Scène uit Volpone door Dood Paard
Scène uit Volpone door Dood Paard © Sanne Peper

De acteurs in Volpone zijn de ware helden

Theater - Volpone (Dood Paard)

Dood Paard heeft zijn subsidie verloren, maar móét doorspelen, want zonder deze groep is het in het theater minder leuk. Strak gespannen en vol overgave verrichten de acteurs hier een krachttoer.

Volpone (theater)

Van: Ben Jonson

Door: Dood Paard

29/10, Frascati, Amsterdam. Tournee

'Geld is zo veel lekkerder dan talent', zegt de intrigant Mosca tegen zijn baas Volpone. Geld, geilheid en talent - dat zijn de drie elementen die in de voorstelling Volpone van Dood Paard vechten om de eer. Waardoor laat de op macht, seks en geld beluste mens zich leiden en hoe verlagen we ons om aan die hebzucht tegemoet te komen?

Daarover schreef Shakespeares tijdgenoot Ben Jonson een komedie met duistere kanten, gerelateerd aan het literaire genre van het diergedicht. Volpone betekent vos in het Italiaans, het sluwe dier dat in dit geval omringd wordt door personages die lijken op ratten, gieren, raven en insecten. Volpone is een steenrijke Venetiaanse magistraat die een ziekte fingeert en vervolgens een stoet onderkruipers aan zich voorbij ziet trekken. Zij zijn bereid alles op te offeren om bij Volpone in het gevlij te komen. Aan het eind van het stuk is een rechtszaak het middel om de moraal weer in het gareel te krijgen.

Opgeleukt

Zonder Dood Paard is het in het theater minder leuk

Volpone wordt niet vaak in Nederland opgevoerd. In 1979 ging het stuk in première bij de Haagse Comedie; De Paardenkathedraal speelde in 2000 een bewerking van Hugo Claus met als titel De vossenjacht. Dood Paard heeft het stuk nu zelf bewerkt en opgeleukt met een paar terzijdes over het vak van toneelspelen. Opgeleukt is hier overigens positief bedoeld, want voor de goede verstaander gaat deze Volpone ook over Dood Paard zelf, de groep die zijn meerjarige subsidie heeft verloren, maar wel door wil spelen. En móét spelen, want zonder Dood Paard is het in het theater minder leuk.

Jorn Heijdenrijk is om op te vreten zo goed

Meteen bij het begin wordt duidelijk dat deze voorstelling een bonte kermis gaat worden, een uitzinnige verkleedpartij vol geschmier en vette effecten. Alleen al die kostuums, en die rommelzolder aan attributen: van ballonnenopblaaspomp tot verfkwast en pepermolen. De vele personages worden door slechts vijf acteurs gespeeld en het gaat allemaal zo snel dat er aan alle verwikkelingen aanvankelijk geen touw vast te knopen valt. Wie is wat, waarom doen ze zo mal, wat is nu precies het dilemma?.

Maar gaandeweg wordt duidelijk dat deze strak doorgevoerde, overdreven aangezette speelstijl goed werkt: petje op, hoedje af, rollende ogen, gillende actrices, smijten met babypoeder, rookgordijnen en echte gordijnen als in een poppenkast - alles illustreert deze mallemolen van menselijk handelen. Met toch nog een mooie moraal aan het eind.

De acteurs zijn de ware helden. Strak gespannen en vol overgave verrichten zij hier een krachttoer: Manja Topper, Kuno Bakker en Gillis Biesheuvel op volle kracht, de jonge Lotte Dunselman als nieuwkomer en Jorn Heijdenrijk als Volpone. Zonder de anderen tekort te doen: die Jorn is om op te vreten zo goed.