Studentenhuis in Amsterdam wordt voor de ontgroening bevoorraad met fusten bier, 23 augustus.
Studentenhuis in Amsterdam wordt voor de ontgroening bevoorraad met fusten bier, 23 augustus. © Hollandse Hoogte

Voor echte verklaring van corpslidmaatschap moeten we bij Freud zijn

Het corps geeft studenten identiteit en structuur en legitimeert braspartijen uit naam van hogere idealen.

Een kleine dertig jaar geleden kwam ik een oud-klasgenoot tegen met blauwe plekken in nek en gezicht. Ongeluk gehad? Aangevallen? Iets anders, zo bleek: ontgroend door ouderejaars van een gerenommeerd corps. Ik zei: 'Dat doe je jezelf toch niet aan.' Hij antwoordde: 'Je moet er even doorheen, maar het is een investering in je toekomst.'

Vorige week werd ouderejaars Wouter B. tot 240 uur werkstraf veroordeeld wegens mishandeling van een aankomend lid ('feut') van het Groningse studentencorps Vindicat. 'Vernedering is ook maar subjectief', zei oud-Vindicat-rector Stijn Derksen op 11 november. Of een verminkt gelaat een investering is in je toekomst, lijkt mij nou subjectief.

In corpora komt veel samen waar de wereld niet beter van wordt

Van studentencorpora kreeg ik een afkeer toen ik als kind parallellen ontwaarde in de verhalen van mijn vader over zijn ontgroening in 1961 en die van mijn grootmoeder van moeders kant over het Jappenkamp: de een kikkerde voor ouderejaars, de ander voor 'de Jap'. Achteraf realiseer ik me dat in die corpora veel samenkomt waar de wereld niet beter van wordt: groepsdwang, conformisme, gewichtigdoenerij, kleineren, dociliteit, sektarisme en ook nog die vleugjes vernedering en intimidatie.

Corpsleden van vroeger lustten wel pap van historische vergelijkingen. Een ouderejaars van 1962 kondigde een ontgroeningritueel aan als 'Dachautje spelen'. Onder de kaalgeschoren feuten waren ook joodse studenten die familie in Dachau hadden verloren. Dat die zich überhaupt aan zo'n initiatie blootstelden, zegt iets over die tijd: corpslidmaatschap was in 1962 meer regel dan uitzondering. De hiërarchie van de corpora lag in het verlengde van de standenmaatschappij die Nederland toen nog was in alles behalve naam. Feuten moesten steevast doorgeven wat hun vader deed. Een van mijn vaders studievrienden was, zoals dat destijds heette, 'van eenvoudige komaf', en kreeg een extra portie kleinering.

Het kan niet anders of die corpora hebben iets dat ook nu voor heel wat mensen aantrekkelijk is

Dat was in 1961. Amper tien jaar later had de revolutie aan de universiteiten flink huisgehouden. Het lidmaatschap van de corpora liep drastisch terug. Menigeen dacht dat hun verdwijnen een kwestie van tijd was. Des te opmerkelijker is de comeback die ze maakten in de decennia die volgden. Mijn generatie produceerde eind jaren tachtig al weer aardig wat corpsleden. Het afgelopen jaar mocht Vindicat een recordaantal nieuwe leden verwelkomen.

Het kan niet anders of die corpora hebben iets dat ook nu voor heel wat mensen aantrekkelijk is. Corpsadepten legden in deze krant uit wat zij er zo fijn aan vinden: je maakt er vrienden, het is er gezellig, je bouwt er een netwerk op, je leert er leiding geven, samenwerken, omgaan met macht en krijgt er ook nog zelfvertrouwen.

Of het ontgroenen van feuten mensen geschikt maakt voor 'omgaan met macht' betwijfel ik

Laten we er niet intrappen. De meesten van ons slagen erin vrienden te maken zonder eerst met ons hoofd in een bord spaghetti gedrukt en met bier overgoten te worden. Op gezelligheid hebben sektarische verenigingen geenszins het patent. Of het ontgroenen van feuten mensen geschikt maakt voor 'omgaan met macht' betwijfel ik, dat kleineren goed is voor je zelfvertrouwen helemaal. Medio 1960 bepaalden corpsnetwerken menige loopbaan - sinds een jaar of vijftig kun je veel bereiken zonder dat je je op je 18de laat afrossen.

Een echte reden dat die corpora hebben overleefd, is dat ze meer dan 'gewone clubs' identiteit en structuur verschaffen. Hét verschil met open verenigingen is dat corpslidmaatschap niet vrijblijvend is. Het is tijdrovend en drukt een stempel op je studentenleven. Wie corpslid wordt, is niet meer alleen en hoeft ook weinig meer zelf na te denken. Eerst moet je door die initiatie heen, daarna wacht je een onderdompeling in de verenigingscultuur met al zijn regels.

Dat door kleinering en afsluiting een sterke band ontstaat, lijkt me een misverstand

Een neef met een corpsverleden heeft mij eens uitgelegd dat het samen ondergaan van beproevingen en afsluiting van 'de gewone wereld' de band tussen corpsleden sterk maakt. Iets soortgelijks is mij verteld door oud-ingezetenen van strafgevangenissen in voormalig communistisch Europa, maar die hadden daar niet vrijwillig voor gekozen. Dat door kleinering en afsluiting een sterke band ontstaat, lijkt me een misverstand.

Voor een tweede echte verklaring van corpslidmaatschap moeten we bij Freud zijn. Die bespeurde spanning tussen ons Boven-ik - hoogstaande idealen en principes - en ons Es - primaire neigingen, het carnavalsdeel van onze persoonlijkheid. Tussen die polen schippert ons gewone 'ik' heen en weer, snakkend naar opheffing van de spanning. Die ontstaat als je je 'primair' kunt uitleven in naam van 'een hoger doel'. Wie zomaar brast in vrijetijdskleding doet zijn Boven-ik tekort. Bij mensen die samen in kostuum brassen in naam van saamhorigheid, verenigingsideaal en levenslange verbondenheid, vallen Es en Boven-ik samen.

Freud had geweten dat die Vindicat-leden dat Groningse sushirestaurant nooit hadden vernield als ze daar dronken in gewone kleren met gewone vrienden waren beland. Het waren het jasje, het dasje en dat gevoel van grotere verbondenheid die dit vandalisme mogelijk maakten: het werden vernielingen 'voor een hoger doel'.

Dat de gewone wereld dat anders zag, is een kwestie van perspectief.

Olaf Tempelman is redacteur van de Volkskrant.


Dit schreven we eerder over het corps

Oud-rector van Vindicat Stijn Derksen blikt et 'voortschrijdend inzicht' blikt hij terug op een bewogen jaar. 'We zoeken nog altijd de grens op tijdens de ontgroening. Maar achteraf vragen we altijd: vond je dit niet te ver gaan?'

Ondanks de ophef neemt de populariteit van corpsen niet af. Frieda Steinebach legt uit waarom ze wél lid word van het corps.

Wouter B., de student die vorig jaar tijdens de ontgroening bij  Vindicat op het hoofd ging staan van een aspirant-lid kreeg een dag gevangenisstraf.

Commentaar: De veroordeling van Wouter B. door de rechter bevestigt dat studentencorpora niet boven de wet staan.