Khadija Arib
Khadija Arib © ANP

Waarom Kamervoorzitter Arib niets voelt voor een feestje om het kiesrecht te vieren

Het zou twee jaar feest zijn. Op diverse momenten stilstaan bij de invoering van algemeen mannen- en vrouwenkiesrecht tussen 1917 en 1919. Te beginnen op 12 december, in de Ridderzaal, met 'de officiële aftrap van de viering 100 jaar kiesrecht'. Georganiseerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en ProDemos. Er was een 'landelijke stuurgroep', een 'nationale coördinator' en koning Willem-Alexander als eregast.

Maar het gaat niet door. 'Het is niet gelukt iedereen op een lijn te krijgen', zegt Eddy Habben Jansen, directeur van ProDemos, het 'huis voor democratie en rechtsstaat' dat onder meer rondleidingen op het Binnenhof organiseert.

Wat is er aan de hand? Even kwam het dispuut deze week voorbij in het Kamerdebat over de regeringsverklaring. Het was woensdagavond laat. Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren maakte een schampere opmerking over de VVD. Die partij kon niet genoeg bekwame vrouwen vinden voor het nieuwe kabinet. 'Mag ik, als enige vrouwelijke fractievoorzitter in dit huis, honderd jaar na de invoering van het passief vrouwenkiesrecht, zeggen dat ik dat een gotspe vind?'

Waarop Kamervoorzitter Khadija Arib antwoordde: 'Dank u wel, mevrouw Thieme. Het algemeen vrouwenkiesrecht was er pas in 1919. Er is een hele discussie over geweest, daarom weet ik het.'

Ruzie is een beter woord. Desgevraagd zegt Arib: 'Ik kreeg half juli een brief van minister Plasterk met het verzoek zitting te nemen in het comité van aanbeveling '100 jaar kiesrecht'. Dat wilde ik best, want mijn voorganger Anouchka van Miltenburg zat daar al in. Op dat moment hoorde ik ook over de inhoudelijke start op 12 december.'

Begin september antwoordt Arib dat zij daartegen twee bezwaren heeft. Het algemeen kiesrecht van 1917 is voor mannen, niet voor vrouwen. Die kregen weliswaar passief kiesrecht (het recht zich te laten kiezen), maar mochten pas in 1919 zelf naar de stembus. De historisch georiënteerde organisatie bedacht dat over twee jaar met een slotbijeenkomst 'de vervolmaking van het kiesrecht met de invoering van het algemeen vrouwenkiesrecht wordt herdacht'.

Ik heb mijn bedenkingen bij een dergelijke getrapte opzet, waarbij de viering van het actieve vrouwenkiesrecht het sluitstuk vormt

Arib in haar brief aan Plasterk

Arib ziet daar niets in. Zij schrijft Plasterk: 'Ik heb mijn bedenkingen bij een dergelijke getrapte opzet, waarbij de viering van het actieve vrouwenkiesrecht het sluitstuk vormt. Wat mij betreft zou dat juist het brandpunt van de viering moeten zijn.'

Als praktisch bezwaar voert zij aan dat 12 december een dinsdag is, waarop de Kamer volzit met vergaderingen en de volksvertegenwoordigers dus niet in de Ridderzaal kunnen zijn. Arib: 'Dat zou dus een zaal vol hoogwaardigheidsbekleders zijn geworden. Ik heb niets tegen hoogwaardigheidsbekleders, maar hoe verzin je het?' Resultaat: Binnenlandse Zaken heeft boos de Ridderzaal geschrapt. ProDemos doet eigen dingen. En de Kamer viert het kiesrecht zelf. In 2019.