Rodolfo (Sergej Romanovski) en Mimì (Eleonora Buratto) in La bohème.
Rodolfo (Sergej Romanovski) en Mimì (Eleonora Buratto) in La bohème. © Marco Borggreve

La bohème van De Nationale Opera blijft hangen in sfeer van houtje-touwtje

Theater (opera) - La bohème

Als Mimì haar laatste adem uitblaast, met tere stem en snikkend orkest, springen de tranen je bijna in de ogen. Knap hoe het Residentie Orkest uit de voeten kan met dirigent Battistoni's gefladderzwaai.

La bohème (***) Opera, Giacomo Puccini. Regie: Benedict Andrews. Solisten, Koor van De Nationale Opera, Nieuw Amsterdams Kinderkoor, Residentie Orkest o.l.v. Andrea Battistoni. 1/2, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. T/m 29/12.

Met Kerst op komst tuigen operahuizen hun sfeervolste stukken op. Bovenaan staat natuurlijk muziektheater waarin de sneeuw dwarrelt en champagne vloeit. Als bovendien onschuld een rol speelt en onrecht uitnodigt tot een kerstgedachte, springen alle seinen op groen. Dus ruimt De Nationale Opera de decembermaand in voor La bohème, het tuberculosedrama uit 1896 van Giacomo Puccini.

De bohemiens in kwestie zijn jonge twintigers die op kerstavond geen hout hebben om de kachel te stoken. De een schrijft poëzie, de ander schildert. Samen met een muzikant en een filosoof dromen ze wat af, in het Parijse Quartier Latin van rond 1830. Ook over de liefde, die vanwege hun verdomde armoe komt met problemen. Als borduurster Mimì aanklopt, beginnen de radertjes van het drama te draaien. Ze vraagt om vuur, oogt ziekelijk en hoest.

De Australische regisseur Benedict Andrews besloot het stuk over te hevelen naar de moderne tijd. Al doende liep hij wel aan tegen een probleem. Mimì's 19de-eeuwse malheur, tbc, moest een hedendaagse versie krijgen. Welke, dat liet Andrews onhandig in het midden, bij de eerste voorstellingenreeks in 2014. Het gevolg was een avond waarop het tussen liefde en terminale ziekte niet vonkte.

Een jaar later, bij de herneming in Londen, kregen Mimì en haar vlam Rodolfo een heroïnespuit in handen. De Britse muziekpers sprak er schande van. Uitgerekend rond Rodolfo's succesaria Che gelida manina (wat een ijskoud handje) stak de dichter een naald in Mimì's arm.

Dat het Residentie Orkest uit de voeten kan met het fladderzwaaien van dirigent Andrea Battistoni, wekt bewondering

Bij de reprise in Amsterdam zijn de drugs alweer verdwenen. Blijven hangen is de sfeer van houtje-touwtje. Niet in het visuele: de bohemiens hokken samen in een oogverblindende, toneelbrede Ikea-loft van ontwerper Johannes Schütz. De akte in Café Momus laat een Bijenkorf zien vol kinderzang en kerstjolijt. Het sneeuwt sprookjesachtig en als Mimì haar laatste adem uitblaast, met tere stem en snikkend orkest, springen de tranen je bijna in de ogen.

Maar bijna is bij Puccini niet goed genoeg. Aan Thomas Oliemans (muzikant Schaunard) en Gianluca Buratto (filosoof Colline) ligt het niet. Zij waren er in 2014 al bij en acteren misschien daarom het best. De nieuwkomers dwalen rond alsof de zin van de regie-instructies ze ontgaat.

Sopraan Eleonora Buratto zingt Mimì met een warme, heldere hoogte. De stem van tenor Sergej Romanovski (Rodolfo) valt vooral op door breuklijnen in de registers. Dat het Residentie Orkest uit de voeten kan met het fladderzwaaien van dirigent Andrea Battistoni, wekt bewondering. Merkwaardig hoe de jonge Italiaan nu eens een cellomelodie in de glans zet en even later een ritmische climax verprutst.