Hamel strijkt met opgewekte levenswanhoop langs het bestaan
© RV

Hamel strijkt met opgewekte levenswanhoop langs het bestaan

Boek (poëzie) - Toen het moest

Micha Hamel gaat met bevlogenheid op pad en tikt zichzelf op de vingers met zelfrelativering en snedigheid. Hij gaat tekeer tegen de oppervlakkigheid van de cultuur en bezingt deze tegelijkertijd: ik vind het verontrustend/ dat de dimensie van onrust/ uit mijn leven verdwenen is want/ ik heb een sfeerhaard/ een benzodiazepineverslaving/ en een thee-assortimentsdoos./ (een thee-assortimentsdoos!?)

In 'Maandag of dinsdag' pingelt een jongen voor een meisje met 'eindeloze benen' in een stationshal 'iets diatonisch uit een wereldhit'.

Of dit de zoveelste uiting
van cynische verveling is
waar onze maatschappij
momenteel van overloopt

of dat dit een voorbeeld
van wat mijn collega Dirk
tragisch enthousiasme noemt is -

u mag het zeggen.

Toen het moest

(***)

Poëzie

Micha Hamel

Atlas Contact;
80 pagina's; euro 21,99

Wie mag er nog iets zeggen? De jongen pingelt vals en niet eens echte muziek en 'cynische verveling' is al gevallen en de dichter speelt dat hij zich van een oordeel onthoudt.

In 'Pijn' tast iemand in het duister: Hallo halo/ brandende magmakrans/ verfrommelde iktooi/ met haarscheurtjes/ ... wemel wemel wemel wemel wemel wemel wemel wemel wemel wemel/ Alles is duister/ Niets is zwart/ en overal die hamerende vraagtekens

De woorden verspringen in wisselend formaat over de pagina, met zwarte woordbalken ertussen. Maakt dat het gedicht spannend? Als deze vormexperimenten in de bundel Toen het moest iets suggereren, is het dat Hamel moeite heeft met hoe woorden op een pagina moeten staan. In de gedichten die rustiger ogen, lijkt de enige reden voor het afbreken van regels dat ze rustiger ogen.

Ik lees de woorden 'pijn' en 'paniek' en dat deze aan elkaar zijn verbonden, terwijl ze op de pagina uit elkaar vallen. Ik zie herhaling en een uitbundige verzameling kleine variaties. Maar Hamel maakt pijn daarmee nog niet invoelbaar of inzichtelijk.

Hamel creëert spanning door amper aan het leven te raken, maar er wel flarden van op te roepen. Deze gedichten blijven aan de oppervlakte van grote onderwerpen als levensangst en het onvermogen vorm te geven aan het bestaan. Met opgewekte levenswanhoop strijkt Hamel erlangs.

Als een aanhoudende cliffhanger is het moment van door de oppervlakte breken steeds onder handbereik.

Het leven is op afstand, al staat de dichter er middenin.