© ANP

Woede over zwarte scholen is terecht, maar PVV-stem lost niks op

In de Volkskrant van 27 augustus legt het gepensioneerde Amsterdamse schoolhoofd Jan Gouw uit waarom hij, voormalig dienstweigeraar en PSP'er, tegenwoordig op Geert Wilders stemt: 'Vastgelopen in mijn streven naar een rechtvaardiger wereld.' In de jaren zeventig kreeg hij al nul op het rekest als hij aandacht vroeg voor de problemen op zijn snel verkleurende school en nu is er volgens hem nog steeds maar één die de vinger consequent op de zere plek legt als het gaat om de komst van een grote nieuwe bevolkingsgroep. Ik herken veel in zijn verhaal en zijn boosheid deel ik, maar zijn keus voor Wilders begrijp ik niet.

In de jaren zeventig was ik voorzitter van de grote (7000 leden) Amsterdamse afdeling van de FNV-onderwijsbond. Veel leerkrachten hadden dezelfde frustrerende ervaringen die Gouw beschrijft. Ze stonden in de frontlinie van de door immigratie veranderende samenleving en voelden zich in de steek gelaten door de overheid. In een poging belangstelling te wekken voor hun overweldigende problemen liepen twee leden van het afdelingsbestuur drie maanden stage op basisschool De Roos. Dat resulteerde in maart 1985 in een boek, waarin alle 25 leerkrachten hun verhaal doen. Naar aanleiding van het interview met Jan Gouw - zijn school in de Mercatorbuurt leek als twee druppels water op De Roos - heb ik het dit weekend overgelezen. Dat was een onthutsende bezigheid. Alles wat er nu, 31 jaar later, wordt gezegd en geschreven over de komst van islamitische migranten wordt in vrijwel dezelfde bewoordingen door de mensen van De Roos gezegd.

De boosheid van de autochtone bevolking in een probleemwijk, die de zwaarste lasten te dragen krijgt. De confrontatie met een onbekende godsdienst. De veelal onbereikbare ouders. Leerlingen die vrouwen voor hoer en elkaar voor Turk of Marokkaan uitschelden. De klassen die te groot zijn. De overheid die wegkijkt.

Leerkrachten, buurtwerkers, wijkagenten - allemaal staan ze nog altijd in de frontlinie

Daar tegenover de enorme inzet van die juffen en meesters. Hun vastbeslotenheid om de kinderen wat bagage mee te geven om zich te kunnen handhaven in de wereld. En, helaas, in vrijwel alle interviews de signalen dat de gevraagde inzet te groot is en dat de sloop van hun veerkracht en inspiratie al is begonnen.

Leerkrachten, buurtwerkers, wijkagenten - allemaal staan ze nog altijd in de frontlinie en nog altijd hebben ze onvoldoende middelen en werken ze met onvoldoende mensen om zich gesteund te voelen en het in elk geval vol te kunnen houden. Alleen dat besef al is ook voor mij voldoende voor diepe teleurstelling en woede.

Voor Jan Gouw dus reden om Wilders te steunen, waarbij hij constateert dat je als PVV-stemmer geen schoolhoofd kunt worden. Het lijkt alsof hij dat verkeerd vindt. Bij alle begrip voor zijn boosheid vraag ik me af: hoe stelt hij zich voor dat je als schoolhoofd kunt functioneren met Wilders' opvattingen in je hoofd? De samenleving heeft geen andere keus dan de aanwezigheid van moslims als een gegeven te accepteren, evenals de komst van nog meer moslims, op zoek naar een menswaardig bestaan. Jan Gouw is daar ambivalent in. Hij vindt godsdienstvrijheid een groot goed, maar vijfhonderd moskeeën is te veel van het goede. Schoolhoofd in een land waarin de islam de tweede godsdienst is, die een eind wil maken aan de veronderstelde islamisering?

Ook als je sadder and wiser bent geworden in je geloof de wereld rechtvaardiger te kunnen maken, lijkt het me toch verstandiger om net als in de jaren zeventig te blijven streven naar een realistische aanpak van de problemen, met politieke prioriteit voor steun en voorzieningen voor alle mensen die tegen de klippen op proberen er in hun buurt, op hun school, in hun club het beste van te maken.

Onno Bosma was actief in de onderwijsbond van de FNV.