann - Geschiedenis van een gezin

(****)

Non-fictie

Tilmann Lahme

Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel.

De Arbeiderspers;

476 pagina's; euro 39,90.

Maar geen biograaf kan alleen de citaten laten spreken. Hij zal ze in een overtuigend verband moeten zetten, liefst zonder al te opdringerig te psychologiseren. Welnu, dat doet Lahme voorbeeldig. Als hij al commentaar geeft, dan in terloopse zinnetjes. Zo schrijft hij over het succes van de Manns als ze eind jaren dertig naar de VS zijn uitgeweken: 'De amazing family krijgt veel bijval - en vergeet ook niet zelf te klappen.' Over de emoties van de erfgenamen rond de postume uitgave van Thomas Manns brisante dagboeken: 'Alle vaders sterven. Deze niet.'

De pater familias komt er bij Lahme beter vanaf dan bij eerdere biografen. Zo noemde Reich-Ranicki hem 'gevoelig als een prima donna en ijdel als een tenor'. De andere Manns, inclusief zijn vrouw, zouden voor hem 'nauwelijks meer dan figuranten' zijn geweest .

Lahme nuanceert dit al te simpele beeld van het kille, egomane genie. Zo eenduidig lag het niet, zoals het in geen enkel leven eenduidig ligt. Want natuurlijk gedroeg de schrijver zich als de zon waarom het universum draaide. En natuurlijk was de roem van de vader voor de kinderen geen onverdeeld genoegen, zeker niet als ze óók literaire ambities hadden. 'Zal ik ooit uit zijn schaduw komen?', schreef zoon Klaus in 1938 in zijn dagboek. 'Houd ik het zo lang vol?'

Lahme nuanceert het al te simpele beeld van het kille, egomane genie

Maar ondanks zijn homo-erotische aanleg hield de Tovenaar wel degelijk van zijn vrouw. En een liefdeloze patriarch kun je hem onmogelijk noemen - zie de zorgzame brieven aan z'n kinderen. In 1946 typeerde zoon Golo hem als 'mijn in vele opzichten lieve, maar in andere weer zeer vervelende vader'. Zoals alle vaders, zou ik bijna zeggen.

Pijnlijker is dat hij zijn genegenheid zo ongelijk verdeelde. Hij was dol op oudste dochter Erika en jongste dochter Elisabeth, maar zag middelste dochter Monika amper staan. Van de zonen - de mooie Klaus, de onhandige Golo, de slome Michael - trof de laatste dat lot. De twee impopulaire kinderen zouden er hun leven lang last van houden.

En de mater familias? Katia komt uit deze biografie tevoorschijn als een krachtige, warme moeder, geestig en intelligent. Haar excentrieke kinderen bleef ze tot diep in hun volwassenheid steunen met wijze raad (en heel veel geld). Hoofdschuddend bezag ze in 1944 hoe het 'voortreffelijke vrouwtje' van zoon Michael hun twee kindjes verwaarloosde ten gunste van hem. Dat, schreef ze aan zoon Klaus 'zou ik toch nooit in mijn hoofd hebben gehaald'.

Inderdaad, ze was een schrijversvrouw van de klassieke soort, die zichzelf wegcijferde voor de grote kunstenaar. Maar blind voor diens feilen was ze niet. Als hij in 1945 haar verjaardag 'volkomen' vergeet, schrijft ze Klaus dat zoiets 'toch wel een beetje lelijk' was. En in haar verder zo gezellig babbelende Herinneringen aan de tovenaar uit 1974 liet ze zich ontvallen: 'Ik wou alleen zeggen: ik heb in mijn leven nooit kunnen doen wat ik had willen doen.'

Dat Lahme volop oog heeft voor Katia's blijmoedig gedragen tragiek is niet de geringste verdienste van dit prachtige boek.