Wij kiezen voor Engels- én Nederlandstalig onderwijs
©

Wij kiezen voor Engels- én Nederlandstalig onderwijs

De Universiteit van Amsterdam kiest ervoor een universiteit met twee talen te zijn en te blijven.

Met de verengelsing van universitair onderwijs zijn we rigoureus aan het ontwoorden, zei hoogleraar experimentele taalpsychologie Annette de Groot onlangs bij haar afscheidscollege aan de UvA. Een mooie term, ontwoorden. Door de hele dag te spreken, denken en schrijven in het Engels verliezen wij een deel van ons vocabulaire en daarmee van onze mogelijkheid te denken. Taalverdringing, noemt De Groot het, mede ontstaan door de toenemende internationalisering van het hoger onderwijs.

Dat die trend er is, leidt geen twijfel. Op dit moment is 20 procent van de bacheloropleidingen en 70 procent van de masters Engelstalig. De instroom van studenten uit het buitenland stijgt en ook Nederlandse studenten hebben een groeiende interesse in onze Engelstalige opleidingen. Engels is de lingua franca van de wetenschap, de internationale samenwerking levert veel op. De vraag is of het straks ook de lingua franca in het universitaire onderwijs moet zijn.

We moeten de waarde van tweetaligheid koesteren, het is goed voor je brein, je taalvaardigheid en je cognitie

Na flinke discussie de afgelopen jaren en na rapporten van de Taalunie en de Onderwijsraad kwam in juli de KNAW met een rapport, dat vandaag wordt besproken op een symposium. Moeten we studenten beschermen tegen docenten met steenkolenengels of helpen we hen met Engelstalige opleidingen omdat de wereld globaliseert? De KNAW kwam met een eenvoudig antwoord: opleidingen moeten voortaan zelf beslissen of ze Engels- of Nederlandstalig zijn.

Het oogt sympathiek om het aan opleidingen over te laten: zij zitten dicht bij de studenten, kunnen beoordelen of het curriculum geschikt is voor een andere taal en of zij de docenten in huis hebben om in het Engels les te geven (met de bijbehoren-de kwalificatie). Maar toch is het onverstandig het helemaal los te laten. Vrijheid, blijheid is geen beleid.

De Universiteit van Amsterdam kiest er daarom principieel voor een universiteit met twee talen te zijn en te blijven. Dat is makkelijk gezegd - én én: we hoeven niet te kiezen - maar het is in de praktijk ingewikkeld: stukken moeten worden vertaald, in vergaderingen spreken mensen hun eigen taal, curricula krijgen verschillende paden en samengestelde groepen, je moet continu de afweging maken wat het beste is. Tweetaligheid kost moeite - vandaar dat het behoud wel degelijk een keuze is.

Engelstalige opleidingen kunnen bijdragen aan onderling begrip, internationale ervaring, verbreding van inzichten en uitstekend actief Engels

Hiervoor zijn verschillende redenen. De voornaamste is het belang voor studenten. Uiteraard leiden wij op voor een steeds internationalere arbeidsmarkt, waarbij Engels vaak de voertaal is. Tegelijk blijft een groot deel van onze studenten in Nederland wonen en werken, en moeten zij ook beschikken over actief Nederlands op academisch niveau.

In de tweede plaats is er het punt van Annette de Groot: in plaats van studenten het Nederlands te laten verwaarlozen in een Engelstalige omgeving, moeten we de waarde van tweetaligheid koesteren - die is goed voor je brein, je taalvaardigheid, je cognitie. Ten slotte opereert de universiteit gelukkig niet in splendid isolation, om eens een Engelse term te gebruiken. Wetenschappelijke inzich- ten moeten gedeeld worden. Naast de publicaties in het Engels, moeten wetenschappers ook in het Nederlands over het belang van hun onderzoeksresultaten kunnen vertellen. Daar draagt een omgeving aan bij waarin ook Nederlands wordt gesproken.

Zonder overkoepelend beleid bestaat het risico dat wij gemakkelijk overstappen op het Engels, zonder de zin ervan voldoende te hebben afgewogen, zonder de toegankelijkheid en kwaliteit te waarborgen en zonder de waarde van het Nederlands als onderwijstaal te hebben onderkend. Dat is allemaal niet wenselijk.

Er zijn sterke argumenten voor volledig Engelstalige opleidingen, met een internationaal gemengde groep studenten. Het kan bijdragen aan onderling begrip, internationale ervaring, verbreding van inzichten en uitstekend actief Engels. Maar Engels is geen doel op zich. De keuze moet in regie en onder voorwaarden worden gemaakt. Dat gaan wij aan de UvA doen. Wij willen twee typen opleidingen. Ten eerste Nederlandstalige met Engelse elementen, omdat ook in de Nederlandse opleidingen actief gebruik van Engels van groot belang is. Ten tweede Engelstalige opleidingen met specifieke leerdoelen en studenten van verschillende nationaliteiten.

Opleidingen kunnen niet zomaar overgaan. Dat wordt getoetst aan enkele criteria: heeft het meerwaarde voor de studie, is de onderwijskwaliteit ermee gediend, is het helder vastgelegd in de eindtermen, blijft er voor studenten genoeg te kiezen, is de toegankelijkheid van dit type opleiding gewaarborgd.

Noem het internationaliseren met beleid of behoud van tweetaligheid - het komt op hetzelfde neer en is uiteindelijk in het belang van het onderwijs en de toekomst van de studenten.

Karen Maex is rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam.