Woensdag 16 oktober 2002, crisis op het Binnenhof. Met de klok mee de LPF-hoofdrolspelers: Mat Herben, Eduard Bomhoff, Harry Wijnschenk en Herman Heinsbroek.
Woensdag 16 oktober 2002, crisis op het Binnenhof. Met de klok mee de LPF-hoofdrolspelers: Mat Herben, Eduard Bomhoff, Harry Wijnschenk en Herman Heinsbroek. © ANP

'Wilders heeft gelijk: zijn PVV is geen LPF'

Wie denkt dat de PVV hetzelfde destructieve proces doormaakt als de LPF indertijd, vergist zich. De PVV-kiezers kijken alleen naar Wilders. Hij kan nog ver komen.

 
De nestbevuilers Van Bemmel, Kortenoeven en Hernandez zijn ongeloofwaardig.
 
Wanneer Wilders dan ook nog het geluk heeft dat zo'n paar dagen voor de verkiezingen blijkt dat Nederland miljarden euro's of meer aan Griekenland of Spanje kwijt is, is het zeker niet uitgesloten dat de PVV een verkiezingsresultaat ver boven de huidige peilingen behaalt.

Na de verkiezingen van mei 2002 verkoos de Tweede Kamer mij tot haar voorzitter. Op dat moment kwamen ook 26 nieuwe Kamerleden van de LPF, de Lijst Pim Fortuyn, in de Kamer. Vanuit het niets waren zij opeens volksvertegenwoordiger. Vrijwel zonder politieke ervaring, zonder duidelijk gemeenschappelijk politiek doel en vooral zonder een politiek leider. Pim Fortuyn was immers tien dagen voor de verkiezingen vermoord. Met de medewerkers van de Kamer probeerde ik toen de LPF-Kamerleden goed en snel in te werken, zodat zij hun kennisachterstand op de andere Kamerleden konden inhalen.

Al gauw ontstonden er ruzies en meningsverschillen in de LPF-fractie. Fractievoorzitters volgden elkaar snel op en de ruzies kwamen steeds naar buiten. Afsplitsingen van de fractie vonden met grote regelmaat plaats. Er was zelfs een LPF-Kamerlid dat een persfotograaf een flinke klap gaf toen er weer eens tumult was rondom de fractiekamer.
De grootste ruzies vonden plaats tussen twee ministers van de LPF in het kabinet-Balkenende I: Bomhoff en Heinsbroek. Zij konden elkaar niet luchten of zien en staken dat niet onder stoelen of banken.

Gevolg daarvan was uiteindelijk de val van het eerste kabinet-Balkenende na 86 dagen. Na de daarop volgende verkiezingen kwam de LPF met maar acht Kamerleden terug en speelde zij nooit meer een rol van betekenis - mede omdat ook toen de ruzies en de afsplitsingen doorgingen.

De verleiding is groot om deze gang van zaken te vergelijken met de huidige problemen bij de partij van Geert Wilders. Ook daar openlijke ruzies en afsplitsingen van de fractie. Maar de PVV is geen LPF. In de allereerste plaats is bij de PVV gelukkig wel de oprichter en politiek leider in leven. Wilders is vanaf het moment dat hij de VVD verliet en de PVV oprichtte de allerbelangrijkste en vaak enige politieke factor in die partij. Hij geeft vorm aan de politieke opvattingen van de PVV en brengt deze, op onnavolgbare wijze, als vrijwel enige naar buiten.

Kiezers stemmen op hem en op het door hem vertolkte gedachtegoed, waarin zij de onvrede die zij vaak hebben met de 'oude' politiek en met ontwikkelingen in Nederland en de wereld in ruime mate terugvinden. Sterker: de opvattingen van Wilders versterken die onvrede bij veel mensen. Er is sprake van een wisselwerking tussen hem en zijn trouwe kiezers die vrijwel niet te doorbreken valt.

De terugval van de PVV in de peilingen na het vertrek van een drietal Kamerleden zal dan ook tijdelijk zijn. Dat was ook zo na het vertrek van Hero Brinkman een paar maanden geleden. Wilders heeft gelijk dat het vertrek van Hernandez, Kortenoeven en Van Bemmel komt doordat zij niet meer op de lijst voor de komende Kamerverkiezingen staan. Wanneer zij echt zulke enorme kritiek op het functioneren van de PVV hadden, was het geloofwaardiger geweest als zij eerder waren opgestapt. De nestbevuiling waar hun vertrek nu mee gepaard gaat, wordt door de kiezer ook niet gewaardeerd.

Zij hebben wel gelijk dat de PVV een onemanshow zonder interne democratie en zonder leden is, maar de kiezers van Wilders kijken daar niet naar. En laten we nou niet doen alsof bij andere partijen de kandidatenlijsten in een breed democratisch proces tot stand komen. Ook daar zijn het een handjevol mensen in de fractie, het bestuur en adviescommissies die de lijst maken. Partijleden - in totaal 2,1 procent van de Nederlandse bevolking - kunnen hoogstens wat cosmetische ingrepen op die ontwerplijsten doen.

Het succes van Wilders bij de komende verkiezingen hangt af van zijn vermogen om zijn kernboodschap - voorheen de moslimhaat, nu de anti-Europa-tirade - in de ogen van zijn kiezers met succes naar voren te blijven brengen. En dat vermogen heeft hij in hoge mate.
Wanneer hij dan ook nog het geluk heeft dat zo'n paar dagen voor de verkiezingen blijkt dat Nederland miljarden euro's of meer aan Griekenland of Spanje kwijt is, is het zeker niet uitgesloten dat de PVV een verkiezingsresultaat ver boven de huidige peilingen behaalt.

Het is overigens erg onverstandig van andere partijen om in de verkiezingsprogramma's en in de campagne te proberen een PVV-light te zijn. Bijvoorbeeld door het beleid van het gedoogkabinet zelfs te overtreffen inzake de huwelijksmigratie van buitenlanders, of door de ontwikkelingshulp vrijwel af te schaffen. Kiezers willen geen light-versie, maar the real thing. Zij zullen op deze wijze niet gaan stemmen op de VVD of een andere partij.

Partijen moeten op duidelijke wijze hun eigen opvattingen naar voren brengen. Dat geldt in het bijzonder voor Europa. Het suggereren dat Nederland ook zonder verdergaande Europese samenwerking kan, of dat een 'Nederlands Europa' mogelijk is, is niet realistisch. Nederland is aangewezen op intensieve internationale en Europese samenwerking en een open blik en handelwijze naar de buitenwereld.

De ministers Verhagen en Rosenthal hebben dat onlangs gelukkig ook nog eens duidelijk benadrukt.

Frans Weisglas
is VVD-lid en oud-voorzitter van de Tweede Kamer.