Black Panther bewijst dat superheldenfilm zo goed is als het slechtste karakter

Film (actie/avontuur) - Black Panther

Eindelijk: een blockbuster waarin zwart de norm is. En Black Panther (met een soundtrack van Kendrick Lamar) is ook nog een juweel in het superheldengenre, met een slechterik die precíés goed genoeg is.

Black Panther

Actie/avontuur
Regie: Ryan Coogler
Met: Chadwick Boseman, Michael B. Jordan, Lupita Nyong'o, Daniel Kaluuya, Danai Gurira, Letitia Wright, Martin Freeman, Andy Serkis
134 min., in 112 zalen

Het koninkrijk Wakanda ligt in het hart van Afrika. Voor de buitenwereld is het een arme, onaanzienlijke natie, maar dat is een zorgvuldig in stand gehouden façade. Wakanda is, met dank aan de grondstof vibranium, een technologisch hoogontwikkelde maatschappij. Een trots, nooit gekoloniseerd land dat zijn rijkdom uit angst voor rooftochten en oorlog altijd verborgen heeft gehouden.

T'Challa (Chadwick Boseman), die tot koning van Wakanda wordt gekroond nadat zijn vader is omgekomen, is van plan die geheimhouding voort te zetten. Dat is niet voor iedereen een uitgemaakte zaak. Vrede en welvaart zijn veel waard, maar rijkdom schept ook verplichtingen, vindt T'Challa's ex-vriendin Nakia (Lupita Nyong'o), die hem van haar idealen probeert te overtuigen. Als elders mensen in armoede leven, zou Wakanda's voorraad vibranium dan niet gedeeld moeten worden?

Lees verder onder de foto.

Wit in de minderheid

Black Panther de strip

Superheld Black Panther, oftewel T'Challa, koning van het Afrikaanse rijk Wakanda, dook voor het eerst op in een Marvel-strip uit 1966, gemaakt door het duo Stan Lee en Jack Kirby. In die aflevering daagde Black Panther het superheldenkwartet Fantastic Four uit.

In latere verhalen voegde hij zich aan hun zijde en streed hij mee met de Avengers. Een laatste reeks strips over Black Panther werd in 2016 geschreven door auteur Ta-Nehisi Coates.

Als filmpersonage was Black Panther voor het eerst te zien in Captain America: Civil War (2016).

Het is maar een van de vele interessante kwesties in Black Panther, een superheldenfilm met een verrassend politieke lading. T'Challa, beter bekend als Black Panther - razendsnel, oersterk, voorzien van veelzijdig vibraniumpak - ondervindt dat het niet eenvoudig is koning te zijn. De verschillende stammen in Wakanda moeten bij elkaar worden gehouden en geregeld zijn er indringers met slechte bedoelingen, van de crimineel Ulysses Klaue tot de mysterieuze Erik Killmonger. Die laatste blijkt uit te zijn op de troon en propageert weer een heel ander buitenlandbeleid dan T'Challa en Nakia. Hij wil geavanceerde vibraniumwapens verdelen over actiegroepen van zijn gading.

Natuurlijk is dit superheldenepos meer dan alleen een verhandeling over isolationisme versus interventionisme. Om te beginnen is de film een cultureel fenomeen waarnaar lang is uitgekeken. Black Panther heeft niet alleen een zwarte superheld in de hoofdrol (dat is geen primeur: eerder waren er Hancock, Spawn en de Blade-trilogie), maar bevat een hele batterij zwarte topacteurs. Het zijn nu eens de witte gezichten die sterk in de minderheid zijn. Dat geldt ook voor de filmmakers. Met de Afro-Amerikaanse regisseur Ryan Coogler (Fruitvale Station, Creed) en scenarioschrijver Joe Robert Cole haalde filmstudio Marvel twee grote talenten binnen én de nodige geloofwaardigheid.

Lees verder onder de foto.

Wie anders zouden deze bijzondere stripverfilming recht kunnen doen? Een verhaal over zwart zelfbewustzijn, dat een alternatieve toekomst schetst voor Afrika en al haar afstammelingen? Want dat is Black Panther ook: een prachtig vormgegeven Afro-futuristisch feest waarin Wakanda de beste wetenschappers en krijgers ter wereld voortbrengt. En waarin de sterkste rollen zijn weggelegd voor vrouwen.

Mooi om te zien dat het kan: een blockbuster waarin zwart de norm is én gevierd wordt, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Eigenzinnige regisseurs

Kendrick Lamar is een kunstenaar van groot maatschappelijk belang

Dat filmmaker Ryan Coogler op zijn zoektocht naar een soundtrackmaker uitkwam bij Kendrick Lamar, is niet eens opzienbarend.

Los daarvan is Black Panther natuurlijk gewoon een vlotte actiefilm, die goed op zichzelf kan staan, maar met zijn gevechten en achtervolgingen, ironische terzijdes en niet al te perfecte helden ook naadloos past in het Marvel-filmuniversum. Dat moest ook, want Marvel, dat met Iron Man in 2008 aan een ambitieuze filmreeks begon van meer dan twintig delen (vol kruisende verhaallijnen en elkaar helpende superhelden), heeft zo zijn regels.

Toch trekt Marvel-producent Kevin Feige graag eigenzinnige regisseurs aan, die zich enigszins vrij kunnen bewegen. De leukste films uit de Marvel-stal zijn die waarop de maker nadrukkelijk zijn stempel drukt. Zo maakte Taika Waititi het bijzonder maffe Thor: Ragnarok en mocht James Gunn al twee keer vrolijk losgaan met het outsider-vijftal Guardians of the Galaxy.

Ryan Coogler, een filmmaker met een serieuze agenda, kreeg gelukkig ook de nodige ruimte. Dat blijkt vooral uit de manier waarop Erik Killmonger gestalte krijgt. Hij wordt uitstekend gespeeld door vaste Coogler-acteur Michael B. Jordan, en is niet de zoveelste slechterik die de wereld wil vernietigen. Zijn verhaal is gelaagd en overtuigend, met wortels in Oakland, Californië; de plek waar de regisseur zelf opgroeide. Cooglers sympathie voor Killmonger is voelbaar, wat de strijd in Black Panther des te spannender maakt.

Black Panther bewijst dat een superheldenfilm zo goed is als het slechtste karakter. Niet alleen de held, maar ook diens tegenstander moet intrigeren, een wet die ze bij Marvel-concurrent DC Comics weleens vergeten. Als bonus geeft Coogler in Black Panther alle personages voldoende aandacht, van de geniale uitvinder Shuri (Letitia Wright), instant-rolmodel voor nieuwsgierige meisjes, tot de elitestrijder Okoye (Danai Gurira). Zo zet Black Panther over de hele linie een paar stappen extra. Het resultaat is een meer dan geslaagd, triomfantelijk superheldenspektakel.