Collegezaal van de Universiteit Tilburg.
Collegezaal van de Universiteit Tilburg. © ANP

Zonder filosofie krijg je straks geen baan

Filosofie

Jongeren hebben nu meer aan onderwijs in filosofie en morele vorming (Bildung) dan aan het verwerven van specifieke beroepsvaardigheden.

Afgelopen maandag werd aan de verschillende Nederlandse hogescholen en universiteiten het academisch jaar 2014/2015 geopend. Keynote-sprekers hielden speeches met titels als Science for Society (James Robinson, Universiteit Utrecht), Science at work in the 21th century (Hans Clevers, Erasmus Universiteit) en Impact & Relevance (Pauline van der Meer Mohr, Erasmus Universiteit). Niet alleen lijkt Engels steeds meer de voertaal in het hoger onderwijs te zijn (terwijl de meeste studenten het Nederlands nauwelijks beheersen!), ook valt op dat er veel aandacht is voor het maatschappelijk nut van wetenschap.

Dit laatste sluit naadloos aan bij de laatste jaren in Nederland dominant geworden instrumentalistische visie op onderwijs. Onderwijs is in deze visie in de eerste plaats een middel om een bepaald doel te bereiken. Bijvoorbeeld: jongeren aan een goede baan helpen of onze welvaart in stand houden. Het huidige kabinet eist dat het onderwijs 'opbrengstgericht' werkt en voldoende 'hoeveelheid product' genereert. (Post)moderne ouders eisen 'waar' voor hun belastinggeld: het door hun kinderen genoten onderwijs dient hen aan een goede baan te helpen.

Brede vorming

'Wat versta je precies onder nut?' vragen filosofen.

Er bestaat ook een andere visie op onderwijs. In die visie draait het om brede vorming en de ontplooiing van alle menselijke kwaliteiten. Deze visie gaat terug op het Bildungsideal, zoals Wilhelm von Humboldt dat in 18de eeuw in Duitsland formuleerde. Niet alleen het verwerven van kennis en vaardigheden is in deze visie van belang, maar ook de ontwikkeling van het vermogen tot moreel oordelen en kritisch denken. Onderwijs draait in deze visie om identiteitsvorming: onderwijs helpt je te worden wie je bent. Niet alles laat zich definiëren in termen van (economisch) nut.

Sommige zaken in de vorming van jonge mensen hebben intrinsieke waarde: ze zijn geen middel om iets anders te bereiken, maar doel op zichzelf. Wat is het nut van morele en kunstzinnige vorming? Wat heb je aan algemene ontwikkeling en kennis van literatuur?

De vraag naar het nut van iets is uiteindelijk een filosofische vraag. 'Wat versta je precies onder nut?' vragen filosofen. Het nut van een schoolvak wordt doorgaans afgemeten aan de mogelijkheden die dat vak biedt om een baan te vinden, geld te verdienen of je in te kunnen schrijven voor een vervolgstudie. Filosofen wijzen erop dat dat een beperkte definitie is.

Veel filosofen zijn van mening dat filosofie intrinsieke waarde heeft: zij is doel op zichzelf, zoals ook kunst dat is: l'art pour l'art. De vraag naar het nut van filosofie bevat in deze opvatting een contradictie.

'Filosofie' betekent letterlijk: liefde voor wijsheid en liefde is per definitie onbaatzuchtig. De vraag naar het nut van filosofie is dan ook onzinnig en irrelevant. Filosofen hoeven niet te verantwoorden waarom zij filosoferen en wat dat eigenlijk 'oplevert': het streven naar wijsheid is intrinsiek waardevol.

'Generalisten'

De arbeidsmarkt van de toekomst zal in toenemende mate behoefte hebben aan 'generalisten': breed opgeleide professionals die helder en onafhankelijk hebben leren nadenken, en in staat zijn nieuwe ontwikkelingen te doorgronden.

Nieuwe ontwikkelingen op de arbeidsmarkt werpen een ander licht op de traditionele tegenstelling instrumenteel/intrinsiek. De maatschappij is zo snel aan het veranderen dat zij steeds minder begrepen kan worden in termen van vaste structuren. Er is een 'vloeibare samenleving' aan het ontstaan, waarbij de grenzen tussen traditionele functies en vakdisciplines vervagen, en de beroepspraktijk in snel tempo verandert. Over twintig jaar zal de helft van alle huidige beroepen verdwenen zijn.

Tegen deze achtergrond lijkt het niet erg zinvol om jongeren in het onderwijs op specifieke beroepen voor te bereiden. De arbeidsmarkt van de toekomst zal in toenemende mate behoefte hebben aan 'generalisten': breed opgeleide professionals die helder en onafhankelijk hebben leren nadenken, en in staat zijn nieuwe ontwikkelingen te doorgronden.

Daarmee lijken jongeren, ook in het beroeps- en hoger onderwijs, meer te hebben aan onderwijs in filosofie en morele vorming dan aan het verwerven van specifieke beroepsvaardigheden. Filosofie en Bildung zijn in een 'vloeibare samenleving' veel nuttiger dan in het oude paradigma verondersteld wordt. Het vertrouwde onderscheid tussen de instrumentele en intrinsieke waarde van schoolvakken verschuift.