Doet Rutte III meer voor de rijken of de armen? Lees deze analyse

Nivellering in Rutte-III

Doet Rutte III meer voor de rijken of de armen? Voor de oppositie is duidelijk dat jan modaal de rekening betaalt. Maar is dit wel zo? De conclusie is niet eenduidig. Veel hangt af van de vraag of het kabinet de rit uitzit.

Binnen een week groeide het uit tot hét thema van de linkse oppositie: het aanstaande kabinet-Rutte III heeft meer oog voor de rijken dan voor de armen. Premier Rutte houdt intussen staande dat er sprake is van een evenwichtig koopkrachtbeeld. Wie heeft gelijk?

Uit de koopkrachtplaatjes die het Centraal Planbureau publiceerde bij de publicatie van het regeerakkoord (zie grafiek), werd het al duidelijk: iedereen gaat er iets op vooruit, maar uitkeringsgerechtigden, gepensioneerden en werkenden met een salaris onder modaal minder dan de midden- en hogere inkomens.

Dat is een gevolg van een paar politieke keuzes. De verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent valt daar niet onder, hoewel die wel vaak als een van de boosdoeners wordt genoemd. Hoge en lage inkomens zullen immers evenveel euro's aan eerste levensbehoeften uitgeven, zo lijkt het. Maar volgens het CPB klopt die veronderstelling niet. Arm en rijk geven blijkens onderzoek eenvijfde deel van hun inkomen uit aan goederen en diensten in het lage tarief. Een btw-verhoging vergroot de inkomensverschillen daardoor niet.

Het eerste wat wel een rol speelt is de invoering van de 'tweetaks', twee belastingschijven. Een van 36,89 procent en, voor inkomens boven de 68.600 euro, een van 49,5 procent. Daardoor betalen lage inkomens 700 miljoen euro meer belasting. Midden- en hoge inkomens betalen 6,2 miljard euro minder belasting. Dat maakt de inkomensverschillen groter.

Extra stimulans

Zonder regeerakkoord zou Rutte III in 2021 een overschot op de begroting hebben van bijna 13 miljard euro. Het nieuwe kabinet geeft 14,5 miljard extra uit. Een tekort? Nee, zegt Rutte III, want al dat extra geld uitgeven stimuleert de economie met bijna 5 miljard. Dus rekent het kabinet in 2021 op een overschot van circa 0,5 procent van het bbp. Echter. De opbrengst komt uit voorspellende modellen, waar de uitgave een uitkomst is van optellen en aftrekken van echte bedragen. De 14,5 miljard die Rutte III uitgeeft is daarmee veel zekerder dan de bijna 5 miljard die dat oplevert door een gestimuleerde economie.

Het huidige demissionaire kabinet-Rutte II had deze lastenverlichting van per saldo ruim 5 miljard al vastgelegd, inclusief twee belastingschijven met vrijwel dezelfde percentages als waar het nieuwe kabinet nu toe heeft besloten. Het zou allemaal worden uitgesmeerd over de komende 20 jaar. Bovendien stond er over diezelfde periode een geleidelijke versobering van de hypotheekrenteaftrek tegenover.

Waar de komst van de twee belastingschijven de inkomensverschillen vergroot, verkleint versobering van de aftrek ze weer enigszins. Afschaffing van die 'subsidie op de eigen woning' zoals economen de aftrek vaak aanduiden, zou vooral de hogere inkomens treffen en is daarmee een van de meest nivellerende maatregelen denkbaar.

Alles bij elkaar opgeteld wordt Rutte III een denivellerend kabinet dat er wel op heeft gelet dat de verschillen niet te hoog oplopen

Rutte III kiest ervoor die hele operatie in versnelde vorm naar voren te halen. Maar het gaat niet meer gelijk op. Het nieuwe kabinet wil al in 2019 beginnen met de belastingverlaging, maar het voltooit de versobering van de hypotheekrenteaftrek pas in 2023. Dat betekent een forse denivellering voor komende jaren.

