Kurtág is een monument, bevestigd door deze uitvoeringen
©

Kurtág is een monument, bevestigd door deze uitvoeringen

CD (Klassiek) - György Kurtág

Een van de eigenaardigste eenlingen die de 20ste eeuw heeft voortgebracht is de Hongaarse componist György Kurtág, geboren in 1926. Zijn oeuvre is niet heel omvangrijk en valt op door een uitgesproken kernachtigheid. Zijn werken zijn bondig en bestaan niet zelden uit korte deeltjes die elk de schittering en de compactheid van een diamant hebben.

Asko|Schönberg en Groot Omroepkoor o.l.v. Reinbert de Leeuw, György Kurtág Complete works for Ensemble and Choir (*****), Klassiek.
ECM (3 cd's)

Elf van die composities zijn nu door dirigent Reinbert de Leeuw, het Asko|Schönberg en het Groot Omroepkoor verzameld op de driedubbel-cd Complete Works for Ensemble and Choir. Een ietwat verwarrende titel, omdat het album slechts twee koorwerken bevat. Ensemble and/or Choir was juister geweest, maar dat staat natuurlijk lelijk.

Bijzonder is dat de componist zelf nauw betrokken is geweest bij de opnamen, wat extra belangrijk is omdat zijn muziek zo veel details en nuances bevat dat die eigenlijk niet te noteren zijn.

Er is hier zonder meer sprake van een monument, wat door het peil van de uitvoeringen alleen maar wordt bevestigd. Zo treden in het dubbelconcert voor piano en cello uit 1990 topsolisten Tamara Stefanovich en Jean-Guihen Queyras aan.

Schurende en feeërieke geluiden kunnen pal naast elkaar staan

De elf werken volgen elkaar chronologisch op. Het eerste is Four Cappriccios, een stuk van nog geen negen minuten, dat Kurtág in 1959 begon, in 1970 voltooide en in 1993 nog eens reviseerde - om maar een idee te geven van zijn werkwijze. Het laatste is het al even bondige ensemblewerk Brefs Messages uit 2011.

Teksten en gedichten zijn voor Kurtág een belangrijke inspiratiebron. Van de vier voortreffelijke solozangers heeft sopraan Natalia Zagorinskaya het belangrijkste aandeel, vooral in de naar verhouding omvangrijke cyclus Messages of the Late Miss R. Troussova. Het is fantastisch hoe Kurtág de klanken van het ensemble plooit naar de lading van de tekst, nu eens als met een fijn penseeltje geschilderd, dan weer met grote uitbarstingen, onmiskenbaar modern, maar tegelijkertijd ondogmatisch. Schurende en feeërieke geluiden kunnen pal naast elkaar staan en zelfs parodistische referenties aan marsmuziek en dergelijke ontbreken niet.

Dat de gebruikte teksten allemaal in het Russisch, Roemeens of Hongaars zijn (zelfs de tekst van Becketts What is the Word is vertaald) maakt het voor ons niet eenvoudig te volgen. Maar gelukkig vaagt de muziek een groot deel van die barrière ook weer weg.