DE PLEK WAAR JE MOET ZIJN

Ooit gesticht als muziekpaleis van de gegoede Amsterdamse burgerij, is het Concertgebouw uitgegroeid tot de huiskamer van de Nederlandse bestuurlijke elite....

‘Dat er iets met het Concertgebouw moest gebeuren, werd iedereen duidelijk toen tijdens een concert begin jaren tachtig een stuk pleisterwerk uit het plafond op het hoofd van Stork-baas Feyo Sickinghe viel’, zegt Willem Stevens, oud-CDA-senator, senior counsel bij Baker & McKenzie en vice-voorzitter van Het Concertgebouw Fonds.Het trotse muziekpaleis, in 1888 gebouwd door de gegoede Amsterdamse burgerij, was er slecht aan toe: de programmering was beroerd, de accommodatie verouderd en het gebouw zakte van ellende in elkaar – zo stonden de kelders geregeld blank. De in 1982 begonnen directeur Martijn Sanders stond voor een zware taak.Bij de plannen het Concertgebouw in oude glorie te laten herrijzen, namen naast Sanders – die 1 juni afscheid neemt – vooral prominenten uit het bedrijfsleven het voortouw. Eerst Gerrit Wagner van Shell, later bestuursvoorzitter Floris Maljers van Unilever, econoom Victor Halberstadt en jonkheer Aarnout Loudon van Akzo.Het was vooral een kwestie van netwerken. Zo herinnert Maljers zich een etentje in 1987 bij Sanders thuis, waarbij ook Wagner, Halberstadt en Loudon aanwezig waren. ‘Wagner was toen al in de zeventig. Hij zei dat wij de zaak maar op onze schouders moesten nemen. En dat hebben we gedaan.’Met succes. Tegenwoordig staat het Concertgebouw er spic en span bij, geldt de programmering internationaal als eersteklas en trekt het met 850 duizend bezoekers per jaar meer publiek dan welke andere muziekzaal ter wereld. Bovendien is het gebouw uitgegroeid tot de favoriete locatie van de bestuurlijke elite. ‘Het is de plek waar je moet zijn, waar je bij wilt horen’, aldus Stevens. Dat blijkt al uit de illustere namen in de raad van commissarissen, zoals Alexander Rinnooy Kan (ex-ING, straks SER-voorzitter), Jan Kalff (ex-ABN Amro-baas) en Aarnout Loudon. Groot netwerkSanders realiseerde de omslag mede dankzij zijn grote netwerk in het bedrijfsleven. Zo werd nog onder leiding van Wagner 45 miljoen gulden ingezameld voor de renovatie, waarmee onder meer de glazen foyer van Pi de Bruijn werd gerealiseerd. De toenmalige raad van commissarissen richtte in 1987 de Stichting Comité voor het Concertgebouw op, die voortaan eigen concertprogramma’s ging organiseren. Daarmee werd de basisexploitatie van het gebouw gegarandeerd. De Stichting organiseert nu vierhonderd concerten per jaar.Dit succes is mede te danken aan het sponsorbeleid waarmee Sanders pionierde. Het is inmiddels een vertrouwde formule: bedrijven drukken de prijzen van kaarten en abonnementen, en krijgen in ruil naamsvermelding plus een paar honderd van de beste plaatsen om hun relaties stijlvol te fêteren, compleet met hapjes en champagne, bij voorkeur in de achter de Grote Zaal gelegen Spiegelzaal.Dat werkt, blijkt ook uit de TNS Nipo-enquête in opdracht van de Volkskrant onder de bestuurlijke elite: zes op de tien zeggen voordeeltjes te ontlenen aan hun positie. Vrijkaartjes voor concerten en voorstellingen staan daarbij bovenaan. Vandaar al die concerten in de jaarbrochure met vermelding van ING, MeesPierson of Houthoff Buruma. En niet te vergeten de Robeco Zomerconcerten. Sanders haalt de sponsors vaak persoonlijk binnen. ‘Het beste moment is de receptie na een gesponsord concert. Dan staat de baas tevreden te kijken tussen zijn relaties. Goh, zeg je tegen een van die mensen, niks voor jou? En dan nodig je ze uit langs te komen voor een kijkje achter de schermen. Je moet het een beetje verkopen, natuurlijk.’Het gaat sponsors niet alleen om status, zegt Sanders.