Angela Merkel steekt haar hand uit naar de kersverse president Macron, op bezoek in Berlijn.
Angela Merkel steekt haar hand uit naar de kersverse president Macron, op bezoek in Berlijn. © REUTERS

Volle inzet op meer integratie werkt als boemerang

Europese Unie

Alvorens meer bevoegdheden naar de EU over te hevelen, moeten politici haar legitimiteit versterken.

Zo'n anderhalf jaar geleden liet Frans Timmermans, eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie, zich tijdens een lezing in Amsterdam behoorlijk negatief uit over de toekomst van de Europese Unie. 'Dit is voor het eerst in mijn bewuste beleving van de Europese samenwerking dat ik denk: het zou weleens echt kunnen stranden.' De sombere toon van Timmermans was exemplarisch voor het toenmalige politieke discours over Europa. De eurocrisis en de vluchtelingencrisis hadden het Europese project op zijn grondvesten doen trillen.

In de daaropvolgende maanden werd de toon alleen maar somberder. In juni 2016 koos een meerderheid van de Britten ervoor de Unie te verlaten, en niet lang daarna vertrouwden de Amerikanen het Witte Huis toe aan Donald Trump. De vraag die daarom eind 2016 bij veel politici en journalisten centraal stond: zou het Europese vasteland het komende jaar ook getroffen worden door een golf van populisme en nationalisme? In landen als Nederland en Frankrijk stonden belangrijke verkiezingen op het programma, en de angst was dat deze landen een voor een, als een soort dominostenen, zouden vallen voor de verleidingen van eurosceptische politici.

Maar gebeurde dat ook? Niet bepaald. In Nederland slaagde Wilders er niet in de PVV de grootste partij van het land te maken. En in Frankrijk verloor Marine Le Pen van het Front National de presidentsverkiezingen van Emmanuel Macron - een uitgesproken pro-EU-politicus.

De politiek van kosmopolitisme, openheid en multiculturalisme lijkt opeens weer helemaal terug te zijn in Europa. En niemand symboliseert dat op een mooiere manier dan de kersverse Franse president zelf, die zijn eerste verkiezingsoverwinning niet vierde op de tonen van de Marseillaise - het Franse volkslied - maar op Beethovens Ode aan de vreugde - het volkslied van Europa. Er is sprake van een golf van nieuw Europees optimisme, en er wordt weer volop gedacht over verdergaande Europese integratie.

En het blijft niet bij vrijblijvend denken. Er worden driftig nieuwe plannen gesmeed tot meer Europese eenwording. Zo heeft de Europese Commissie onlangs voorgesteld om de monetaire unie verder te verdiepen. En niet onbelangrijk: Macron en de Duitse bondskanselier Angela Merkel hebben al verklaard bereid te zijn EU-verdragen aan te passen om verdere integratie van de eurozone mogelijk te maken. Ook zijn er plannen om op het gebied van defensie meer te gaan samenwerken in de EU.

De steun voor meer Europa wordt schromelijk overschat

Ik denk dat deze frisse pro-Europese wind meer dan welkom is in het volkomen vastgeroeste en door eurosceptische stemmen overheerste publieke debat. Europa (en ook de rest van de wereld) zou wat mij betreft best wat meer EU kunnen gebruiken. Maar tegelijkertijd vrees ik dat deze plotselinge omslag, dit onverwacht opbloeiende EU-enthousiasme, weleens verkeerd zou kunnen uitpakken, en het Europese eenwordingsproject in een diepere crisis dan ooit zou kunnen storten.

Het huidige EU-enthousiasme is voor een groot gedeelte namelijk gebaseerd op een misvatting. Natuurlijk, er is sprake van grote politieke veranderingen - met name in het Franse partijensysteem. Maar de verschuivingen in de publieke opinie die daaraan ten grondslag liggen zijn veel minder groot dan sommigen doen voorkomen.

Dat de PVV op 15 maart niet de grootste partij is geworden wil niet zeggen dat, zoals demissionair premier Mark Rutte beweerde, het 'verkeerde soort populisme' een halt is toegeroepen. Vrijwel alle middenpartijen zijn met betrekking tot hun opvattingen over immigratie en Europa richting de PVV opgeschoven, en hebben zo een gematigde versie van het nationalistische en eurosceptische discours van die partij mainstream gemaakt. Bovendien moeten we niet vergeten dat de PVV nog steeds de tweede partij van het land is. En hoewel Le Pen in de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen geen schijn van kans maakte tegen Macron, heeft haar Front National nog nooit zoveel kiezers achter zich weten te scharen als bij deze stembusgang.

