Lubbers wint met CDA de verkiezingen van 1986 (54 zetels)
Lubbers wint met CDA de verkiezingen van 1986 (54 zetels) © ANP

Ruud Lubbers (1939-2018): medevormgever van het Nederland zoals we het vandaag kennen

Met 43 jaar werd hij in 1982 de jongste premier van Nederland ooit. Geen ideologisch bevlogen politicus, geen showman, maar wel 21 jaar een hoofdrol in de Nederlandse politiek. CDA-politicus Ruud Lubbers overleed woensdag op 78-jarige leeftijd in zijn woonplaats Rotterdam.

Persoonlijke herinneringen van vrienden en collega's aan de oud-premier leest u hier.

Ruud Lubbers, in zijn Abel Herzberglezing uit 2006: 'In 1980 kwam het CDA tot stand. Niemand bevroedde toen - ook ik niet - dat ik in november 1982 minister-president zou worden. Als nood leert bidden, dan was dat het wat mij toen overkwam. Ik zie mij nog zitten aan die lange tafel in het Catshuis, met het zweet in mijn handen. Zoveel zweet, dat ik niet anders meer kon dan dichtend te bidden. 'Mijn God, mijn God, het woelt in mij.''

Hij was gelovig, maar we moeten het niet overdrijven. Als hij aan het begin van de fractievergadering voorlas uit de bijbel, werd er gefluisterd: 'Ruud leest voor uit een kookboek.'

Hij was geen showbink, maar we moeten ook zijn bedeesdheid niet overdrijven. Op 4 november 1982 stond hij, 43 jaar, op het bordes van Huis ten Bosch, naast koningin Beatrix. Hij was de jongste premier ooit. Den Uyl was opnieuw naar de oppositie verdreven, Van Agt had het voor gezien gehouden. De werkloosheid steeg met meer dan tienduizend werklozen per maand, het financieringstekort lag boven de 10 procent. Het was tijd voor Lubbers.

Hoofdrol

21 jaar had hij een hoofdrol in de Nederlandse politiek, daarvan was hij twaalf jaar minister-president, tussen 1982 en 1994. Drie kabinetten leidde hij, met de VVD én met de PvdA, hij kon naar rechts én naar links. Hij was niet in het bijzonder geliefd, maar weerzin riep hij evenmin op, een enkele uitzondering daargelaten. Lubbers was geen bevlogen politicus; hij was eigenlijk de eerste premier die aan de ideologie voorbij was.

Heel dat politieke leven aan een vaste lijn - en toch domineerde Ruud Lubbers op nadrukkelijke wijze het Nederland van de jaren tachtig. Misschien moet je zeggen: hij gaf het niet gewenste, maar onvermijdelijke afscheid van de jaren zeventig gestalte. Dat was Lubbers. Meer dan het kabinet Van Agt-Wiegel dat in de retoriek bleef steken, was Lubbers het antwoord op Den Uyl en op de tijdgeest waar diens kabinet in al zijn beperkingen voor stond: de macht aan de verbeelding, in zekere mate dan. Lubbers zei: het was een leuke tijd, maar laten we nu maar weer gewoon doen.

Hij was een ambachtsman. Hij kende elk dossier tot in de voetnoten, was niet geïnteresseerd in de enige juiste oplossing van problemen, maar zocht naar een min of meer werkbare uitkomst. En daarin toonde hij een onuitputtelijk vernuft, geduld en lenigheid.

Elco Brinkman zei over hem: 'Hij is de personificatie van het compromis. Zo van: als we de helft nemen, gedeeld door drie en daaruit de wortel trekken - dan zijn we eruit.' Maarten Schakel, oude rot uit de christen-democratie: 'Geef Lubbers een probleem en hij komt met dertien oplossingen.'

No-nonsense, zo is zijn benadering altijd gekwalificeerd. Hard bezuinigen, maar toch niet met het imago van een houwdegen. Eerder een wikkende en wegende bestuurder die laat zien dat je ondertussen ook nog wel een tikkeltje progressief kunt zijn.

Jarenlang was het hele speelveld van hem. Op die heel eigen wijze van hem, altijd uitsluitend bezig met oplossingen, over rechts, over links, door het midden. Ruud Lubbers was een manager in de politiek. 'Ik heb Nederland saaier gemaakt', zei hij over zichzelf en hij had gelijk.

