De kunst van de zelfmoord

HET RAADSEL van de zelfmoord begint met de schroom om er over te schrijven, soms zelfs met de schroom om alleen dat woord al te gebruiken, zelfdoding heet het dan....

Zo is het niet altijd geweest. De eerste beroemde zelfmoord in de literatuur is die van Jokaste, Oedipus's moeder, die met haar zoon had gepaard en kinderen van hem had gekregen. Haar zelfmoord werd door de Griekse tragedieschrijvers voorgesteld als een eervolle vlucht uit een ondraaglijke situatie. Homerus beschreef zelfmoord zonder commentaar, als iets natuurlijks en meestal heroïsch. Uit de antieke legenden spreekt die houding ook: Aegeus wierp zich in de zee die daarna zijn naam kreeg. In Athene en de Griekse nederzettingen Marseille en Keos stond de gifbeker ter beschikking van wie wilde sterven: 'Hij die niet langer wenst te leven zal zijn redenen voorleggen aan de senaat en, wanneer hij de toestemming daartoe heeft verkregen, het leven vaarwel zeggen. Wie het bestaan haat, hij sterve; wie het noodlot heeft gebroken, hij drinke de gifbeker; wie terneergebogen is door verdriet, hij late het leven varen. Wie ongelukkig is zal zijn leed bekend maken, de magistraat zal hem het middel verschaffen en er zal een eind zijn aan zijn lijden.' Dat citaat ontleen ik, met de genoemde voorbeelden, aan A. Alvarez' klassieke studie over zelfmoord: De wrede god (1971). In het antieke Rome was het, volgens Alvarez, niet anders. Seneca schreef: 'Dwaas, waarover treurt ge en wat vreest ge? Waar ge ook kijkt, daar vindt ge het einde van het euvel. Ziet ge die gapende afgrond? Hij leidt naar de vrijheid. Ziet ge die stroom, die rivier, die put? Daarin woont de vrijheid. Ziet ge die ellendige, uitgedroogde, onvolgroeide boom? Aan elke tak hangt de vrijheid. Uw nek, uw hals, uw hart zijn evenzovele wegen om aan de slavernij te ontsnappen. Vraagt ge de weg naar de vrijheid? Ge kunt hem vinden in elke ader van uw lichaam.'Het christendom ging daar anders over denken toen het werd geteisterd door een zelfmoordmanie onder de vroege christenen. De kerk verbood zelfmoord, zonder daarvoor steun te vinden in de Bijbel. Het Oude Testament meldt, zonder enig oordeel, vier gevallen van zelfmoord: Simson, Saul, Abimelech en Achitofel. Het Nieuwe Testament behandelt de zelfmoord van Judas als iets dat hem eigenlijk siert en Jezus' sterven werd door de vroege kerkvaders als een soort zelfmoord gezien: hij had vrijwillig zijn leven geofferd. Pas in de zesde eeuw werd zelfmoord door de christelijke kerk verboden, als een speciale uitleg van het zesde gebod: 'Gij zult niet doden.'Zelfmoord werd een doodzonde en dat is nog lang zo gebleven. Ondanks de Renaissance, waarin Montaigne weer een welsprekend pleidooi hield voor de zelfgekozen gifbeker van de klassieken; ondanks de Verlichting, waarin de menselijke redelijkheid het scheen te winnen van christelijk gemoraliseer; zelfmoord werd pas weer op een voor iedereen overtuigende manier uit de sfeer van schrille veroordeling gehaald toen Emile Durkheim het tot onderwerp maakte van wetenschappelijk onderzoek in Le suicide: Etude de sociologie (1897). In welke bevolkingsgroepen komt zelfmoord het meest voor en is daar misschien een verklaring voor? Dat was zijn project, dat nu nog het denken min of meer bepaalt: ze was gescheiden, werkloos, kinderloos, lelijk, ziek en in de overgang - ja, maar niet iedereen die er zo aan toe is maakt zich van kant en waarom zij nu juist wel? Of waarom al die anderen niet? Het raadsel blijft, ondanks Durkheim en de velen die zijn werk hebben voortgezet, aan statistieken heb je niks als iemand in je omgeving zich van kant heeft gemaakt. Dat is nog altijd een onvoorstelbare ramp, die een radeloos makende emotionele ravage aanricht en je onverbiddelijk voor de vraag stelt: waarom?'Men heeft de zelfmoord altijd slechts als een sociaal verschijnsel behandeld', schreef Albert Camus in De mythe van Sisifus (1940). 'Hier daarentegen, gaat het er in de eerste plaats om naar het verband tussen het individuele denken en de zelfmoord te vragen. Een dergelijke daad bereidt zichzelf voor in de stilte van het hart als een kunstwerk. De mens zelf weet het niet. Op zekere avond schiet hij of springt in het water. Men vertelde mij eens van een handelaar in onroerend goed, die zich van het leven beroofd had, dat de man vijf jaar tevoren zijn dochter had verloren en dat hij sindsdien erg veranderd was, en dat die geschiedenis ''hem ondermijnd had''. Men kan zich geen juistere uitdrukking wensen. Wanneer men begint te denken, begint men zichzelf te ondermijnen. De maatschappij heeft met dat eerste begin niet veel uitstaande. De worm zit in het hart van de mens. Daar moet men hem zoeken.' Nadat Durkheim de zelfmoord uit de sfeer van de moraal had getild, haalde Camus hem vervolgens weg uit de sfeer van de sociologische statistiek: 'Zich van het leven beroven betekent in zekere zin, net als in een melodrama, een bekentenis doen. Men erkent dat men door het leven overwonnen is of dat men het niet begrijpt.'De zelfmoord