Ook zijn de successen van pro-EU-politici vaak minder groot dan wordt gesuggereerd. Is er in Frankrijk sprake van een 'stembusrevolutie'? Niet bepaald. Het opkomstpercentage in de eerste ronde van de parlementsverkiezingen was nog geen 50 procent. En van de mensen die waren gaan stemmen, had nog geen 30 procent op de partij van Macron gestemd. Dat betekent dat in totaal minder dan 15 procent expliciet voorstander is van de vernieuwingsagenda van de Franse president.

Deze frisse pro-Europese wind is meer dan welkom in het volkomen vastgeroeste en door eurosceptische stemmen overheerste publieke debat

Het is daarom zeer onverstandig om de recente electorale ontwikkelingen te interpreteren als draagvlak voor verdergaande Europese integratie. Het grote probleem met het huidige EU-enthousiasme - en het vol inzetten op verdere Europese integratie - is dat het anti-EU-geluid wordt gebagatelliseerd, terwijl de steun voor meer Europa schromelijk wordt overschat.

De gevolgen op de langere termijn zouden desastreus kunnen uitpakken voor het Europese eenwordingsproject. Een belangrijke boodschap van populistische partijen is dat nationale en Brusselse elites alleen met zichzelf bezig zijn en geen idee hebben van wat 'gewone burgers' belangrijk vinden. In zekere zin is het interpreteren van de recente politieke gebeurtenissen als legitimatie voor meer Europese eenwording hier een bevestiging van: politici en beleidsmakers op nationaal en Europees niveau willen het Europese eenwordingsproces versnellen, terwijl veel kiezers dit eigenlijk helemaal niet zien zitten. Het is allesbehalve ondenkbaar dat dit op termijn de bestaande onvrede over Europa alleen maar verder zal aanwakkeren, de positie van Eurosceptische partijen zal versterken, en de maatschappelijke polarisatie verder zal doen toenemen.

Werk aan het versterken van de legitimiteit van de EU

Wat zouden politici dan moeten doen? Om te beginnen zouden ze moeten werken aan het versterken van de legitimiteit van de EU. Allerlei supranationale EU-instituties hebben in de loop der jaren steeds meer macht naar zich toegetrokken. Het Europees Parlement (EP) heeft zich bijvoorbeeld langzaamaan ontwikkeld tot een volwaardig medewetgevende instantie. Dat is in principe een goede zaak, want het EP is een democratisch gekozen lichaam. Toch zijn er ook goede redenen om bezorgd te zijn.

Zo gaan verkiezingen voor het EP vaak helemaal niet over Europese thema's, maar over nationale onderwerpen. Dit betekent dat Europese verkiezingen worden uitgevochten door nationale partijen, en dat ze vaak voornamelijk gaan over het optreden van nationale regeringen. En hoewel kiezers redelijk wat kennis over politieke partijen op nationaal niveau hebben, weten ze maar zeer weinig over de politieke groeperingen die in het EP de dienst uitmaken. Daarnaast is de opkomst bij EP-verkiezingen zeer laag.

Alvorens meer bevoegdheden naar de EU over te hevelen, zouden politici daarom eerst iets aan dit Brusselse legitimiteitsgebrek moeten doen. Zo zouden ze hun Europese verkiezingscampagnes over Europese in plaats van nationale thema's moeten laten gaan. Op termijn kan er dan misschien zoiets als een Europees publiek debat ontstaan, met daadwerkelijk Europese politieke partijen. Het is niet ondenkbaar dat dan ook meer kiezers de weg naar de Europese stembus zullen weten te vinden.

Laten we hopen dat Macron, Merkel en andere Europese leiders hier werk van gaan maken. Dat is een veel beter idee dan vol inzetten op verdere Europese integratie. De huidige focus op meer integratie zou namelijk heel goed als een boemerang keihard weer terug kunnen komen. En dan is het niet ondenkbaar dat Timmermans met zijn op dit moment anachronistisch aandoende sombere woorden van anderhalf jaar terug alsnog gelijk krijgt.