Om te voorkomen dat die inkomensongelijkheid niet te hoog oploopt is er wel weer iets op gevonden: iedereen krijgt in 2021 een belastingkorting van 350 euro. Die algemene heffingskorting verkleint de inkomensongelijkheid, want voor een minimumloner tikt 350 euro zwaarder aan dan voor een miljonair. Ook krijgen werkenden minder belastingkorting bij een hoger inkomen. Dit 'sneller afbouwen van de arbeidskorting' pakt nadelig uit voor de hoogste inkomens en is daarmee ook een nivellerende maatregel.

Dat is echter niet genoeg om het belastingvoordeel voor de hoge inkomens te compenseren. Voor de echte correctie blijft het wachten op het moment dat de hypotheekrenteaftrek daadwerkelijk wordt afgebouwd.

Alles bij elkaar opgeteld wordt Rutte III een denivellerend kabinet dat er wel op heeft gelet dat de verschillen niet te hoog oplopen. Met één addertje onder het gras: als het kabinet in de eerste drie jaar valt, is wel de denivellerende tweetaks in gang gezet, maar niet de nivellerende versobering van de hypotheekrenteaftrek. Die kan dan zomaar opnieuw onderwerp worden van de verkiezingscampagne.


En de gepensioneerden? Betalen zij de prijs?

Gepensioneerden gaan er dankzij het regeerakkoord wel enigszins op vooruit, maar mensen met werk twee keer zoveel. De koopkracht van werkenden stijgt volgens het Centraal Planbureau met 1,4 procent per jaar. Gepensioneerden hebben elk jaar 0,7 procent meer te besteden. Dat komt mede doordat zij nadeel hebben van de verwachte hogere inflatie, maar hun pensioen niet de hogere lonen volgt.

Uit de cijfers van het CPB blijkt ook dat de maatregelen betekenen dat 12 procent van de gepensioneerden erop achteruit gaat - vooral gepensioneerde paren. Voor minder dan 2 procent van de mensen met een baan pakt het regeerakkoord nadelig uit voor de portemonnee.

Voor minder dan 2 procent van de mensen met een baan pakt het regeerakkoord nadelig uit voor de portemonnee

Door de invoering van twee in plaats van vier schijven gaan ogenschijnlijk 1,8 miljoen gepensioneerden meer belasting betalen. Zij zitten volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek nu in 'hun' eerste schijf van 18,65 procent. Het CBS telt 1,3 miljoen mensen die AOW en pensioen krijgen die een inkomen hebben van meer dan 20.000 euro. Voor hen zou de belasting omlaag gaan.

Er is in het gedetailleerde regeerakkoord echter iets onduidelijk gelaten dat gepensioneerden aangaat. Als het nieuwe tweeschijvenstelsel ook voor mensen met een pensioen zou gelden, zou dat de schatkist miljarden kosten. Dan zouden er bij de 1,8 miljoen pensioengerechtigden die 'slechts' 18,65 procent belasting betalen, nog eens 1,2 miljoen komen. Dat zijn gepensioneerden die in schijf 2 en 3 zitten en respectievelijk 22,9 procent en 40,8 procent belasting betalen.

Daarom krijgen gepensioneerden drie belastingschijven, maar nergens in het regeerakkoord staat wat de tarieven daarvan zullen zijn. Daardoor is niet zeker hoeveel meer of minder belasting mensen met een pensioen gaan betalen. Wat in ieder geval gunstig uitpakt voor ouderen met een laag inkomen is de verhoging van de ouderenkorting met 160 euro in 2019. Tegelijk wordt die belastingkorting geleidelijk inkomensafhankelijk afgebouwd. Nu betekent een inkomen van 1 euro boven de grens van 36.057 euro meteen een ouderenkorting van 72 euro in plaats van 1.418 euro. Wel gaat de alleenstaande ouderenkorting met 19 euro omlaag.


We gidsen je door het regeerakkoord

Na een historisch lange formatie is het kabinet Rutte III er eindelijk. Wij gidsen je door het regeerakkoord. Hoe wordt het geld verdeeld? Wat hebben de partijen binnengesleept? En op welke punten gaat de coalitie het moeilijk krijgen?