De drijftillen van 1951

In zijn nieuwe roman Gran Café Boulevard doet Lieske niet iets volkomen anders dan in voorgaand werk, waarvan de sterk inzettende maar stilaan in artificieel gedaas ontsporende roman Franklin (2000) het bekendst is geworden door de bekroning met de Libris Prijs. Maar dit keer doet de auteur het stukken beter.Je moet je leven zelf vormgeven en organiseren, het regisseren als een amusant blijspel, is de opvatting van een van de drie belangrijkste personages, Taco Albronda. Als visum- en paspoortvervalser reist deze man, met een gepommadeerde pruik op het hoofd en onder het pseudoniem Alexander Rothweill, via Parijs naar het noorden van Spanje. Vanwege het corrupte Franco-bewind komt hij in 1951 in zodanige problemen, dat hij rechtsomkeert moet maken. Hij gaat er vandoor, met medeneming van zijn geliefde Pili (van Pilar) Eguren naar de drassige Braassemstreek nabij Leiden, waar hij zijn puberteit doorbracht met zijn oorspronkelijk uit Groningen afkomstige ouders, twee zusjes Hanna en Pieke en de jongere broer Fedde.De laatste vertoeft intussen in zijn eentje nog steeds op een steenworp van het ouderlijk huis. Een zonderlinge primitieve stinkerd die - jenever drinkend, koude bonen nuttigend, Shakespeare lezend en zijn vrienden de vleermuizen bestuderend - een vreemde eend in de Zuid-Hollandse bijt is gebleven.Taco (van 1910), Fedde (1917) en Pili (1926) hebben alledrie in hun jeugd drama's meegemaakt. De jongens hebben op zekere dag hun ouders verloren door een bizar ongeluk, en daarna zijn de twee zusjes spoorloos verdwenen - wie weet verzwolgen door het moeras. Pili's ouders zijn door Franco-aanhangers omgebracht, waarna zij twee jaar als varkenshoedster heeft rondgezworven, voordat ze in een nonnenconvent terechtkwam, om daar weer uit gehaald te worden door haar oom en tante in Bilbao.Kortom, op onzachtzinnige wijze zijn ze alledrie van hun jeugd beroofd. Tegelijk heeft die ontworteling hen in zekere zin vroegrijp gemaakt voor het realiseren van de mogelijkheid het leven in eigen hand te nemen, risico's te wagen, zich niet gedwee aan te passen aan de verwachtingen van derden.Aldus samengevat lijkt Gran Café Boulevard een wat voorspelbare exercitie. Natuurlijk staan deze drie personages - de ene man (Fedde) ingekeerd, de andere (Taco) werelds, de vrouw (Pili) daartussen zwevend als mysterieuze schoonheid - tezamen voor het avontuur dat ook deze schrijver voorstaat, en dat grofweg gesproken het schrijvers avontuur bij uitstek is: aan de werkelijkheid en het noodlot is weliswaar niet te ontkomen, maar in het besloten universum van het boek mag het individu dat de pen hanteert zelf de lakens uitdelen. Zodat de droom en de illusie op zijn minst een even groot aandeel verkrijgen. Lieske zou niet zonder kunnen.Maar waar hij de vrijheid van de schrijver in vroeger werk als de romans Nachtkwartier (1995) en Franklin als vrijbrief gebruikte om een eind weg te associëren, houdt hij dit keer de teugels strak. Dat is de winst van deze roman, en die is niet gering. Het staketsel moge simpel zijn, de uitwerking is wervelend.Slechts een paar keer frons je de wenkbrauwen. Bij een Spaanse adellijke familie krijgt Alexander 'een bord gebak' voorgezet, terwijl Lieske had horen te weten dat de adel vanzelfsprekend alleen táárt kent. En als de prettig gestoorde Fedde een stuk proza in een schriftje kwakt, voor niemand anders dan hem zelf bestemd, staat daar ineens: 'Het gevolg is dat wat ik schrijf, niet allemaal salonfähig is.' Dat is een mededeling voor derden, voor het publiek - en die is afkomstig uit de koker van Lieske, niet uit die van een eenzelvige kwant. Tegen het eind van het boek steekt Taco/Alexander tegenover twee rechercheurs van politie een monoloog af, zo weelderig en bloemrijk van taal dat je heel zeker weet dat die kerels niet van vlees en bloed zijn maar van papier; normaliter hadden ze de verdachte gedwongen zich te beperken tot een weergave van de feiten. Voor literair gelul hebben díe types echt geen tijd. Als gezegd zijn dit uitzonderingen, vergeeflijke afzwaaiers, in het niet vallend bij het machtsvertoon dat Lieske bijna constant ten toon spreidt. Soepel en gezwind strooit hij met woorden en zinnen die naadloos aansluiten bij Taco's vurige verlangen - als het geen overtuiging is - het bestaan als een regisseerbaar spektakelstuk in te kleden.Pili gaat het convent in: 'Een naar soep ruikend ontvangstkamertje, terugtrekkende beweging, geluid van sleutel en zenuwhoest.' Zo leidt Lieske een hoofdstuk in: 'Zegge, riet en witte schermbloemen: de natte uithoek van Europa waar Taco heen reist. Het is 1951.' In de Kagerplas blaast de wind plantjes bij elkaar tot drijvende eilanden: 'Voortbewogen door geheimzinnige krachten komen de drijftillen nader, onder aanvoering van de giftige witte schermbloemen van de waterscheerling die als een onbetrouwbare zuiderling over geparfumeerde wapens beschikt en achter zich altijd het lansiersleger weet van de groene aren van de cyperzegge.'In dit soort passages excelleert Lieske, en het is niet verwonderlijk dat het moerasgebied zijn grote interesse heeft: het scharnierpunt tussen twee werelden. Je ziet een roerloos oppervlak, maar daaronder gaat wonder wat schuil. Ga erop staan, en je dondert een peilloze diepte in.Dat het daar weldadig toeven kan zijn, vrij van buitendruk, in diepe harmonie met je intiemste fantasie, nog nét binnenwerelds van de wereld zijn; door die gedachte wordt dit ogenschijnlijk zo aardse sprookje gedragen. De uiteindelijke letterlijke ondergang van Fedda, Taco en Pili is dan ook allerminst een nederlaag. In een majesteitelijke slot scène maakt Lieske duidelijk dat hij de personages uit liefde laat verzuipen: al met al is het beter kopje onder te gaan in waterwonderland, dan bovengronds de wederopbouw (asfalt, winkelcentra, de kanker van de moderne verstedelijking) te moeten ondergaan.Lieske's heimwee naar 1951 word je in Gran Café Boulevard zeldzaam tastbaar aangereikt. Met uitzondering van degene die een boek leest als een politiedossier (wie deed wat, hoe laat en waarom?), kan ook iedereen - prozaïsch, poëtisch of van huis uit niks - erdoor worden aangeraakt.Tomas Lieske: Gran Café Boulevard.
Querido; 365 pagina's; euro 17,95.
ISBN 90 214 7293 7.