Jesse Klaver tijdens een Tweede Kamerdebat.
Jesse Klaver tijdens een Tweede Kamerdebat. © ANP

Het klimaatbeleid van Rutte III is nu al gedoemd te mislukken

Commentaar

Met onhaalbare klimaatdoelen schaadt het kabinet de geloofwaardigheid van de politiek.

Kinderlijk eenvoudig kan GroenLinks-leider Jesse Klaver aannemelijk maken dat het ambitieuze klimaatbeleid van Rutte III gedoemd is te mislukken - althans: binnen het beschikbare budget van 3,2 miljard euro. Daarbij hoeft hij niet naar zijn eigen partijprogramma te verwijzen, maar naar berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dat heeft vastgesteld dat het nagestreefde doel - de reductie van de CO2-uitstoot met 49 procent in 2030 - met het aangekondigde beleid bij lange na niet haalbaar is.

Natuurlijk roept GroenLinks met haar kritiek het verwijt over zichzelf af dat ze als coalitiepartner meer aan een effectief klimaatbeleid had kunnen bijdragen

Dat is niet alleen slecht nieuws voor het klimaat. Het stelt het nieuwe kabinet ook bloot aan het verwijt dat het met loze beloften strooit. Dat het, erger nog, de eigen klimaatdoelstellingen niet of niet voldoende heeft laten doorrekenen. Daarmee schaadt het nodeloos de geloofwaardigheid van de politiek.

Natuurlijk dient GroenLinks met het PBL-rapport ook haar eigen belangen als oppositiepartij. En natuurlijk roept GroenLinks met haar kritiek het verwijt over zichzelf af dat ze als coalitiepartner meer aan een effectief klimaatbeleid had kunnen bijdragen. Maar dat doet allemaal niets af aan het feit dat het kabinet op dit beleidsterrein wel erg kwistig met best case-scenario's strooit.

Natuurlijk zou het mooi zijn als de gunstige prijsontwikkeling van de bouw van windmolenparken op de Noordzee zich voortzet. Natuurlijk is de capaciteit aan windenergie nog niet ten volle benut. Natuurlijk zet de sluiting van kolencentrales zoden aan de dijk. En natuurlijk loont het de moeite om een begin te maken met CO2-opslag in de bodem. Maar het is niet verstandig erop te speculeren dat alle maatregelen het beoogde rendement opleveren.

Juist Nederland, dat op milieugebied een povere conduitestaat heeft, kan het zich niet veroorloven dat de resultaten ver achterblijven bij de ambities. Voor het nog jonge kabinet kan dit twee dingen betekenen: óf de ambities gaan van meer realiteitszin getuigen, óf de inspanningsverplichtingen worden meer in overeenstemming gebracht met die ambities. Te vrezen valt dat dit weer onverenigbaar is met andere doelen die het kabinet zichzelf heeft gesteld.