Bizarre uitvoering van Amadeus is gênant eerlijk
© Sofie Knijff

Bizarre uitvoering van Amadeus is gênant eerlijk

Amadeus is flink door de mangel gehaald. Resultaat: een bizarre mix van theater, jamsessie en genadeloos zelfonderzoek. Twee generaties kunstenaars, Jongewaard en Rietveld, gaan verbaal en fysiek het gevecht aan.

Amadeus - is dat niet dat mooie toneelstuk van Peter Shaffer over de relatie tussen de jonge, gekke, onstuimige Mozart en de steile hofcomponist Salieri? En werd dat later niet verfilmd door Milos Forman? Jazeker. In Nederland werd het stuk trouwens gespeeld door onder anderen Willem Nijholt en Paul Röttger, later nog door Jeroen Krabbé en Marc-Marie Huijbregts.

Fijn dat het nu weer terug is in het theater, in een coproductie van De Warme Winkel en Nieuw West.

Tot zover. Verder houdt elke gelijkenis met het oorspronkelijke toneelstuk Amadeus op. Marien Jongewaard (65, Nieuw West) en Vincent Rietveld (38, Warme Winkel) zijn samen met de briljante gitaarbroertjes Bram en Jasper Stadhouders met dit materiaal aan het stoeien gegaan. Ze hebben het Amadeus-thema (vernieuwing versus consolidatie in de kunst, briljante gekte tegenover degelijk vakmanschap) door de mangel gehaald en in de mix gegooid.

Resultaat: een bizarre mengeling van theater, jamsessie, genadeloos zelfonderzoek met hilarische toneelstukjes, onderbroekenlol (letterlijk: met blote konten), stilmakende monologen en een aantal gekmakend harde, maar virtuoze gitaarsolo's. Woorden worden als gal gespuwd of als stroop om de mond gesmeerd, snaren breken, reputaties gaan aan gort, de vriendschap tussen de oude en jongere theatermaker wordt onder de loep genomen.

Van Amadeus blijft dus nagenoeg niets over. Wel af en toe een flard van het toneelstuk dat Poesjkin al veel eerder over het duo Mozart-Salieri schreef. Verder gaan Jongewaard en Rietveld geheel hun eigen, soms onnavolgbare gang, samen met die twee muzikanten. Soms irritant navelstaarderig, dan weer bijna genant eerlijk.

Glaswerk sneuvelt, tafels denderen om, een keel wordt bijna dichtgesnoerd

De setting is die van een opnamestudio met microfoons, instrumenten en geluiddempende wanden. Theater als freejazz. De acteurs ondervragen de muzikanten, de muzikanten ondervragen de acteurs. Over zichzelf, hun muziek, theater, kunst. Rietveld (huidige generatie) en Jongewaard (vorige generatie) gaan een verbaal en soms ook lijfelijk gevecht aan over hun werk, persoonlijkheid, drijfveren. Glaswerk sneuvelt, tafels denderen om, een keel wordt bijna dichtgesnoerd.

Jongewaard - altijd gekleed in zwarte jas, de ogen grof opgemaakt, wilde haardos - is al een leven lang een geestdriftige roeptoeter in het theater. Rietveld is aan het uitdijen, koestert opnieuw zijn anti-methode en lijkt nu al wat blasé. Echt of spel? Wie of wat doet er nog het meest toe in het theater? Waar zit het vuur, de passie? In Amadeus dagen ze elkaar met dit soort vragen uit en groeien naar elkaar toe. De laatste scène is voor de gebroeders Stadhouders, met een snoeihard gespeeld requiem.