Sint en Piet op bezoek bij een universitaire campus.
Sint en Piet op bezoek bij een universitaire campus. © Dolph Cantrijn/Hollandse Hoogte

Universiteit ontwijkt het Zwarte Piet-debat

De universiteiten laten de kans liggen om een wezenlijke eigen bijdrage te leveren aan het Zwarte Piet-debat.

Nederlandse universiteiten zijn te weinig uitgesproken in de maatschappelijke ontwikkelingen rond Zwarte Piet, in een tijd dat zelfs de minister zegt dat universitair onderzoek dichter op de samenleving zou moeten zitten. Universiteiten geven daardoor een verkeerd signaal af over maatschappelijke verantwoordelijkheid en de publieke waarde van de universiteit.

Echter, de uitspraak van de Raad van State kan geen richtlijn zijn voor de universiteitsbesturen

Zoals veel bedrijven en instellingen organiseren ook onze universiteiten ieder jaar sinterklaasvieringen voor hun personeelsleden en familie. Dat is een mooie traditie die de werknemers ook weer even als gemeenschap verbindt. Tot onze teleurstelling blijken de universiteiten zich echter verre van de maatschappelijke ontwikkelingen te willen houden. Er worden enkele marginale aanpassingen gepleegd op grond van het maatschappelijk debat, bijvoorbeeld door alleen nog van Pieten te spreken en enkele Pieten van kleur te laten veranderen. Het merendeel van de Pieten behoudt echter een traditionele bruine / zwarte schmink, krullenpruik en rode lippenstift.

Bij de universiteitsbesturen lijken bij die passieve opstelling twee argumenten te spelen: de uitspraak van de Raad van State als een soort wettelijke en ethische richtlijn om je niet (van bovenaf) met de inhoud van de viering te bemoeien en het pas stelling willen nemen nadat het maatschappelijke debat eerst nauwkeurig is gevolgd. Om pas daarna eventueel een stelling in nemen. Echter, de uitspraak van de Raad van State kan geen richtlijn zijn voor de universiteitsbesturen.

Deze uitspraak ging over een intochtverbod en de rol van de burgemeester die dat moet faciliteren, maar ging niet over de inhoud van de sinterklaasviering. In ons geval organiseren de universiteiten het sinterklaasfeest wel zelf, geven het dus ook zelf vorm en inhoud.

Universiteiten zijn in zichzelf al sociale laboratoria die zich bij uitstek in hun ethische en academische bewegingsruimte en verplichtingen actief open (moeten) stellen voor maatschappelijke ontwikkelingen op gebieden waar zij zelf ook onderzoek naar (laten) doen. Het zou juist hun plicht moeten zijn om vanwege het in hen gestelde publiek (gefinancierde) vertrouwen - binnen de wettelijke kaders - maatschappelijke kennis te stimuleren en sociale rechtvaardigheid en inclusiviteit te bevorderen.

De academie is immers de plek die gebruik kan maken van haar intellectuele kapitaal om constructieve en innovatieve oplossingen aan te dragen voor maatschappelijke problemen en sociale vraagstukken. Wij doen namelijk onderzoek naar (de functie van) tradities, wij doen onderzoek naar ongelijkheid, insluiting en uitsluiting, etniciteit en diversiteit.

Debat is juist deel van ons instrumentarium en onze taak. Het substantieel herzien van de sinterklaasviering aan onze universiteiten zou bij uitstek een kans zijn geweest om wetenschappelijke kennis duidelijk zichtbaar te gebruiken en maatschappelijk relevant te maken. Daarop wordt onderzoek tegenwoordig afgerekend.

De academie is immers de plek die gebruik kan maken van haar intellectuele kapitaal om constructieve en innovatieve oplossingen aan te dragen voor maatschappelijke problemen en sociale vraagstukken

Dat de universiteiten het publieke debat in de gaten houden, maar daarin vooral volgend zijn en daaraan geen wezenlijke eigen bijdrage leveren met eigen sinterklaasvieringen is dan ook niet alleen jammer, maar ook weinig consequent. Daarmee maken ze een statement richting de werknemers en hun families, maar ook naar hun studenten en het publiek in het algemeen: de bezorgdheid over het raciaal-stereotyperende karakter van de huidige Piet moet (voorlopig) worden genegeerd. Dat is een ongelukkige houding voor instellingen met sterke internationale ambities, om maar te zwijgen van de cultureel diverse gemeenschappen die zij met hun studentpopulaties en wetenschappers zelf vormen en de omringende gemeenschap, waar zij zo graag aansluiting mee willen hebben.

Daarmee laten onze universiteiten opnieuw kansen onbenut. Een creatieve en innovatieve omgang met dit debat en de vormgeving daarvan in de eigen sinterklaasvieringen is immers een uitgelezen mogelijkheid to practice what you preach. En dan gaat het uiteindelijk niet over die Piet, maar over de inclusiviteit van de gemeenschap waarin wij willen leven en welke rol de universiteiten daarin willen spelen.