In 1994 liep zijn premierschap af. Het einde van zijn derde kabinet kwam zonder glorie. Voor de publieke bestuurder Lubbers moest het ergste toen nog komen. De door hem begeerde internationale carrière werd een wreed en deprimerend fiasco.

Ruud Lubbers, de Macher

Stoere Lubbers. Het is de opening van het academisch jaar in Nijmegen, 3 september 1990. Lubbers: 'Als men de statistieken van arbeidsongeschiktheid, ziekteverzuim, drop-outs en daaraan gerelateerde werkloosheid in ons land bestudeert, moet men erkennen dat ons land ziek is.' Die durft!

Een maand later zegt de premier dat hij opstapt als het aantal van één miljoen arbeidsongeschikten wordt gehaald. Op dat moment zitten zo'n 800 duizend mensen in de WAO. Het hakt erin, zo'n uitspraak.

Lubbers verkondigt daar in Nijmegen dat de verzorgingsstaat 'gemassificeerd' is en 'overbelast'. Het is tijd voor plichten naast rechten. In theorie, hij weet het, wordt zo'n beginsel vrij ruim onderschreven. 'Maar', aldus Lubbers, 'de praktijk is weerbarstig.'

Dan is hij in zijn element, als de praktijk weerbarstig is, als het aankomt op inventiviteit en overredingskracht. Hij wrijft in zijn handen, sjort aan zijn broekband. Aan de slag!

Het was hem niet van nature gegeven, de omgang met weerstand in de politiek. Toen hij in de jaren zeventig minister van Economische Zaken was in het kabinet-Den Uyl - volgens de overlevering 'het meeste progressieve kabinet ooit' - werd hij in zijn eigen woorden 'een kruidje-roer-me-niet'.

Hij was ondernemer, vanaf zijn 24ste al. Het kwam doordat zijn vader, die in Krimpen aan den IJssel het constructiebedrijf Hollandia Kloos had opgebouwd, plotseling stierf en Ruud en zijn broer Rob zich gedwongen zagen de leiding van het bedrijf met 650 man personeel over te nemen.

Ruud Lubbers was nummer zes uit een gezin van negen. Op elfjarige leeftijd stuurden zijn ouders hem naar het Sint Canisiuscollege in Nijmegen. Een vermaarde kostschool der Jezuieten, voor de aankomende elite. Er heerste orde en discipline. Hij was er eenzaam. 'Ik dacht vaak: als ik nu onder de tram kom, zou ik dat niet erg vinden.' Na het gymnasium ging hij economie studeren in Rotterdam, woonplaats van zijn ouders. Er stond zes jaar voor de studie, hij deed het in vierenhalf.

Het was min of meer vanzelfsprekend dat hij lid werd van de KVP en bestuurslid van de Christelijke Jonge Werkgevers Vereniging. Hij gold als maatschappelijk betrokken en redelijk onbevangen. Zo kwam hij in 1973 onder de aandacht van PvdA-leider Den Uyl, die aan het eind van een slepende formatie zocht naar min of meer progressieve katholieken voor zijn kabinet. Kandidaten werd in die dagen nog volop de maat genomen. Op 11 mei 1973, nog maar vier dagen 34, trof Ruud Lubbers zichzelf terug in de ministerskamer van het departement van Economische Zaken.

Hij had een groot verstand, was onvermoeibaar en doorgrondde de dingen in een oogwenk. Lubbers was ook driftig, jong als hij was. Als het even spannend werd en het dreigde dat hij bakzeil moest halen, kon hij amok maken in de ministerraad. Hij was een groentje, omgeven door oude eiken. 'Ik had vaak ruzie in het kabinet', erkende hij later. Dan dreigde hij met weglopen en liep hij ook weg, hij stampvoette en sloeg met deuren. Hij zei erover: 'Ik dacht: ik stap eruit. Jonge minister gaat terug naar zijn fabriek.' Lubbers moest nog leren incasseren. Het was zijn Wanderperiode in het openbaar bestuur.

Tien jaar later was hij de Macher van de Nederlandse politiek. Hij was in 1982 van fractievoorzitter van het CDA onverwacht tot premier gepromoveerd, omdat de zittende minister-president en partijleider Van Agt zijn portie aan Fikkie had gegeven. Vóór hem lag een open schootsveld; Lubbers aarzelde niet, in weerwil van de vrome praatjes over angstzweet in de handen.

