Anousha Nzume schreef het boek Hallo witte mensen warin ze hedendaags racisme in Nederland aan de kaak stelt.
Anousha Nzume schreef het boek Hallo witte mensen warin ze hedendaags racisme in Nederland aan de kaak stelt. © Hollandse Hoogte

Wij-zij-denken verarmt discussie over hedendaags racisme in Nederland

Multi-etnische geschiedenis overschaduwd door begrip van de 'witte Nederlander'

Racisme wordt teruggebracht tot een wij-zij-denken waarin de witte Nederlander geen stem heeft.

Witte mensen en mensen van kleur. Witte Nederlanders en Nederlanders van kleur. Wat betekent dat onderscheid eigenlijk? Zijn de Nederlanders van Roma- of Sinti-afkomst 'witte Nederlanders'? En hoe zit het met Nederlanders van Zuid-Franse of Spaans-Portugese afkomst die ongeveer 350 jaar geleden deel zijn gaan uitmaken van onze genenpoel? Is een Nederlander van Marokkaanse afkomst een mens van kleur, maar een Nederlander van Joodse komaf niet? Of ben je alleen een mens van kleur als je een Afro-Caraïbisch uiterlijk hebt?

De discussie van de afgelopen week over het boek van Anousha Nzume heeft mij geconfronteerd met de vraag of ik wel of niet een 'witte Nederlander' ben. Ik, een uit Colombia geadopteerde hoogopgeleide twintiger met een Latijns-Europese huidskleur, kleine donkere krullen en Amerindische gelaatstrekken. Kennelijk was ik geen 'witte Nederlander' voor de 'witte Nederlanders' in West-Brabant waar ik in de jaren 90 opgroeide. Op straat ben ik daar vaak uitgemaakt voor 'neger', 'poepchinees' of 'die met dat vieze koffiekleurtje'.

Identiteit is afhankelijk van wie op dat moment de gemarkeerde 'ander' is

Daar staat tegenover dat ik tegenwoordig als werknemer aan een moderne universiteit door goedwillende collega's vaak als 'blank' wordt aangeduid. Het is daarmee duidelijk dat in de socioculturele omgeving van de universitaire vergaderzaal andere ideeën over het wit-zijn heersen, dan die ik in het West-Brabant van de jaren 90 tegenkwam. Of dat dezelfde ideeën zijn die ik vandaag de dag tegenkom wanneer ik in Nederland voor 'Marokkaan' wordt uitgescholden, is dan weer een andere vraag.

En daar steekt het mij dan ook vooral. Identiteit, en mensen meerekenen of buitensluiten, is contextgevoelig, dynamisch en afhankelijk van wie op dat historische moment de gemarkeerde 'ander' is. Voor de collega's aan de universiteit die mij onbewust als 'wit' betitelen, zal het vooral belangrijk zijn geweest om te benoemen wat ik niet ben; namelijk geen expat en geen Nederlander van Afro-Caraïbische, Noord-Afrikaanse of Turkse afkomst.

Alsof er een erfzonde van Bijbelse proporties moet worden ingelost

De toe-eigening van de discussie over 'hedendaags racisme' door de zwarte Nederlandse gemeenschap is begrijpelijk en dient wat mij betreft een goed doel; het is echter ook duidelijk dat de toon van het debat geïnspireerd is door het hedendaags Afro-Amerikaans activisme dat uit de Verenigde Staten is overgewaaid. En of er wel of niet een continuïteit bestaat van racistische ideeën die het mercantilisme en de slavenhandel van de West-Indische Compagnie met de sociale ongelijkheid van de 21ste eeuw verbindt, laat ik dan ook graag over aan gerenommeerde specialisten zoals Gloria Wekker en Piet Emmer.

Maar wat mij als historisch wetenschapper toch echt tegen de borst stuit, is dat de belangrijke kwestie van hedendaags racisme wordt teruggebracht tot een wij-zij-denken waar de Nederlander van kleur een stem heeft en de 'witte' Nederlander niet. Alsof er twee monolithische blokken gedurende de gehele moderne periode tegenover elkaar zouden hebben gestaan en er een erfzonde van Bijbelse proporties moet worden ingelost.

Het wegvegen van deze historische dimensie vind ik een kwalijke verarming van het debat

Welzeker is er racisme in de Nederlandse samenleving aanwezig! Dat zal ik niet ontkennen want ik ben er geregeld zelf het slachtoffer van geworden. Maar in de afgelopen vierhonderd jaar, dezelfde periode waarin Nederland een leidende rol heeft gespeeld in de trans-Atlantische slavenhandel, zijn er tal van 'buitenstaanders' in de Nederlandse gebieden racistisch behandeld. Van het uitbuiten van Centraal-Europese immigranten in zeventiende-eeuws Amsterdam tot en met de vervolging van Joden en zigeuners die tot in de twintigste eeuw doorging.

Het wegvegen van deze historische dimensie, het weggummen van de multi-etnische oorsprong van de Europees-uitziende Nederlander, het terugbrengen van al die historische zij-ën met hun historische leed, tot die van de 'witte ander', vind ik een kwalijke verarming van het debat. Als 'gekleurde Nederlander' voel ik me dan ook uitermate ongemakkelijk bij de manier waarop sommige 'gekleurde Nederlanders' de discussie over hedendaags racisme willen voeren.

Peter Alexander Kerkhof is als taalwetenschapper en historicus werkzaam aan Universiteit Gent.