‘Bijna alle bestuursvoorzitters zijn cultureel geïnteresseerd. De top van het bedrijfsleven is niet plat.’ Veel sponsors hebben volgens hem ook een behoorlijke kennis van klassieke muziek. ‘Ik was laatst op een concours hippique waar iedereen in de sponsorloge met de kont naar de paarden stond. Dat gebeurt hier niet. Die klachten over luidruchtig sponsorpubliek dat op de verkeerde momenten klapt, kloppen niet.’Volgens critici hebben sponsors het echter te zeggen gekregen in het gebouw. ‘Onzin’, zegt Sanders. ‘Driekwart van de tweeduizend zijn goede plaatsen. Daarvan zijn er bij de abonnementsconcerten hooguit driehonderd voor de sponsor. Wil hij meer, dan moet hij de hele zaal maar afhuren. We willen niet dat sponsors de sfeer bepalen.’ Sterker, eigenlijk worden gewone bezoekers gesponsord: ‘Kaartjes voor Cecilia Bartoli laatst kostten 125 euro. Zonder MeesPierson was dat ruim 200 euro geweest.’En waarom doet MeesPierson dat? Omdat het Concertgebouw in Nederland dé plek is om je verantwoord ‘onder ons’ te verpozen. Het is de huiskamer van de elite. ‘Ik had een grote cliënt’, zegt Stevens, ‘een directeur van een Canadees bedrijf dat een dochter in Nederland wilde vestigen. Die man, dol op muziek, vond het prachtig dat iedereen die er in Nederland toe doet, hier komt. Nederland, zei hij, dat ís het Concertgebouw.’Sanders koketteert graag met die gedachte. ‘Iedereen komt hier: het koningshuis, de top van het bedrijfsleven, de overheid. Het is net als met Ajax en Amsterdam Arena, waar ik overigens ook een functie heb: een combinatie van kwaliteit, locatie, goede organisatie en faciliteiten, en internationale uitstraling. Zo’n Bartoli, die staat er!’Dat wil niet zeggen dat Sanders zichzelf grote invloed toedicht. ‘Zou u dat ook vragen als ik een restaurant had waar de elite veel kwam? Nee, ik organiseer de markt, ik heb geen kraampje. Ik mag Gerard zeggen tegen Kleisterlee, we komen wel eens bij elkaar thuis, maar heb ik invloed op het beleid van Philips? Nee. Ik mag Jeroen zeggen tegen Van der Veer, en Antony tegen Burgmans. Maar het zijn vrindjes van me, geen vrienden. En dat is een groot verschil.’Het Concertgebouw is niet alleen de huiskamer van de elite, relativeert Stevens: ‘Corporate Nederland komt er, en de oude Amsterdamse families, zeker op de exclusieve donderdagavond, met die abonnementen die van generatie op generatie overgaan en waarvoor dus lange wachtlijsten bestaan. Maar de doorsnee bezoeker is een muziekliefhebber, vaak in spijkerbroek. Ik denk wel eens: is dit nu de top van Nederland?’Ander milieuPolitici zijn in elk geval schaars, habitués als burgemeester Cohen en oud-premier Kok uitgezonderd. Sanders: ‘De politiek heeft weinig culturele belangstelling en mengt zich niet in deze circuits. Ook mensen als Erik de Vlieger zie je hier niet, of mensen die in Zuid met zes kogels worden omgelegd. Dat is toch een ander milieu.’Dat rond de concerten grote zaken worden beklonken, is onzin, zegt oud-Heineken-topman Karel Vuursteen, voorzitter van Het Concertgebouw Fonds. ‘Zo werkt het niet. Zaken doen op de golfbaan, daar geloof ik ook geen bal van. Je kunt er bij een overname als smeerolie eens een etentje en een concert tegenaan gooien, en dan is het Concertgebouw een uitstekende gelegenheid. Maar je doet er geen deals: het is er altijd druk, iedereen klampt iedereen aan. En ik sluit geen deals in drie minuten.’Maljers beaamt dit. ‘U denkt toch niet dat mensen tussen Beethoven en Mahler in even een bedrijf kopen? Het Concertgebouw is een plek waar je mensen aanschiet om te vragen of je ze kunt bellen.’ En zo kun je natuurlijk wel grote zaken in gang zetten. Dat maakt het ‘CG’ volgens een consultant tot ‘een ideaal jachtveld waar dure advocaten en adviseurs met hun visitekaartjes zwaaien’. Wat overigens geldt als not done.Jongste loot in de relatie tussen Concertgebouw en elite is de fondsenwerving onder rijke particulieren door Het Concertgebouw Fonds, waarover Vuursteen de scepter zwaait. In het bestuur zitten onder anderen Stevens, die als Europees fondsenwerver voor de Harvard Law School alle kneepjes leerde van de Amerikaanse benadering van het mecenaat, Volkert Doeksen (Alpinvest) en Martine van Loon-Labouchere, grootmeesteres van het Koninklijk Huis.Het fonds richt zich op de renovatie van het gebouw en op educatieve projecten, waarmee elk jaar 25 duizend kinderen een ochtend over de drempel van de muziektempel worden geholpen. Volgens Vuursteen is inmiddels voor 15 miljoen aan toezeggingen binnen.Centraal daarbij staan drie exclusieve clubs van begunstigers, de Gustav Mahler Kring, de Johannes Brahms Kring en de Dolf van Gendt Kring. Welgestelde particulieren worden persoonlijk benaderd en mogen lid worden als ze de vereiste donatie doen: twintig-, vijftig- of honderdduizend euro, voor respectievelijk Van Gendt, Brahms en Mahler. Ze krijgen een vip-behandeling, met een jaarlijks diner en een gouden of zilveren naambordje op het ‘eretableau’ bij de ingang van de Spiegelzaal, al wil niet iedereen ermee te koop lopen. ‘Dat is onze calvinistische bescheidenheid’, aldus Stevens.Grote bedragenJe moet zelf het goede voorbeeld geven, anders werkt het niet. ‘We zouden als bestuur dus allemaal een redelijk bedrag op tafel leggen, zonder dat we van elkaar wisten hoeveel’, herinnert Floris Maljers zich. ‘Uiteindelijk vonden we het meer een aanmoediging voor anderen als gevers met name werden genoemd. Grote bedragen? Ach, dit zijn geen arme mensen. In de VS geeft men dezelfde bedragen, maar met een nul erachter. Dat zie ik in Nederland niet gauw gebeuren.’Bestuursleden benaderen potentiële donateurs in hun netwerk, op hun eigen manier. ‘In de fondsenwerving ben ik schaamteloos’, zegt Vuursteen. ‘Ik geef ze geen kans nee te zeggen. Zo heb ik Charlene de Carvalho-Heineken er in 2002 van overtuigd om twee miljoen euro te geven voor de nieuwe stoelen in de Grote en Kleine Zaal.’Stevens: ‘Ik zeg altijd: voel je niet verplicht, dan voelen ze zich juist verplicht. Wat ook werkt: al je vrindjes zitten in Brahms, jij nog niet. En ik wijs ze erop dat het Concertgebouw door onze voorouders is neergezet, en dat wij nu de dure plicht hebben om dat cultureel erfgoed in stand te houden.’Schenken kan bovendien fiscaal-vriendelijk, via legaten en lijfrenteconstructies – volgens Stevens een ‘populair statussymbool’. Dit wordt bevestigd door de TNS Nipo-enquête: 47 procent van de elite doneert zo aan goede doelen, bij het bedrijfsleven 57 procent.Ook aan de ‘jongeren’ is gedacht. Veelbelovende veertigers, bankiers en professionals, worden benaderd voor ‘Van Gendt’. ‘Dat begint een heel leuk netwerkje te worden’, aldus Stevens. ‘Ze moeten instappen met twintigduizend euro, dan voed ik ze op tot vijftigduizend’, lacht Vuursteen, die hen laat weten ‘dat ze met hun inkomen die Porsche best volgend jaar kunnen kopen’.Eisen al die gulle gevers weleens een wederdienst? Sanders: ‘U bedoelt topmannen die bij een uitverkocht concert om kaartjes bedelen? Ik houd altijd wat plaatsen vrij voor sponsors, maar ik kan toch niet iemand van rij 16 halen, omdat een belangrijke sponsor erin wil? Nee, men heeft er begrip voor dat we dat niet kunnen doen. En áls er al eens om kaartjes wordt gebedeld, is het met het schaamrood op de kaken. Nederland is een hele platte maatschappij.’