Minister Van der Steur.
Minister Van der Steur. © ANP

Minister wil snel duidelijkheid over mogelijke doofpot

Minister van der Steur (Justitie) wil zo snel mogelijk duidelijkheid over een eventuele doofpot rond het bonnetje van de Teevendeal. Dinsdagmorgen zei de minister voor het begin van een Europese bijeenkomst in Amsterdam dat hij de zaak 'zeer ernstig opneemt'.

Maandagavond meldde NOS Nieuwsuur dat het bonnetje bewust is achtergehouden. De minister gaf de commissie-Oosting na het bericht de opdracht de zaak opnieuw te bekijken. Van der Steur wilde dinsdagmorgen voor de NOS-camera nog geen oordeel geven, 'omdat de commissie-Oosting dat moet doen': 'Of er sprake is van een doofpot, kan ik niet beoordelen. Het is goed dat er snel duidelijkheid komt'. En: 'Iedereen kan zien wat de indruk is die gewekt wordt met die emails en ik denk dat het heel goed is dat duidelijk wordt wat de feiten achter die indruk zijn.'

Op de vraag waarom Van der Steur vorig jaar de schuld leek neer te leggen bij ICT'ers die geen back-up zouden hebben gemaakt, antwoordde de minister: 'Er is nooit sprake geweest van schuld van wie dan ook. Dat was een, eh. Het gaat in dit soort debatten... Als je kijkt naar de hele tekst gaat het over verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid die de toenmalige minister ook genomen heeft voor het niet kunnen vinden van het bonnetje en van schuld is nooit enige sprake geweest.'

Nieuwe, explosieve dimensie
De affaire rond de omstreden Teevendeal, die de minister vlak voor het kerstreces ternauwernood overleefde, krijgt met de berichtgeving van Nieuwsuur alsnog een nieuwe explosieve dimensie. Het bonnetje dat zo lang verborgen bleef, was niet kwijt maar mocht niet gevonden worden.

Nadat Nieuwsuur in 2014 details openbaarde over de schikking tussen drugscrimineel Cees H. en voormalig officier van justitie Fred Teeven, beweerde minister Opstelten in de Tweede Kamer dat het tv-programma een veel te hoog bedrag had genoemd. Daarop eiste de Tweede Kamer het bankafschrift op.

Na wat hij deed voorkomen als een lange intensieve zoektocht, liet Opstelten aan de Kamer weten dat het niet meer gevonden kon worden. Toen het later via Nieuwsuur alsnog opdook (met het hoge bedrag), traden Opstelten en staatssecretaris Teeven af.

Opsteltens opvolger Van der Steur hield tot voor kort nog vol dat er in 2014 serieus gezocht is. Hij wees naar de ICT'ers die kennelijk niet in staat waren om oude computerbestanden tot leven te wekken. 'Het had een jaar eerder gekund, als ze de juiste mensen op de ICT hadden gehad. Daar zat natuurlijk de fout die is gemaakt', aldus Van der Steur in de Tweede Kamer.

Nieuwsuur openbaarde maandagavond een interne e-mailwisseling waaruit blijkt dat de ICT'ers het afschrift in juni 2014 al bijna hadden. Ze vonden de back-up waar het op stond en waren bezig die te herstellen. Uit de e-mailwisseling valt op te maken dat ze toen van hogerhand gesommeerd werden om daarmee te stoppen.

'Het is voldoende als feitelijk is vastgesteld dat er een back-up tape beschikbaar is. Hiermee is (blijkbaar) voldaan aan de meer "politieke vraag" of er inderdaad een back-up tape beschikbaar is (...) Het ligt op dit moment op het niveau van de directie van DFEZ (Dienst Financiële en Economische Zaken) om aan te geven of het gewenst is dat er daadwerkelijk een restore wordt uitgevoerd.' Het bonnetje bleef daarna verborgen.

'Indringende vragen'

De onderzoekscommissie-Oosting, die alle relevante stukken opvroeg, heeft deze mailwisseling nooit gezien en heropent daarom het onderzoek. Voorzitter Marten Oosting stelt in een schriftelijke reactie dat er nieuwe 'indringende' vragen op hem liggen te wachten.

'Wie beschikte over de bewuste kennis/informatie en vanaf welk moment, en met wie is deze gedeeld? Wie heeft het initiatief genomen/besloten tot het aanhouden van verdere bewerking, waarom, en in overleg met wie? Wie zijn vervolgens in kennis gesteld van dit aanhouden, en met welke andere personen hebben zij dat eventueel gedeeld?'

Minister Van der Steur ligt sinds hij het overnam van Opstelten onder vuur omdat de Kamer de informatievoorziening vanuit het ministerie nog steeds volstrekt onvoldoende vindt. Hij liet maandagavond aan de Kamer weten dat Oosting 'zo snel mogelijk' het onderzoek hervat. Naar verwachting zal de Kamer nog deze week debatteren over de precieze onderzoeksvragen.