Hij was in zijn element en pakte elk onderwerp op dat in zijn vizier kwam. Hij trotseerde massaal verzet. Van stakende ambtenaren tot demonstranten tegen nieuwe kernwapens. Hij toonde zich geen ideologisch bevlogen man, geen Joop den Uyl. Hij was koel en nogal afstandelijk, ondanks zijn Kennedy-achtige look. Maar hij koesterde een niet te stillen honger naar klussen die geklaard moesten worden. In zijn gretigheid kon hij bij een overwinning niet stilstaan: hup dossier gesloten, hup volgende dossier, hup aan het werk, hup geen tijd te verliezen en hup, doet u mij maar twee witte boterhammen en een beker melk.

Eten als een vorm van oponthoud. Zijn woordvoerder Jan Schinkelshoek herinnerde zich dat Lubbers en hij een keer vanuit Groningen terugreden naar Den Haag. Lubbers zei dat hij trek had in een lekker soupertje. Schinkelshoek rammelde, was blij verrast. Schinkelshoek: 'Hij dook in zijn tas, haalde een koude tosti tevoorschijn en gaf mij de helft. Dat was het dan, dat soupertje.'

Lubbers was ervan overtuigd geraakt dat de verzorgingsstaat een vat zonder bodem was geworden. Hij begon aan de hervorming van het stelsel. Een voorbeeld: de uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid waren in die dagen hoger dan de werkloosheidsuitkeringen. Voor werkgevers was de WAO daarmee een fantastische afvloeiingsregeling voor overtollig personeel. Lubbers greep in, verlaagde de uitkeringen.

'Pragmatische no-nonsense politiek. Dat was ons gezicht', zei hij in 2000 in een interview met het Historisch Nieuwsblad. Daar zat nu eens geen woord verhulling bij. Ook niet bij deze toevoeging: 'Altijd tot oplossingen komen over de ideologische verschillen heen. Dat is tegelijk mijn kracht en mijn zwakte.'

Zijn adviseur Hans Borstlap verwoordde de zwakte: 'Lubbers conceptuele vermogen is minder goed ontwikkeld dan zijn politieke vaardigheden.' Geen groot denker, eerder een uitvoerder.

Wraak is een groot woord, maar revanchistische genoegens waren Lubbers niet vreemd toen hij, ook tot eigen verrassing, in 1986 na vier jaar van bezuinigen en harde oppositie van de PvdA, een klinkende verkiezingsoverwinning kon presenteren. Het CDA was de campagne in gegaan met de slogan 'Laat Lubbers zijn karwei afmaken'. Veel kiezers bleken het daarmee eens te zijn. Lubbers haalde negen zetels winst, het CDA klom spectaculair van 45 naar 54, meer dan een derde van de hele Tweede Kamer. Lubbers, naderhand: 'Die winst verbaasde ons in hoge mate, al waren we - en dan spreek ik voor mezelf - bijzonder gemotiveerd geweest om onze oude rivaal Den Uyl te verslaan.'

Hij was aangekomen op zijn bestemming. Hij was Ruud Shock, hij was de Macher. Dertien jaar na zijn schuchtere aantreden in de politiek was zijn positie onaantastbaar.

Hoe hij opereerde was minstens zo interessant als wat hij ermee bereikte. Hij is wel een loodgieter in de politiek genoemd, maar dat is te weinig. Ofschoon hij als pragmaticus geen belangstelling had voor de schoonheid van een oplossing, was hij toch meer dan een pijpfitter. Hij was een mecanicien.

Ruud Lubbers, de mecanicien

Lenige Lubbers. Dries van Agt noemde het vermogen van Lubbers om alles aan elkaar te lijmen met enige neerbuigendheid, maar ook wel met precisie, 'wiebeligheid'. Lubbers het wonderkind mocht in 1977 geen minister van Financiën worden in de vriendenclub van Van Agt en Wiegel. Te 'wiebelig'. Lubbers, wiens ster inmiddels gerezen was in het CDA kreeg Ontwikkelingssamenwerking aangeboden. Hij zag het als een belediging; Van Agt vond het inbeelding. Lubbers minister-af. Hij werd vice-voorzitter van de fractie onder Aantjes.

