Mensen brengen hun stem uit tijdens het Oekraïnereferendum.
Mensen brengen hun stem uit tijdens het Oekraïnereferendum. © ANP

Onderzoek: referenda moeten beter, maar hebben nut

Bijna net zo hevig als de discussie over het Oekraïneverdrag was vorig jaar het debat over het referendum zelf. Een welkome aanvulling op de democratie of een gemankeerd instrument dat gecompliceerde zaken verengt tot het zwart-witte ja of nee? Het referendum heeft meerwaarde, concluderen onderzoekers van de Universiteit van Tilburg, maar de wet verdient op onderdelen verbetering. Trouw publiceerde dinsdag voor het eerst hun bevindingen.

Sinds juli 2015 kent Nederland de Wet raadgevend referendum. Die wet stelt burgers in staat de overheid corrigerend advies te geven. De uitslag is niet bindend, maar bij het Oekraïnereferendum - de eerste casus - bleek meteen dat politici het advies van het volk wel als verplichtend opvatten. Premier Rutte wrong zich in bochten om tegemoet te komen aan 'de zorgen' van de nee-stemmers en toch een Nederlandse handtekening onder het Europese Oekraïneverdrag te kunnen zetten.

Het lot van de jonge referendumwet ligt op de formatietafel. De uitkomst zou zomaar kunnen zijn: weg ermee. Geen van de vier formerende partijen was gelukkig met de ervaringen van vorig jaar. D66 is voorstander van referenda, maar kritisch over de huidige wet. Bovendien vindt de partij dat Europese besluitvorming zich niet leent voor binnenlandse volksraadplegingen. VVD, CDA en ChristenUnie waren tegen referenda en zijn dat nog steeds. Het CDA omarmde weliswaar de nee-stem van 2,5 miljoen kiezers, maar ging in de Eerste Kamer alsnog overstag.

Het Oekraïnereferendum was voor Nederland onwennig en ongemakkelijk, erkent ook Frank Hendriks, onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg. Maar het instrument alweer intrekken zou zonde zijn, betoogt hij in het boek Democratische zegen of vloek?, dat begin oktober verschijnt. Het is het resultaat van een breed onderzoek naar de rol van referenda in democratieën.

Hendriks en zijn collega's Koen van der Krieken en Charlotte Wagenaar menen dat het instrument 'een bescheiden doch significante bijdrage kan leveren aan de Nederlandse democratie'. 'Remmend vermogen is cruciaal voor een lerend en zelfcorrigerend systeem.' De eerste ervaring was weliswaar 'niet ideaal', maar daarom nog geen reden 'het collectieve leerproces nu al te staken'.

Politici zouden de mogelijkheid van een 'volksveto' niet moeten vrezen, maar moeten aangrijpen als een stimulans om betere wetgeving te maken. 'De wetgever krijgt een nuttige impuls om zijn uiterste best te doen.'

Petitie tegen 'sleepnetwet'

De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, die de overheid ruimere toegang geeft tot telefoon- en internetgegevens, zou onderwerp kunnen worden van een volgend referendum. Een groepje studenten begon met een petitie, waarbij onder meer privacywaakhond Bits of Freedom heeft aangesloten. Binnen vier weken tekenden 19 duizend mensen via de site sleepwet.nl, ruim voldoende voor de eerste horde van tienduizend. Binnen twee dagen waren ook de eerste 15 duizend handtekeningen van de volgende benodigde driehonderdduizend binnen. De studenten hebben tot 9 oktober de tijd het succes van GeenPeil te herhalen.

Bovendien kunnen referenda ook een medicijn zijn tegen scepsis onder de bevolking. De onderzoekers ontdekten dat in Denemarken de waardering voor de Europese Unie de afgelopen decennia groeide, terwijl in Nederland juist de scepsis over het EU-lidmaatschap toenam. In Denemarken hadden burgers via referenda de mogelijkheid 'om bestaande aarzelingen kracht bij te zetten'. De Nederlandse regering liep in de jaren negentig voorop bij EU-uitbreiding en kreeg in 2005 en vorig jaar een nee van de burger. Beide keren luidde het verwijt: de Europese trein dendert te snel door. Als het volk eerder 'tegendruk' had kunnen geven, was de euroscepsis nu wellicht minder geweest.

Hendriks adviseert het volgende kabinet om de wet op onderdelen te verbeteren. De opkomstdrempel van 30 procent werkte averechts. De drempel stimuleerde voorstanders van het Oekraïneverdrag om niet te gaan stemmen in de hoop op een lage opkomst. Daags na het referendum stelde verantwoordelijk minister Plasterk van Binnenlandse Zaken al dat de drempel moest worden herzien. Hendriks pleit voor een 'uitkomstdrempel', oftewel een minimaal steunpercentage van bijvoorbeeld 25 procent voor het winnende kamp. Dan worden het nee-kamp én het ja-kamp gestimuleerd hun beste beentje voor te zetten.

Referenda kunnen ook een medicijn zijn tegen scepsis onder de bevolking

Een ander advies: voeg vervolgvragen toe aan het digitale ja of nee, zodat duidelijker wordt waarom burgers voor of tegen een wet zijn. Het kabinet-Rutte II kon vorig jaar niet anders dan speculeren over de redenen achter de nee-stem, toch kregen die vermoedelijke zorgen van de kiezer een plek in de Nederlandse bijlage bij het Oekraïneverdrag.

Een 'second public-opinion', een tweede referendum over hetzelfde onderwerp, zou het volk het instrument geven zichzelf te corrigeren. Denk aan de spijtoptanten na de Britse keuze voor Brexit. De spijtoptanten zouden dan wel meer handtekeningen en meer steun moeten verwerven dan de winnaars van het eerste referendum om hen te kunnen 'overrulen'.

Overigens is een Nexit-referendum binnen de huidige wetgeving in Nederland niet mogelijk. Het instrument is beperkt tot nieuwe wetgeving. Wie een referendum wil afdwingen, moet binnen tien weken nadat een wet is aangenomen eerst tienduizend en vervolgens driehonderdduizend handtekeningen verzamelen.

Het kabinet moet de wet nog evalueren. De deadline is juli volgend jaar, meldt Binnenlandse Zaken. Inhoudelijk kan het ministerie er nog niets over zeggen. De evaluatie komt dus op het bordje van het volgende kabinet. Mocht dat ervoor kiezen het instrument weer af te schaffen, dan kan de burger daar nog een stokje voor steken. Ook een intrekkingswet kan onderwerp zijn van een referendum.