‘Als je stoer doet, gelooft niemand je’

Vijftig jaar geleden namen de Tielman Brothers een single op, die te boek is gesteld als de allereerste Nederlandse rockplaat....

Over de datering van culturele oerknallen valt altijd te redetwisten, maar er is iets voor te zeggen om 2008 te beschouwen als het jaar waarin de Nederlandse popmuziek vijftig jaar bestaat. Tijdens het Noorderslag Seminar in Groningen, de jaarlijkse vakbeurs voor de muziekindustrie, wordt aanstaande weekeinde bij het jubileum stilgestaan. Hoe The Tielman Brothers (toen nog The Four Tielman Brothers geheten) in het voorjaar van 1958 optraden tijdens de Wereldtentoonstelling in Brussel, om kort daarna hun eerste single op te nemen voor het Belgische labeltje Fernap: Rock Little Baby Of Mine, met You’re Still The One op de b-kant. ‘De eerste Nederlandse rock ’n roll-plaat’, vindt ook Andy Tielman (71) zelf. Hij was zanger, lead-gitarist en songschrijver van de groep uit Breda, die de belangrijkste exponent van de Indorock was. ‘Wat wij deden, deed toen niemand anders. We moesten naar Brussel om het plaatje op te nemen. Het moest in één keer goed zijn, dus we waren behoorlijk nerveus. Ik liep op de anderen in te praten: geen fouten maken, geen fouten maken.’ Het is een zonnige winterdag in het slaperige Duitse stadje Moers, even buiten Duisburg. Andy Tielman (witte gympen, spijkerbroek, golvend lang haar) woont hier het grootste deel van het jaar, met zijn Duitse vrouw Carmen en zijn dochtertje Loraine Jane. Hij heeft zijn knalrode sportbolide voor de deur van het plaatselijke Van der Valk-hotel geparkeerd en een Kaffee Hag besteld. Zijn mobieltje ligt op tafel. In de lente van 1958 was hij 21 jaar. Van de vier Tielman-broers is verder alleen Reggy nog in leven (gitaar/banjo). Loulou (drums) overleed in 1994, Ponthon (staande bas) in 2000. Ook de enige dochter uit het Tielman-gezin, Jane, is er niet meer. Zij stierf in 1993. Andy, daarentegen, oogt kwiek en gezond. ‘Ik vind het geweldig dat u speciaal voor mij naar hier bent gekomen’, zegt hij. ‘U bent jong. Eigenlijk ben ik van voor uw tijd. Ik hoop dat u iets heeft kunnen lezen over wie ik ben?’ Jawel, informatie is inmiddels voorhanden, onder andere in het biografische boekje Andy Tielman – That’s My Life (2006) en de Indorock-documentaire Rockin’ Ramona van Hans Heijnen (1991). De erkenning kwam echter pas laat, tegen het einde van de jaren tachtig, op gang. In 1958 vielen de Tielman Brothers de Nederlandse pers rauw op het dak: de kranten spraken schande van het Expo-optreden. Tielman: ‘Ik noem geen namen, maar er zaten beroemde collega-journalisten van u bij. Ze noemden ons muziekverkrachters. Pas na 1960 veranderde dat heel langzaam, al moet ik zeggen: de jeugd begreep het vanaf het begin.’ Discriminatie in het conservatieve Nederland van de jaren vijftig? De Tielmans hadden er geen last van. ‘Ik heb me nooit gediscrimineerd gevoeld. Er waren wel jongens die een hekel aan ons hadden omdat de meisjes ons leuk vonden, maar dat is iets anders.’ Zou meneer Morisson, van de organisatie van het Nederlandse Expo ’58-paviljoen, geweten hebben wat hij in huis haalde toen hij de Tielmans uitnodigde? De ogen van Andy Tielman gaan twinkelen als hij eraan terugdenkt. ‘Ik denk het niet.’ In het attractiepark aan de voet van het fonkelnieuwe Atomium was een ‘Hawaiian Village’ uit de grond gestampt, compleet met rieten hutjes en Hawaïaanse danseressen, al waren dat gewoon Indonesische meisjes uit Nederland. Meneer Morisson dacht vermoedelijk dat The Tielman Brothers zonnige Hawaï-muziek zouden spelen, zoals wel meer Indo-groepen in die tijd. Hij zal zich een hoedje geschrokken zijn toen Loulou met een harde roffel het startschot gaf voor een ongekend onstuimig optreden. De Tielmans gooiden over met hun gitaren. Ze stoven over de planken. Andy bespeelde zijn instrument met zijn tanden en liet Loulou met zijn drumstokken op de gitaarhals trommelen. Zijn virtuoze spel en zijn baanbrekende podiumact maakten hem het idool van zo ongeveer alle Nederlandse jongens die in die jaren bandjes formeerden: George Kooymans, Barry Hay, Jan Akkerman, Wally Tax, Herman Brood. Stuk voor stuk adoreerden ze Tielman, die overigens liever niet aan namedropping doet. ‘Dan lijkt het alsof ik opschep. Mijn vader zei altijd: als je stoer doet, gelooft niemand je meer.’ In Nederlands-Indië groeiden Reggy (1933), Ponthon (1934), Andy (1936), Loulou (1938) en hun zusje Jane (1940) op met de muziek van hun vader Herman, een Timorese Nederlander die landstormer en KNIL-militair was, maar zich vooral muzikant voelde. Over de oorlog heeft Tielman het liever niet. ‘Ik zeg maar zo: mijn opa en mijn vader dienden Nederland met een geweer. Ik dien Nederland met mijn gitaar. Zo zie ik dat.’ Laat het duidelijk zijn: Andy Tielman is Nederlander, en een chauvinistische ook. ‘Daarom houd ik niet van de term Indorock. ‘Indo’ klinkt als een plaagnaam, een scheldwoord. Ik ben wel trots op mijn Indonesische afkomst, maar Tielman is een Hollandse naam. Ik ben Nederlander, net als u, en bijzonder trots op mijn land. Wat mij betreft zijn de twee grootste muzikanten Nederlanders: Jan Akkerman en André Rieu.’ Andy was amper tien jaar toen hij met zijn broertjes The Timor Rhythm Brothers formeerde. ‘Nat King Cole was een voorbeeld, net als de Bill Haley-film die in 1953 naar Jakarta kwam. We groeiden op met swing, jazz en krontjong. We speelden eigenlijk een soort Indonesische country. Loulou zei: dan kan ik er als drummer net zo goed mee ophouden, want dan mag ik alleen maar aaien met van die kwastjes. Toen zeiden wij: sla dan maar gewoon zo hard als je wilt. Dan krijg je rock & roll.’ De Tielman-familie maakte in 1957 de grote oversteek, en vestigde zich in pension Smolders in Breda. Uitkering van de staat: twee gulden vijftig per week. Muziekwinkel Spronk gaf de gebroeders Tielman dure gitaren mee op afbetaling, omdat ze zo mooi The Everly Brothers na konden spelen. Een deel van de Bredase jeugd ontdekte The Tielman Brothers al dat jaar, in Hotel De Schuur, dat de Tielmans 150 gulden betaalde voor een reeks optredens. ‘Van het geld betaalden we de instrumenten af en kochten we mooie witte pakken, met donkerblauwe revers.’ Hitsucces in Nederland liet tot de tweede helft van de jaren zestig op zich wachten. Het mag ironisch heten dat de grondleggers van de Nederlandse rock-’n-roll het land binnenkwamen via een Belgisch platenlabeltje, en eerder op de Duitse televisie te zien waren dan op de Nederlandse. Waar Nederland nog niet klaar leek voor de Tielmans konden ze in Duitsland, het geboorteland van moeder Tielman, al in 1959 terecht op tv en in de jongerenfilm Paprika. Black Eyes, Record Hop en de Mozart-bewerking 18th Century Rock (symfonische rock avant la lettre!) waren redelijk succesvolle singles in Duitsland, maar rijk is Andy Tielman er niet echt van geworden. Er verdween wel eens geld in verkeerde zakken, zoals bijna alle popmuzikanten in die tijd overkwam. Andy Tielman lijkt er niet mee te zitten. ‘Ik heb altijd genoeg geld verdiend, vond ik. Het was pure rijkdom, in vergelijking met de tijd voordat we naar Nederland kwamen. Opgelicht? Zo zie ik dat niet. Ik ben al die mensen dankbaar, want ze hebben ons beroemd gemaakt. Ik ben dankbaar voor alles wat Nederland me gegeven heeft.’ Als hij al iets vervelend vindt, dan is het dat er, vooral in Duitsland, onduidelijke nep-cd’s van de Tielman Brothers in omloop zijn. ‘Ik heb Tielman Brothers-cd’s gehoord waarop je ons in geen enkel liedje hoort spelen. Ik herken mijn eigen gitaarspel meteen, net als het drumwerk van mijn broer. Dat er Tielman Brothers-cd’s zijn waarop je een andere band hoort spelen, vind ik spijtig.’ In de vroege jaren tachtig was Andy Tielman een vergeten muzikant. Hij was de muziek, het optreden en de showbizzwereld beu, raakte jarenlang geen gitaar aan, ging door diepe dalen en zwierf in 1982 zelfs een tijd als een oermens door de Indonesische bossen (‘ik had alleen nog een leesbril, verder niets’). Zijn huidige vrouw Carmen redde hem, bezorgde hem langzaam het plezier in musiceren terug en schonk Tielman weer ‘een reden om te leven’, in de vorm van zijn dochtertje Loraine Jane (1996). Het meisje was erbij toen haar vader in 2005 een koninklijk lintje kreeg voor zijn verdiensten voor de Nederlandse muziek. In Tielmans eigen woorden: ‘Het heeft Hare Majesteit de Koningin behaagd om mij een onderscheiding te geven.’ Optreden doet hij nog steeds met enige regelmaat (‘vooral spelen met jonge mensen vind ik ontzettend leuk’), al trokken weinig van die optredens zo veel aandacht als het benefietconcert voor de slachtoffers van de tsunami op de Dam in Amsterdam (2004), dat Tielman opende met René van Barneveld (ex-Urban Dance Squad) en Dinand Woesthoff (Kane). Drie generaties Indorockers bij elkaar, heette het toen. In de rode sportauto, op weg naar het treinstationnetje van Moers, drukt hij zijn bezoeker op het hart om via de krant ‘het hele Nederlandse volk’ een bijzonder gelukkig nieuwjaar toe te wensen, en is hij bovendien zo attent om alvast mee te denken over het te publiceren verhaal: ‘Ik weet dat ik nogal veel praat, maar als ik dingen verteld heb die u oninteressant of onaangenaam vindt, dan mag u die gerust weglaten.’