als kunstwerk, volgens Camus, is dat nu nog steeds het laatste woord? Sinds Camus is er maar heel weinig zinnigs meer over gezegd, jawel, ik vrees dat we het daar nog steeds mee moeten doen. Is dat ook een bruikbaar inzicht? Nou ja, dat moet je mij eigenlijk niet vragen, want ik heb me er mee gered toen een vriendin zich van het leven beroofde. Dat knaagt als een worm in je hart: als ik dit had gedaan of dat had gezegd, had ze dan nog geleefd? Je hebt gefaald, daar komt het op neer, je schaamt je en voelt je schuldig en omdat dat zo'n rotgevoel is ben je ook nog eens kwaad op haar, maar bij wie moet je die woede eigenlijk deponeren? Zou mededogen niet meer op zijn plaats zijn? Ja, maar waar moet je heen met je mededogen? Zo tolt een zelfmoord rond door je hoofd, je weet er geen raad mee, nee, hij zou er eigenlijk niet mogen zijn, die zelfmoord, o, dat harde woord alleen al, met moord er in, alsof het een misdaad is, waaraan jij medeplichtig bent. Maar jij een misdadiger? - o nee, zelfdoding dan maar liever, dat klinkt niet zo cru en stinkt wat minder naar medeplichtigheid, ach, ja, wat is verdriet toch een moeras, je wil er uit weg, natuurlijk, maar bij elke stap zuigt de modder al weer aan je voeten, dat is wat een zelfmoord met je doet.Zo moet het ook haar zijn vergaan: die donkere modder van het leven, waar je in vastloopt en die je omlaag zuigt naar de dood. Dat is identificatie, maar daar moet je niet te ver in gaan, want anders rouwen ze straks nog voortijdig om jou, nee, je moet een manier zien te vinden om er verstandig mee om te gaan, nou ja, wat heet, het verstand staat er bij stil en de hallucinaties zijn niet van de lucht: daar gaat ze, daar staat ze, nee, daar gaat een ander, daar staat een ander, je beeld je maar wat in. Rouw heet zoiets, de moderne wetenschap heeft daar een proces van gemaakt, rouwproces, jawel, dat troost, dat het een proces is, dat er eens een eind aan komt en de wetenschap wordt bedankt, twee jaar schijnt er voor te staan, voor zo'n proces, we danken de moderne wetenschap voor deze inlichting, die je geen fluit helpt. Waarom heeft ze zich van kant gemaakt, dat wil je weten, en daarvoor hebben ze op de universiteit nog niet doorgeleerd, nee, daarvoor moet je in je eigen hart kijken en, met terugwerkende kracht, in het hare en dan moet je een verstandhouding zien te vinden met het feit van haar zelfmoord.Trots was ik, omdat ze er niemand mee heeft lastig gevallen: ze gooide zich niet voor een trein en heeft geen machinist een trauma bezorgd, ze wierp zich niet van een gebouw met gevaar voor de voorbijgangers, ze heeft ook geen arts in verlegenheid gebracht met de vraag om de verlossende injectie - ze heeft al haar rekeningen betaald, de afwas gedaan, het huis opgeruimd en wat vriendelijke afscheidsbriefjes geschreven voor ze het water in is gelopen, zo was ze: niemand tot last. Tot in haar dood bescheiden, intelligent en smaakvol - daar ben ik trots op, godbetert, maar ik kan het niet ontkennen, o nee, daar ben ik nu onnoemelijk trots op, dat ik zo iemand heb gekend, die zichzelf zoek maakte als een kunstenaar in haar kunstwerk. Ik heb er een ander kunstwerk tegenover proberen te stellen, nee, daarmee bedoel ik niet dit krantenstuk, maar De spiegel en de blinde.Wat is een kunstwerk? Dat is een raadsel dat vraagt om te worden opgelost, dat tientallen oplossingen in zich draagt en dat zich tegelijk tegen iedere oplossing verzet. Wat dreef Hamlet? Dat raadsel houdt hem voor altijd in leven en zo is het ook met zelfmoord: je draait er omheen, je graaft in je zelf en het blijft, hoe dan ook, een raadsel. En nu we, in onze contreien tenminste, de godsdienst niet meer hebben als troost, blijft alleen de kunst ons nog over. Le Maire heb ik haar genoemd in mijn verhaal, mijn overleden vriendin, De Meester, omdat ze tenslotte al wat haar bezielde heeft uitgedrukt in het kunstwerk van haar zelfgekozen dood, een andere manier om zich uit te drukken had ze niet. Maar wat bezielde haar dan? Mijn verhaal zoekt naar een antwoord, wordt zichzelf een raadsel en heet De spiegel en de blinde. Die titel behelst eigenlijk alles wat ik over zelfmoord te zeggen heb en dat is dus niet grappig, ja, kom op zeg, hoor ik mijn overleden vriendin al zeggen, maak me liever nog eens aan het lachen.Buster Keaton, help me! In Hard Luck uit 1921 is het nacht, Buster wil een eind aan zijn leven maken en in de verte komen de twee koplampen van een auto hem tegemoet. Dat brengt hem op een idee: hij hurkt midden op de weg, twee koplampen vliegen op hem af en dan blijken het twee motorfietsen te zijn, die hem aan weerszij passeren. Zelfmoord mislukt. De hele film bestaat uit pogingen om zich van het leven te beroven, maar wat hij ook doet, het lukt niet: hij gaat op de rails liggen en de trein komt niet, hij drinkt een fles landbouwgif leeg en wordt alleen misselijk, hij springt van een toren en belandt op een wagen met hooi. Buster raakt verveeld en ik ook, want het moet een keer ophouden. Zou het misschien eindelijk eens kunnen ophouden?