Deze razendsnelle Romeo en Julia is soms totale nonsens, maar vaak ronduit briljant

Theater - Toneelgroep Oostpool

Deze razendsnelle, blasfemistische Romeo en Julia is soms totale nonsens, maar ook geestig en vaak ronduit briljant. Een futuristisch taalbrouwsel mengt hoog en laag, slang en hipsterjargon.

Romeo en Julia
Theater
****
Door Toneelgroep Oostpool
Gezien: 6/1, Huis Oostpool, Arnhem. T/m 24/3.

Soms is het totale nonsens maar vaak niet minder dan briljant

De taal buitelt en tuimelt en stuitert en duizelt. Shakespeare on speed is het, de bewerking die Kasper Tarenskeen en Jan Hulst maakten van Romeo en Julia voor Toneelgroep Oostpool. Met dezelfde taalwellust als de oude bard, maar barstensvol slang, hipsteridioom en social media speak. Hulst en Tarenskeen mengen hoog en laag, toen en nu, plat en poëtisch zo gretig en virtuoos dat een verbijsterend, fonkelnieuw taalbrouwsel ontstaat, niet gewoon eigentijds maar zelfs futuristisch. De verklarende woordenlijst in het programmaboekje, die termen als 'gedroned', sloer, emo-joch en necro-boy toelicht, is niet alleen geestig maar ook echt nodig (voor iedereen boven de 30).

De twee gingen verrukkelijk blasfemisch te werk. Het tempo ligt hoog, er wordt lekker hedendaags gevloekt (kanker! chill de fuck down!) en de humor staat fier voorop: tragedie werd komedie. Maar verrassend genoeg doen ze Shakespeare ook eer aan, met mooie monologen en rake metaforen, en in ritme, metrum en melodie.

Het duo situeert de 'star crossed lovers' gewoon in middeleeuws Verona, maar ook weer niet, want door de acteurs wordt daar vaak ironisch op gecommentarieerd. Ze husselen, mixen en samplen historische episodes, larderen de tekst met anachronismen (ezeltje datum-prik) en lenen handig bij de hedendaagse popcultuur, van Kendall Jenner tot Game of Thrones. Soms is het totale nonsens maar vaak niet minder dan briljant: in een taal en stijl die zicht bieden op de toekomst.

De epische 'battle' tussen de twee families wordt een strijd tussen de seksen

Jan Hulst en Kasper Tarenskeen

Jan Hulst (1987) en Kasper Tarenskeen (1988) maken samen theater-producties bij Frascati.

Hun voorstelling Scheeps-Horeca (2016) kreeg lovende recensies en werd genomineerd voor de BNG Nieuwe theatermakersprijs. In januari 2017 maakten ze Buut! De naderende dood, waarin kleine en grote existentiële hipster-kwesties slim werden gefileerd. De Volkskrant prees hun 'kankervette turbotaal'. Het duo heeft een onmiskenbaar unieke, absurdistische theatertaal, noem het post-postmodern, waarin genres, stijlen en tijden moeiteloos worden gelijkgeschakeld en gemengd, en die een groot historisch bewustzijn paart aan een feilloos gevoel voor nu.

Regisseur Marcus Azzini en zijn sterke acteurs voelen zich in dit doldwaze universum zichtbaar zeer senang. De Montagues (hier buddies Benvolio, Mercutio en Romeo) zijn even opgefokte als lusteloze corps-studenten - hun testosteron is springstof, verveling de motor van hun moordlust. Bij Yannick Jozefzoon (Mercutio) borrelt de agressie mooi onder de oppervlakte, de Benvolio van Bart van den Donker is innemend adolescent verward; even cool als kwetsbaar. Hun wereld is die van het dispuutshuis: met torens van colakratjes, plastic meubilair op z'n kant en rijen brandblussers - alles vuurrood. Het diapositief is de blauwe vrouwenwereld van de Capuletti's: moeder Capuletti (Mirjam Stolwijk), voedster Donna (Eva van der Gucht), de gekwelde Tebaldo (mooie, gestoorde rol van Chris Peters) en natuurlijk Julia: hier een boosaardig vuilbekkende dertienjarige ('Jezus, mam! Wat is er nou zo kankerbelangrijk?'), die van de innemende Dieuwertje Dir toch de juiste dosis schattigheid mee krijgt.

De epische 'battle' tussen de twee families wordt zo een strijd tussen de seksen. Tussen die twee werelden laveert de kwikzilveren Lorenzo, een intrigerende rol van Thomas Cammaert. Hij maakt van Lorenzo een lenig soort tijdreiziger, een ongrijpbaar wijs wezen, ver verheven boven het aardse gekrakeel, vermoeid door de menselijke neiging tot wreedheid, maar hopend op verzoening en vrede. Zijn rol houdt het midden tussen heilige en straatcoach, en Cammaert balanceert knap tussen zalvend en cynisch.

Abe Dijkman is een zeer charmante Romeo, bronstig en gekweld tegelijk

En dan zijn er de twee gedoemde geliefden, spil van de voormalige tragedie. Heel mooi is hun ontmoeting op het feest bij de Capuletti's: nieuwsgierig en verlegen, hitsig maar teder, de tienerverliefdheid volkomen invoelbaar. Abe Dijkman is bovendien een zeer charmante Romeo, bronstig en gekweld tegelijk; een stiekeme romanticus met een ondeugend lachje.

Waar vaart en humor uiteindelijk zouden moeten omslaan in droefheid en bezinning, lukt dat niet helemaal: de kloof tussen camp en contemplatie is te groot. Maar daar lijkt het de makers ook niet om te doen: ze beslissen zelfs de tragische slotscène met dubbele zelfmoord niet te spelen. In plaats daarvan reflecteert Lorenzo weemoedig op het stuk, en op het lot van de geliefden in het belang van vrede. Waarom moesten zij dood? Waarom is dat nodig? En waarom willen wij dat vijfhonderd jaar na dato nog steeds zien? Met die woorden weet Lorenzo uiteindelijk de gewenste existentiële ontroering te wekken.