Premier Mark Rutte en de bewindslieden van kabinet Rutte III in vak K tijdens een plenair debat in de Tweede Kamer over de regeringsverklaring.
Premier Mark Rutte en de bewindslieden van kabinet Rutte III in vak K tijdens een plenair debat in de Tweede Kamer over de regeringsverklaring. © ANP

Van samenwerking kan het kabinetsbeleid beter worden

Commentaar

Voor wie bereid is tot samenwerking biedt Rutte III volop mogelijkheden.

Over de betekenis van de verkiezingsuitslag van 15 maart is al veel gezegd en geschreven: wat wilden de kiezers? Sinds deze week weten we in elk geval wat ze hebben gekregen: een naar rechts overhellend middenkabinet met een gemarginaliseerde oppositie op links en een niet al te ijverige oppositie op rechts.

Althans als het gaat om het financiële en sociaal-economische beleid. PVV en Forum voor Democratie zullen de trom roeren in het immigratie- en integratiedebat, maar bij de verdere uitwerking van het regeerakkoord heeft premier Rutte voorlopig geen last van Wilders en Baudet. De premier zal tot zijn eigen verbazing hebben vastgesteld dat hij met zijn begrotingsbeleid kennelijk zomaar de betaalbaarheid van de verzorgingsstaat op de lange termijn kan verslechteren (zoals het Centraal Planbureau vaststelt) en de hypotheekrenteaftrek kan afbouwen zonder dat er noemenswaardige oppositie tegen wordt gevoerd. Zijn voornaamste voormalige belagers zitten nu in de coalitie.

Dat ligt anders op links, waar GroenLinks, de SP en de PvdA zich in een niet eerder vertoonde manifestatie van samenwerkingsdrang voortdurend gezamenlijk meldden bij de interruptiemicrofoon. Zij gaan zich maximaal afzetten tegen het hele inkomensbeleid en de belastingmaatregelen van Rutte III. Maar op hun beurt kampen zij met de handicap dat ze met z'n drieën minder zetels hebben dan de PvdA tot voor kort nog voor zichzelf had. Dat maakt het moeilijk om een vuist te maken.

Wie iets in de melk te brokkelen wil hebben, zal het moeten zoeken in een subtiele mix van obstructie en de bereidheid om samen te werken

Daar ligt dan ook de les van deze week voor de oppositie. Wie iets in de melk te brokkelen wil hebben, zal het moeten zoeken in een subtiele mix van obstructie en de bereidheid om samen te werken. De kwetsbaarheid van Rutte III ligt immers in de veelkleurigheid van de eigen coalitie, die in beide Kamers getalsmatig zo kwetsbaar is. Elke vorm van opstand in eigen gelederen, die zeker gaat komen, kan alleen worden gepareerd door samenwerking met andere partijen.

Nu Wilders en Baudet hoofdzakelijk met hun eigen agenda in de weer zijn, liggen daar vooral voor het linkerkamp kansen om invloed uit te oefenen. Donderdag zagen we het eerste voorbeeld: zodra het verzet solide bleek tegen de bezuiniging op de wijkverpleging - een plan waar niemand op zat te wachten - koos Rutte eieren voor zijn geld. Als Klaver, Roemer en Asscher het slim spelen, moet het mogelijk zijn om het beleid vaker in hun richting bij te buigen. Het wordt interessant om te zien of ook een partij als de SP dat spel om de macht nu eens in de vingers krijgt.

Rutte zelf toonde zich donderdag bewust van de situatie en leverde er meteen een beeld bij, aan de hand van een door het kabinet gekoesterd icoon: 'De Nachtwacht toont het moment dat een groep mensen in beweging komt. Die beweging komt vanuit het midden, terwijl verschillende personen daaromheen hun plaats en positie nader bepalen. Mogelijk gaat de beweging in de richting van een deur, mogelijk staat die deur ook op een kier en volgt het startsignaal: we gaan! Ik vraag u: gaat dat zien en doe mee.'

Dat biedt perspectief, want van samenwerking kan het kabinetsbeleid beter worden: het immigratiebeleid breder gedragen, het inkomensbeeld evenwichtiger en het klimaatbeleid concreter. Dat vergroot de kans dat Rutte III niet alleen de praktische uitkomst is van de stembusgang maar ook uitgroeit tot een verkiezingsresultaat waarin de meerderheid van het land zich herkent.