Daar ontwikkelde hij zich tot ongeëvenaarde mecanicien, zeker nadat Aantjes zich in 1978 gedwongen zag uit de politiek te stappen na verhalen over zijn gedragingen tijdens de oorlog. Lubbers, nog maar een jaar parlementariër, was opeens voorzitter van een fractie waarin alle spanningen van het CDA-in-wording waren samengebald. Hij moest een kabinet overeind helpen houden dat in de eigen fractie tenminste zes dissidenten telde: lui die zich niet 'verbonden' hadden aan het regeerakkoord, maar een 'binding' waren aangegaan - een betrekkelijk slappe vorm van gehechtheid. Tegelijk had Lubbers te maken met premier en partijleider Van Agt die in de kabinetsformatie Den Uyl had getrotseerd en daarmee bij een groot deel van de achterban heiligenstatus had verworven.

Zo'n wankel evenwicht vergt van een fractievoorzitter een bijzonder vermogen tot 'wiebelen'. Op onnavolgbare wijze liet Lubbers zien hoe je dat doet.

Hij steunde Van Agt's bezuinigingspakket Bestek '81 zonder voor te zijn. Onnavolgbaar was het. Alsof hij een breiwerk uithaalde, draad na draad, en tegelijk de das lekker warm om de nek bleef hangen. Na een kleine twee jaar was Andriessen, de minister van Financiën een gebroken man. Hij hoopte nog op steun uit de VVD, kampioen van het bezuinigen op overheidsuitgaven, maar partijleider Wiegel peinsde er niet over de regeerpositie van de VVD in de waagschaal te leggen. Andriessen exit.

Hoe groot de ergernis was over Lubbers' ongrijpbaarheid bleek uit de woorden van prof. Frans Duynstee, politieke peetvader van Van Agt. In een interview in Vrij Nederland fulmineerde deze: 'Lubbers? De slapte zit erin als een zachte pudding met een harde korst. Hij praat in en uit. Je hebt geen houvast.'

In de nationale strijd over nieuwe nucleaire kruisraketten die de Nederlandse politiek vanaf 1979 in de greep hield, hanteerde Lubbers een vergelijkbare werkwijze. De kernvraag was: moet Nederland het spoor van de NAVO, het Atlantisch bondgenootschap volgen en die kruisraketten ook op ons grondgebied plaatsen? Of willen we laten zien hoe je breekt met escalatie van vernietigingswapens? Het was een martelgang en juist dat was een kolfje naar de hand van Ruud Lubbers.

Hij heeft zijn hele politieke carrière gewerkt met pijn-, hang- en vertrekpunten. Hij sleutelde zonder ophouden. Al sleutelend zette hij de zaken naar zijn hand.  In de rakettenkwestie hanteerde hij 'invliegvarianten' en 'vertrekpunten'; hij had een santekraam aan afleidings- en uitstelmanoeuvres, net zolang tot het niet meer hoefde omdat Amerika en de Sovjet-Unie een akkoord sloten over de kwestie.

De Amsterdamse cultuurfilosoof en publicist Paul Kuypers noteerde dat Lubbers' manier van spreken alle kenmerken vertoonde van het welzijnsjargon: 'Lubbers kijkt en moduleert met een begrijpende empathie. De vorm van zijn betoog is vragend en suggererend. Er hangt een voordurend waas van communicatie over zijn woorden.'

De machtspoliticus vermomd als praatdokter, dat was hij ook. Als je dacht dat je hem begreep, bedoelde hij toch net iets anders. Als je aandachtig naar hem luisterde, begreep je niet wat hij zei. Als je dacht dat er geen uitweg meer was, formuleerde hij drie nieuwe overpeinzingen. Zijn stut en steun door de jaren heen, minister Jan de Koning, placht te zeggen: 'Ruud, de redenering kan ik niet volgen, de uitkomst bevalt me.' Lubbers: 'Ik ben altijd op zoek naar synthese.'

Ruud Lubbers, de binnenvetter

Gemankeerde Lubbers: Joop van der Reijden was staatssecretaris van Volksgezondheid in het eerste kabinet-Lubbers (1982-1986). Hij was een ronde man. Hij kon mooi vertellen over zijn bezoeken aan de koningin:

'Wie heeft er nou belangstelling voor het werk van een staatssecretaris? Zij wel! Zij vult je ego. Er komt een vent aan de deur, met tressen op zijn pak. Hij komt zeggen dat het tijd is. Mooi niet. Ze wuift die vent weg. Moet je je voorstellen wat een indruk dat maakt. Vergelijk dat eens met Lubbers. Die was net de Volkskrant: altijd wat te zeuren, altijd kritiek. Die zou nooit eens tegen je zeggen: goed gedaan, Joop. Nee, Lubbers was kleinerend.'

