We zijn wel degelijk trots op de geschiedenis van Nederland
©

We zijn wel degelijk trots op de geschiedenis van Nederland

Anders dan Sander van Walsum beweert, is nationalisme troef in de omgang met ons verleden, betoogt Saskia Pieterse.

Positieve identificatie met zogeheten zeehelden krijg je in Nederland al jong aangeleerd

Sander van Walsum betoogt dat het niet nodig is om namen van zeehelden te vervangen, want 'de nationale geschiedenis vormt voor meer mensen een bron van gêne dan van trots'. Ook de term Gouden Eeuw wordt volgens hem allang tussen aanhalingstekens geplaatst. Een kritische blik op het verleden zou 'al decennia' de boventoon voeren. Impliciet leunt Van Walsum op het clichébeeld dat veel Nederlanders niet zo gevoelig zijn voor ronkend nationalisme (hooguit met een ironische kwinkslag op Koningsdag); verder zouden ze vooral geneigd zijn tot schuldbewuste zelfkritiek.

De feiten wijzen in een andere richting. Positieve identificatie met zogeheten zeehelden krijg je in Nederland al jong aangeleerd. Schooltv legt aan kinderen uit waarom Michiel de Ruyter de 'grootste zeeheld uit de geschiedenis' is. Volwassenen worden niet veel anders aangesproken. Het Amsterdamse Scheepvaartmuseum organiseerde in 2015 een tentoonstelling over Michiel de Ruyter genaamd Held in zicht.

In de veelbekeken en -geprezen NPO-serie De Gouden Eeuw (let op de titel) heet de aflevering over de zeevaart 'Helden op zee'. Over de schaduwzijden van de militaristische handelspolitiek valt geen woord. Het thema van Sail Amsterdam in 2015 was 'Van gouden verleden naar gouden toekomst'. Bezoekersaantal: rond de twee miljoen mensen. ING bracht voor Sail in de Amsterdamse zeeheldenbuurt 'helden' als Piet Hein tot leven middels billboards en acteurs die in kostuum rondliepen.

Gaan we naar de film, dan spat het enthousiasme voor de 17de eeuw eveneens van het scherm. In 2015 verscheen de film Michiel de Ruyter, en dat was alweer de vierde speelfilm die in de laatste tien jaar over Nederlandse nationale 17de-eeuwse 'helden' werd gemaakt. Alle films wisten een groot publiek te trekken. De makers van Michiel de Ruyter wilden aan de kijkers 'het gevoel meegeven dat Nederlanders weer trots mogen zijn op Nederland'.

En staat het begrip Gouden Eeuw inmiddels tussen haakjes? Het tegendeel is waar, de term wordt door bijvoorbeeld musea zonder voorbehoud gebruikt. Slechts een kleine greep uit recente tentoonstellingen: het Frans Hals Museum had de tentoonstelling Emoties - Geschilderde gevoelens in de Gouden Eeuw, Hoorn Geuren in de Gouden Eeuw, het Haags Historisch Museum kwam uit op Gezichten van de Gouden Eeuw, de Hermitage in Amsterdam heeft de langlopende succestentoonstelling Kijk ons nou! Hollanders van de Gouden Eeuw en het Mauritshuis had de originele ingeving te kiezen voor Hollandse zelfportretten - selfies uit de Gouden Eeuw.

Jawel, soms is er een hoekje ingericht over de 'zwarte bladzijde' van de slavernij, maar dat verhindert tentoonstellingsmakers niet om in de overige ruimtes de bezoeker met alle mogelijke middelen aan te zetten tot een positieve identificatie met 'onze' Gouden Eeuw.

De politiek kan er ook geen genoeg van krijgen. Hier slechts één voorbeeld: in 2014 stelde premier Rutte tijdens een opening van een tentoonstelling in het Maritiem Museum in Rotterdam: 'Het blijft bijzonder dat een klein land als Nederland in de 17de eeuw een maritieme wereldmacht werd - en de VOC eigenlijk de eerste multinational. De invloed die dit heeft gehad op onze technologische ontwikkeling, op onze cultuur en onze positie in de wereld, is indrukwekkend en actueel.' Als dit allemaal gêne is, dan ben ik benieuwd hoe trots eruitziet.

In dat licht is activisme tegen de naamgeving van een vooraanstaand kunstcentrum als Witte de With allesbehalve een gratuite onderneming. Dergelijk activisme legt immers onmiddellijk bloot dat in Nederland een nationalistische omgang met het verleden dominant is, en dat dit vaak niet eens wordt opgemerkt als iets problematisch. Dat dit nationalisme door opiniemakers als Van Walsum hardnekkig wordt ontkend, verleent aan een kritisch debat over onze omgang met het verleden des te meer urgentie.