Protest tijdens de nationale herdenking van het slavernijverleden.
Protest tijdens de nationale herdenking van het slavernijverleden. © ANP

Verschijnselen waarover wij ons nu verbazen waren ooit volstrekt normaal

Commentaar

Het ging dit jaar vaak over het verleden. Alsof 2017 niet genoeg had aan zichzelf.

De actualiteit is een dunne schil rondom een massa ongestold verleden. Daaraan werden we dit jaar geregeld herinnerd. Want het ging in 2017 opmerkelijk vaak over de nasleep van gebeurtenissen van vroeger. Over machtige mannen die met grensoverschrijdend gedrag lieten zien wat zij zich meenden te kunnen veroorloven. Over de manier waarop de treinkaping bij De Punt, in 1977, is beëindigd. Over straten en gebouwen die de namen dragen van mannen die tot voor kort zeehelden werden genoemd. Over de dekolonisatieoorlog in Indonesië. Over 'de muur van Mussert' in Lunteren. Over Zwarte Piet en, in samenhang daarmee, over het Nederlands slavernijverleden en de VOC.

Moeten we ons bij de omgang van het verleden door de hedendaagse moraal laten leiden?

Het ging niet alleen over gebeurtenissen van vroeger, maar ook over de manier waarop wij ons daartoe nu moeten verhouden. Is een naar Piet Hein of Witte de With vernoemde straat nog een serieus eerbetoon aan deze 'mannen van stavast' of herinnert ze ons er slechts aan dat vlootvoogden en zeeschuimers onderdeel zijn van de nationale geschiedenis - of we dat nu leuk vinden of niet? Kunnen we volstaan met een historische disclaimer bij het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen of kunnen we het beter van zijn sokkel halen? Moet het 'slavenpaneel' van de Gouden Koets worden behouden, gekuist of verwijderd? De eigenlijke vraag: moeten we ons bij de omgang van het verleden door de hedendaagse moraal laten leiden?

Over die vraag is het afgelopen jaar geanimeerd, soms geagiteerd, van gedachten gewisseld. Op zichzelf een verheugend gegeven in een land dat tot voor kort niet zo met zijn het verleden leek te zijn begaan. Maar de discussie was ook tot vruchteloosheid gedoemd. Want iedereen kan met een beetje historische kennis en creativiteit het eigen gelijk aan de geschiedenis ontlenen. Voor de een is het verleden voltooid, voor de ander is het nog schrijnend actueel. Voor sommigen is 'inclusieve' geschiedenis, waarin iedereen die nu in Nederland woont zich moet kunnen herkennen, een lonkend vergezicht. Voor anderen is het een schrikbeeld.

Maatschappelijke discussies hebben uiteindelijk altijd hun weerslag op de omgang met het verleden

In elk geval is geschiedenis geen poel stilstaand water. Ze is onderhevig aan een permanent proces van revisionisme waarvan het verloop niet wordt bepaald door gezaghebbers die vaststellen welke thema's relevant zijn, maar door actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Die hebben geleid tot een tentoonstelling in grijstinten over de VOC in het Nationaal Archief, tot de Canon van Nederland in het Openluchtmuseum in Arnhem, en tot de plannen voor een grote slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum. Maatschappelijke discussies hebben uiteindelijk altijd hun weerslag op de omgang met het verleden.

Met de verwijdering van standbeelden of de wijziging van straatnamen zou dat organisch proces worden miskend. Het zijn pogingen om het verleden naar de normen van onze tijd te modelleren. De veronderstelde eenzijdigheid van de bestaande historiografie zou worden verruild voor een nieuwe eenzijdigheid waarbij de zeeheld van weleer wordt gereduceerd tot slavenhandelaar en de Gouden Eeuw muteert in Eeuw der Schande. Dan heb je het niet meer over geschiedschrijving maar over activisme.

De historicus laat het verleden in zijn eigen taal spreken. Hij laat zien dat tijdsverschijnselen waarover wij ons hogelijk verbazen ooit volstrekt normaal waren. Dat slavernij ooit verenigbaar werd geacht met de christelijke moraal en dat kolonialisme het heil van onderdrukte volken heette te dienen. Dat is beduidend interessanter dan aantonen dat het huis van het verleden door dwaallichten werd bewoond.