De Macher was eigenlijk gedurende zijn hele politieke loopbaan niet in staat een open houding te laten zien, om het woord hartelijk maar helemaal niet te gebruiken.

Van Agt en Lubbers is lange tijd een span in rivaliteit geweest. Hun hanengevecht trad zichtbaar naar buiten in 1979 tijdens het CDA- najaarscongres in Dronten. Fractievoorzitter Lubbers leek zich bijna tot premier Van Agt persoonlijk te wenden toen hij in zijn toespraak vermanend opmerkte: 'Het CDA moet gisten. De macht mag ons niet corrumperen, ons tot de behoudenden en tevredenen over onszelf maken, ons te zeer afsluiten voor kritiek.'

Het was onder de gordel, het was kleinerend. Van Agt sloeg nog tijdens het zelfde congres terug. In zijn slotrede prees hij zijn mogelijke rivaal voor het lijsttrekkerschap regelrecht het graf in: 'En dan', zei hij, 'dan is er Ruud Lubbers. Altijd beschikbaar.' Hij lokte applaus uit, dwong Lubbers op te staan van zijn plaats om zijn partijleider een handdruk te brengen. Lubbers was definitief 'altijd beschikbaar'.

Het werd er met het vorderen van de jaren niet beter op. Aan het begin van zijn derde kabinet eind 1989, deze keer met de PvdA, liet hij weten dat hij niet voor een vierde keer premier wilde zijn. Hij zei veel in Elco Brinkman, toen fractievoorzitter, te zien als opvolger.

Hij kwam daarvan terug. Instrumenteel als hij was (en onaantastbaar als hij zich waande) meende hij geheel op eigen houtje met soldaatjes te kunnen schuiven. Hij poerde en pookte, zonder rechtstreeks te zijn. Hij vroeg Frans Andriessen als kandidaat-premier. Hij dacht aan Deetman. Hij speelde met de naam van Kooijmans. Allemaal buiten kroonprins en lijsttrekker Brinkman om.

Brinkman, naderhand: 'Ruud en ik hebben elkaar wel gesproken, maar het kwam niet over. Ruud had natuurlijk moeite met de overdracht. Tegelijk wist hij dat hij weg moest. We hebben er destijds veel over gesproken, over allerlei modellen van overdracht. Rationeel was het allemaal in orde, maar gevoelsmatig lukte het niet.'

Jan Schinkelshoek, lange tijd Lubbers' woordvoerder: 'Lubbers was een politieke binnenvetter. Dat is jarenlang zijn kracht geweest, toen werd het zijn zwakte.'

Minister Ed van Thijn: 'Lubbers was gedesillusioneerd, hij was aan onttakeling ten prooi. Ik herkende wat met Joop den Uyl was gebeurd. Als je zo lang in een functie zit, ga je spoken zien.'

Aan de vooravond van de verkiezingen van 1994 zei Lubbers op een spreekbeurt in Kerkdriel onverhoeds: 'Ik persoonlijk ga eens stemmen op nummer 3 van het CDA, dat is Ernst Hirsch Ballin.' De vader doodde zijn uitverkoren zoon.

Op 3 mei, verkiezingsdag, verloor het CDA afgezet tegen de verkiezingen van 1989 meer dan één miljoen stemmen. De partij duikelde van 54 naar 34 zetels. De trotse verkiezingsoverwinningen van 1986 en 1989 waren verdampt. Ruud Lubbers was ambteloos burger. Het was tijd voor Paars.

Ruud Lubbers, de loser

Arme Lubbers. Wat een neergang in zijn nadagen. Hij had zich al in 1993 aangemeld voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Hij meende dat het hem toekwam, na zoveel jaren van beschikbaarheid, ook internationaal. Maar hij had zich na de val van de Muur in 1989 nogal gereserveerd uitgelaten over de Duitse hereniging. 'Uitgesproken kil', luidde de correctie van bondskanselier Kohl. Lubbers werd gepasseerd. Van Agt: 'Ruud is zo onverstandig geweest zich kritisch uit te laten. Dat heeft Kohl hem kwalijk genomen. Dat is die olifant met nimmer falend geheugen nooit vergeten.'

