De Nederlander krijgt haast nooit een meeslepende speech te horen, zoals die van Obama of Clinton.
De Nederlander krijgt haast nooit een meeslepende speech te horen, zoals die van Obama of Clinton. © REUTERS

Zonder directe democratie geen retorica

Toespraken Nederlanders kunnen hun vertegenwoordigers niet direct kiezen en horen nooit eens een meeslepende rede.

De makers van de zesdelige VPRO-reeks Speeches zoomen niet in op die beroemde toespraken zelf als wel op de tijd en omstandigheden waarin die werden uitgesproken. Daar is op zichzelf niets mis mee. Nadeel is wel dat daarmee de suggestie wordt gewekt dat die uitgesproken woorden zelf niet zo veel gewicht in de schaal legden. Onvermijdelijk neveneffect: commentatoren dissen weer eens het verhaal op dat wij Nederlanders te nuchter zijn voor meeslepende toespraken, zoals Jean-Pierre Geelen onlangs nog deed in de Volkskrant.

De dieperliggende verklaring is minder vleiend. Dat de retorica in ons land niet in aanzien staat, heeft alles te maken met het karakter van onze indirecte democratie.

Om dat te begrijpen moeten we heel even terug naar de Griekse en Romeinse Oudheid waar, zoals bekend, de bakermat ligt van onze beschaving. Dat daar de wieg stond van de democratie leerden we al op de basisschool. Er werd alleen niet bij verteld dat daarnaast het ledikantje stond van de retorica, de kunst van het overtuigen.

Democratie en redenaarskunst zijn twee kanten van dezelfde medaille. De leden van de senaat hadden er immers alle belang bij dat zij de andere senatoren konden overtuigen. Naast geweld en intrige was de toespraak dan ook een geducht wapen. Senator Cato ('Overigens ben ik van mening dat ...') wist er zelfs de vernietiging van Carthago mee te bewerkstelligen.

Polderen

De kiezer heeft twee keer pech: ze kunnen niet rechtstreeks hun vertegenwoordigers kiezers en krijgen nooit de kans om naar een redevoering te luisteren

Zie dan nu eens hoe de democratie wortel heeft geschoten in de westerse wereld. In een land als Amerika bijvoorbeeld. Op de dag dat de nieuwe president wordt gekozen, kiezen de burgers ook het schoolhoofd, de sheriff, de directeur van het waterleidingbedrijf, et cetera. Wie in de Verenigde Staten een publieke functie ambieert, moet verkiezingen op zijn naam kunnen schrijven en dus de 'the art of public speaking' beheersen.

Ook in Frankrijk wordt van politici verwacht dat zij zelfstandig verkiezingen op hun naam kunnen schrijven. Een minister is op zijn minst burgemeester van zijn woonplaats. Maar in Nederland kun je van alles worden zonder ooit een kiezer tegen te komen. Wie hogerop wil komen in de publieke sector moet het minder hebben van zijn retorische talenten dan van zijn vermogen om te polderen, te ritselen en te debatteren.

De Nederlander te nuchter voor meeslepende toespraken? Nee hoor, maar hij krijgt ze haast nooit te horen. Of hij moet 's nachts opblijven om naar een toespraak van Obama of Clinton te luisteren.

Zal daar ooit verandering in komen? De vereniging van speechschrijvers in Nederland heet 't Doode Paert en de naam suggereert dat de leden de moed al lang en breed verloren hebben. Ik zou zelf graag een sprankje hoop koesteren. Maar het is waar: zolang Nederland geen meer directe vormen van democratie kent, zal de retorica geen hoge vlucht kunnen nemen.

De kiezer in ons land heeft dus twee keer pech. Zij kunnen niet rechtstreeks hun vertegenwoordigers aanwijzen en krijgen ook zelden of nooit de kans om naar een meeslepende redevoering te luisteren. Zij worden getrakteerd op 'theatraal gekissebis', zoals de socioloog Willem Schinkel het noemt, maar niet op vergezichten en grote verhalen die richting geven aan de politiek.

Zou dat niet een deel van de verklaring zijn van de vertrouwenscrisis tussen de 'eenzame elite' en de bevolking die het SCP signaleert?

Bob de Ruiter is politicoloog en werkt als speechschrijver bij Het Betere Verhaal.