Een onaangepast mens

Vaantje, ofte wel Harry Vaandrager en familielid van zijn roemruchte stadgenoot Vaan (Cornelis Bastiaan, 1935-1992), levert iedere 32 jaar een dichtbundel af....

Als Harry Vaandrager analfabeet was, zou hij het liefst de hele dag neuken. Maar hij is geen analfabeet, dus leest hij, van ’s morgens vroeg tot diep in de nacht. Het schone geslacht vindt het maar wat ongezellig, al die boeken op zijn slaapkamer. Nou, daar moeten ze maar aan wennen. Ze moeten trouwens aan alles wennen, van hem. Hij is een onaangepast mens. Hij heeft het lekker zo, met al die boeken in zijn woonkamer, gang, werkkamer en keuken.Je moet de tijd stukslaan, en dat gaat beter met een volle kast Spinoza. Hij leeft van boek naar boek, op zoek naar het ultieme boek.Kijk hem daar eens zitten, deze 55-jarige Rotterdamse dichter. Wapperende zijden sjaal om de nek, halflange haren, gekleurde leesbril. Sigaret in de hand, liefst al een cavaatje erbij. Hij leest voor, met indrukwekkende dictie:Geen gekutkamSpeel de chicks nat van zwaarmoedigheid,Speel ze dronken van blauwSpeel ze verrotSpeel valsHij is een honderd procent heden-man. Vooruit kijken zegt hem geen lor, en interesse voor zijn eigen verleden heeft hij niet. Zijn biografie is leeg en kaal, zegt hij, alsof het een superieure vorm van zijn betreft.Laatst vond-ie de dagboeken die hij als vijftienjarige had volgeschreven. Die dagboeken waren best aardig van stijl, en wat opviel waren de door de jongeling geformuleerde ambities. Zet je schrap, daar komen ze:1. Ik ga niet in militaire dienst.2. Ik ga niet trouwen voor mijn veertigste.3. Ik ga zo weinig mogelijk werken.4. Ik verwek geen kinderen.5. Ik ga door eigen ingrijpen van de aarde.Alleen dat laatste heeft hij tot op heden niet waargemaakt, wat de andere voornemens betreft, is het verdomd goed uitgepakt. Hij deed vervangende dienstplicht bij diverse instellingen, en wendde daar ziekten voor, en toonde zich een meester in het te laat komen op het werk.Dat trouwen, dat is er gelukkig helemaal niet van gekomen. Hij heeft ooit een half jaar samengewoond, maar dat werd niks. Zijn levenshouding als Harry Vaandrager zijnde, is voor een ander moeilijk te pruimen.Zijn vader zei het al: hard werken levert niks op. Hij liep ook weleens langs kantoren in Rotterdam, en dan zag hij al die snuiters zitten, op hun stoel, achter een bureau. Verdomme, zoiets moet je jezelf toch besparen. Over punt vier kan hij kort zijn: hij heeft zich vóór zijn dertigste laten steriliseren.Zijn 84-jarige vader heeft dat ook, met die boeken. Die staat elke dag om drie uur op, en begint met een gedicht van een dichter die op die dag, in een ander jaar, is overleden. Achter z’n bureau slaat hij vervolgens de Spiegel van de Chinese poëzie open, en daarna een bloemlezing over zoiets als bomen. Zijn vader leest de hele dag, want iemand moet toch al die boeken lezen. Hij werkte tot zijn zestigste in de elektrotechniek, maar daar vertelt vader Vaandrager nooit over. Het waren twee gescheiden werelden. Zelfs zijn werkschoenen mochten niet binnen staan.Elke dag brengt Harry zijn vader een boek. En als dat boek heel goed blijkt te zijn, krijgt hij de wind van voren: waarom ben je hier niet eerder mee gekomen, man.Als kind zat Harry zich verrot te vervelen bij De Slegte, en ging het beloofde waterijsje niet door omdat vader het geld had uitgeven aan boeken. Op vakantie gingen ze nooit, want waarom zou je op vakantie gaan als je Shakespeare in huis hebt. Vader zegt weinig, maar als hij gaat praten, dan is er geen houden meer aan. Over de dichter Jan Hendrik Leopold (1865-1925) zijn ze het overigens eens: dat is de grootste Nederlandse poëet.Hij heeft de gedichten van zijn zoon gelezen, ook de nieuwe bundel: Wat telt is van niets gemaakt.Vaandrager senior: Harry, het zijn best goede gedichten, surrealistisch en zintuiglijk.Hij is dus dichter, en eigenlijk is dat een gek verhaal, met die nieuwe bundel. Het is pas zijn tweede bundel, terwijl hij in 1978 al debuteerde met Langs toendra’s. Vraag: Wat heb jij in hemelsnaam in die 32 jaar gedaan, Harry?Duivels weinig, om eerlijk te zijn. Luiheid is zijn beste maar ook zijn slechtste eigenschap. Het begon allemaal zo mooi, midden jaren zeventig. Hij had wat gedichten geschreven, en die zomaar opgestuurd naar De Bezige Bij, zeker toen de belangrijkste uitgever van het land. De uitgeverij reageerde meteen: jou willen we hebben, maar je moet er een paar bijmaken. In twee dagen ramde hij ze eruit, in een rush. Zo moeilijk was het ook weer niet. En toen gebeurde het, hij had toevallig een baantje op een kantoor. De telefoniste sprak de legendarische woorden: ‘Remco Campert aan de lijn voor je.’ Campert, toenmalig poëzieredacteur, wilde een afspraak maken om de bundel door te spreken. Op het kantoor kon Harry niet meer stuk – het is toch niet niks als de grote Campert je zomaar aan de lijn wil hebben.Aan de Rotterdamse Binnenweg, in café Me Lief Bender, troffen ze elkaar. Hij was lovend over de bundel, en op de achterflap kwam te staan: ‘Met Langs toendra’s meldt zich een intrigerende nieuweling.’Na het verschijnen van de bundel volgden wat recensies en optredens. Bij de opening van het Zuidplein Theater stond hij op hetzelfde podium als die andere Vaandrager uit Rotterdam, eveneens uitgegeven door De Bezige Bij: Cornelis Bastiaan Vaandrager, kortweg Vaan, waar Harry kortweg Vaantje heet. Een legendarisch figuur in de Rotterdamse sien. Een uitzonderlijk begaafde en zeer destructieve junk, die dus een achterneef was. Vaandrager goot zijn dagelijkse shit in readymades en gediggies als: ‘De kroketten in het restaurant/ zijn aan de kleine kant.’Als je Vaan een tientje leende, kreeg je ’t trouwens nooit terug, weet Vaantje. Uit marketingoogpunt heeft hij die achternaam behouden, want zo kan hij toch meeliften op de mythe van zijn fameuze naamgenoot.Toen die debuutbundel er eenmaal lag, vond Harry er niks aan. Het was niet goed genoeg, veel overdreven gekwelde jongelingengeleuter. Hij moest heel veel gaan lezen, dat leek hem de beste oplossing. Dan zou het vanzelf beter worden. Ja, toen kwam Leopold in zijn leven, en Guido Gazelle, de ontdekking dat muzikaliteit een grote rol in je poëzie kan spelen. De Franse surrealisten: jezus, die Michaux. De trilogie van Samul Beckett, zijn literaire held.Hij kon niet meer stoppen, raakte totaal begeisterd, tot op de dag van vandaag. Ho ho, denk niet dat hij volkomen verliteratuurd is, hoor. Hij leeft wel in een boekenkast, maar alleen in letterlijke zin.Bezige Bij-baas Geert Lubberhuizen had hem na zijn debuut vaderlijk toegesproken: Harry, als jij denkt van die gedichten te kunnen leven, dan zit je er naast. Dus moest hij wat verzinnen. Journalistiek was een optie, maar journalisten moeten veel te hard werken, dus dat viel af. Reclame was een andere mogelijkheid, vooral vanwege dat snelle cashen. Vier regels, in opdracht van een reclamebureau, op een zondagmiddag in elkaar getimmerd, terwijl iedereen vanwege de naderende deadline in de stress zat. Hij hield het jaren vol. Waar hij wel wat aan moest doen, op een gegeven moment, was zijn flat. Hij zag door de boeken het daglicht niet meer omdat de ramen waren gebarricadeerd. Hij kon niet meer lopen in zijn eigen huis. Eruit, met die boeken, hij is toch geen verzamelaar, maar een lezer. Hij bedacht een boekwinkel op internet, Pessoa.En zo kon het op een dag gebeuren dat hij via zijn boekwinkel in contact kwam met de schrijfster Eva-Maria Staal, auteur van Probeer het mortuarium. Ze bestelde een poëziebundel, en ze raakten in gesprek. Op een dag las ze zijn debuut, nu een jaar geleden, en zei: hee Harry, dat is toch best geinig, die debuutbundel. Ga toch eens aan de slag, met dat dichten.Vooruit, daar raakte Harry, Harry de luie dichter, weer aan dichten. Jezus, het ging vanzelf, hij kwam in een flow, en hij had zijn toon gevonden. Voor hij het wist had hij een bundel, en kon hij niet meer stoppen: hij pakt nu door met een prozadebuut, waarvan hij inmiddels tweederde gereed heeft: Aan barrels.En weer die stem, de eerste regels van het boek:Nee. Nee. Nee nee nee. Het is nee, en het blijft nee. Duidelijk? Niet anders dan nee. Voor altijd nee. Drie lettertjes, zo moeilijk te begrijpen?Een schilderij van Jeroen Bosch, dat is wat dit boek moet worden. Een zeer ongemakkelijk boek. Je moet niet bang zijn om een volkomen mislukt boek te schrijven.Ja, hij zal wel weer zijn eigen glazen ingooien, maar wat kan het hem bommen. Het wordt beter dan wat al die andere opgeblazen kutschrijvers maken. Ze missen incantaties en een dosis punk. Je zou het stijl kunnen noemen. Zo dat is er uit. Kom maar op. Hij kan best wat vijanden gebruiken.