Wat Lubbers parten is gaan spelen, in steeds ernstiger mate naarmate zijn koninkrijk langer duurde, is dat hij geen oog had voor de anderen. Hij geloofde heilig in de goede zaak, in de allereerste plaats in zijn eigen visie daarop. Hoogmoed was het amper, het was veeleer een vorm van blindheid.

Het was een voorname reden waarom het vervolgens ook bij de Navo misliep. Lubbers was door de regering-Kok voorgedragen voor de functie van secretaris-generaal. Engeland, Frankrijk, Duitsland, ze steunden allemaal zijn kandidatuur. De Amerikanen voerden een paar gesprekken met de oud-premier en waren faliekant tegen. Lubbers: 'Ik had opvattingen. Zij hadden moeite met iemand met opvattingen.'

In 2001 vroeg Kofi Annan, secretaris-generaal van de VN, hem eerste man te worden van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie. Hij stortte zich erop alsof het zijn eerste baan was. In het voorjaar van 2004 kwam hij in opspraak. Hij zou een lid van zijn staf hebben aangerand, volgens The New York Times zou hij aan het eind van een vergadering zijn onderlichaam tegen haar achterwerk hebben aangedrukt. De vrouw had een klacht ingediend.

De rel leek met een sisser af te lopen. Er was geen hard bewijs, Kofi Annan volstond met een reprimande. In 2005 laaide de zaak weer op, 'de dynamiek van de kwestie' ging zijn tol eisen. Lubbers moest weg.

Hij verzette zich met hand en tand en gaf in New York een radeloze persconferentie. In een betoog van zestien minuten versterkte hij zelf de spiraal van de ondergang. Het was pijnlijk om te zien: een topfunctionaris van de VN die in wanhoop een mannelijke verslaggever vroeg zich beschikbaar te stellen, zodat hij kon voordoen hoe onschuldig de gewraakte aanraking was geweest. Toen de verslaggever terughoudendheid toonde, zei Lubbers: 'U bent toch niet bang voor mij?'

CV van Ruud Lubbers

1939 geboren in Rotterdam

1945-1950 lagere school Sint Bavo, Kralingen, Rotterdam

1950-1957 Gymnasium bèta Sint Canisiuscollege, Nijmegen

1957-1962 Economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam, cum laude afgestudeerd

1962 Huwelijk met Ria Hoogeweegen. Het paar heeft drie kinderen

1963 Vader overlijdt. Lubbers in leiding van familiebedrijf

1964 lid Katholieke Volkspartij, KVP. Bestuurslid van de Katholieke Jonge Werkgevers Vereniging

1967 lid werkgroep van Christen-Radicalen

1970 lid Rijnmondraad, lid Programma Adviesraad KRO, lid werkgeversdelegatie metaalindustrie

1972 bestuurslid Nederlands Christelijk Werkgeversverbond NCW

1973-1977 Minister van Economische Zaken in kabinet-Den Uyl (PvdA, D66, PPR, KVP, ARP)

1977-1981 Vice-voorzitter en voorzitter CDA-fractie ten tijde van eerste kabinet-Van Agt (CDA, VVD)

1981 Fractievoorzitter ten tijde van tweede kabinet-Van Agt (CDA,PvdA,D66)

1982 Vertrek Van Agt uit landelijke politiek; eerste kabinet-Lubbers (CDA, VVD), tot 1986

1982 Akkoord van Wassenaar; overeenstemming tussen kabinet, werkgevers en werknemers over loonmatiging en herverdeling van werk

1985 3,7 miljoen handtekeningen tegen kruisraketten. Parlementair besluit tot plaatsing

1986-1989 Tweede kabinet-Lubbers (CDA, VVD)

1989 Kernwapenakkoord tussen VS en SU; geen plaatsing kruisraketten in Nederland

1989-1994 Derde kabinet-Lubbers (CDA, PvdA)

1994 Gepasseerd voor voorzitterschap Europese Commissie

1995-2001 deeltijd hoogleraar Globalisering aan de Katholieke Universiteit Tilburg

1995 Afgewezen als secretaris-generaal Navo

2001-2005 Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen

2004 Eredoctoraat Radbouw Universiteit Nijmegen

1995-2018 Minister van Staat