Sander Donkers
Sander Donkers © Berto Martinez

Tegelijk intens verdrietig en volmaakt gelukkig op een bergflank

Column Sander Donkers

Wat ik zocht was het openingsbeeld uit de filmversie van De Naam van de Roos. Wat ik kreeg, kwam dichtbij genoeg. Geen mannen in monnikspijen op ezels, maar een vijftal dierbaren en onze kinderen, allemaal behangen met rugzakken als voor een pelgrimage. Geen over een dramatische bergrug gedrapeerd klooster, maar een stokoud kapelletje en een bergmeer op 2.500 meter hoogte. En vlak daarnaast onze rifugio, Italiaans voor 'naar gestold zweet meurende berghut'.

Overnachten in zo'n hut is de prijs die je betaalt voor de schoonheid van het hooggebergte. Vanuit de bewoonde wereld kun je niet in één dag op en neer, en dus ben je aangewezen op sombere stenen gebouwen met slaapzalen vol wrakke stapelbedden, waar je moet lopen op crocs die vele zweetvoeten hebben gedragen, en waar je van alles kunt eten zolang het maar een variatie is op het thema gesmolten kaas, spek en ui.