'De overheid legt alle erkende vormen van kinderdagopvang regels op die worden geschreven op de praktijk van de professionele kinderopvang.'
'De overheid legt alle erkende vormen van kinderdagopvang regels op die worden geschreven op de praktijk van de professionele kinderopvang.' © ANP

'Steun ouders die de kinderopvang zelf willen doen'

Doorgeschoten regelgeving dreigt goedkope kinderopvang door de ouders zelf onmogelijk te maken, stellen Mark Sanders en Micha de Winter. 'Dat de regels die in de reguliere opvang gelden voor ouderparticipatiecrèches niet uitvoerbaar zijn, betekent dus niet dat hun kwaliteit minder zou zijn, integendeel.'

 
Al drie jaar lang vechten zogenaamde ouderparticipatiecrèches (OPC's) voor hun voortbestaan. Omdat ze disfunctioneren? Nee, omdat ze niet goed binnen de regels van de overheid passen.

Er is veel te doen over de kinderopvang. Ondernemers gaan massaal kopje-onder en ouders maken zich zorgen over de kwaliteit en continuïteit. Tegelijkertijd zijn sinds het Hofnarretje de teugels, niet alleen op het gebied van de veiligheid, strak aangetrokken. Je zou denken dat de regering alternatieven met open armen zou verwelkomen. Zeker als die oplossingen goedkoop zijn en naadloos aansluiten bij de participatiesamenleving die dit kabinet zegt voor te staan.

Niets lijkt echter minder waar. Al drie jaar lang vechten zogenaamde ouderparticipatiecrèches (OPC's) voor hun voortbestaan. Omdat ze disfunctioneren? Nee, omdat ze niet goed binnen de regels van de overheid passen. In OPC's organiseren ouders zelf, dus zonder hulp van betaalde professionals of de overheid, de opvang voor hun kinderen. Dat is goedkoper, maar niet slechter.

Het probleem: de overheid legt alle erkende vormen van kinderdagopvang regels op die worden geschreven op de praktijk van de professionele kinderopvang. En naarmate die regels strenger en gedetailleerder worden, komen er steeds meer regels bij die niet passen in de praktijk van de ouderparticipatiecrèche. Nog veel belangrijker, omdat de professionele opvang zelf meetbare en toetsbare kwaliteitsnormen mag stellen, ontbreken de criteria die juist de belangrijke meerwaarde van een ouderparticipatiecrèche meten.

Discussie over opleidingseisen
Zo ontstond in 2010 een discussie over de opleidingseisen voor leidsters. De professionele partijen kwamen overeen dat een mbo-3-diploma minimaal nodig zou moeten zijn. Die eis werd hun vervolgens opgelegd. Het behoeft geen betoog dat een dergelijke eis aan ouders, die naast hun dagelijkse werk een dagdeel in de OPC draaien, niet werkbaar is. OPC's worden op dit punt al sinds 2012 gedoogd. Let wel: ouders die samen hun kinderen opvoeden worden 'gedoogd'!

De discussie lijkt zich nu echter toe te spitsen op de zogenaamde vaste-gezichtenregel. Een regel die onder druk van ouders is opgesteld om een einde te maken aan de vaak onverantwoord vele personeelswisselingen die zich in de professionele kinderopvang voordeden. Een regel die het aantal gezichten op weekbasis beperkt, maar voor de stabiliteit van de pedagogische omgeving op langere termijn hoegenaamd niets garandeert.

Ouders in een ouderparticipatiecrèche kunnen roostertechnisch niet aan de regel voor professionals voldoen, maar bieden op andere punten minstens zoveel sociaal-emotionele veiligheid. Zo vormen de ouders door hun verplichte wekelijkse aanwezigheid op de crèche en het feit dat alle leidsters (m/v) pappa's en mamma's van groepsgenootjes zijn een heel natuurlijke en stabiele gemeenschap voor het kind.

 
Professionele dagopvang voor kinderen van een acceptabel kwaliteitsniveau is schreeuwend duur.

Kwaliteit is niet minder
Dat de regels die in de reguliere opvang gelden voor OPC's niet uitvoerbaar zijn, betekent dus niet dat hun kwaliteit minder zou zijn, integendeel. Maar wel anders. Daarom is het oneigenlijk om OPC's met de criteria te beoordelen die de professionele dagopvang zichzelf oplegt. Ouders die samen opvoeden, dwingen zichzelf met elkaar in discussie te gaan over opvoedingskwesties. Zij nemen hetgeen ze in de crèche van elkaar leren mee naar huis. Zo ontstaat voor de kinderen niet alleen een goede opvang van 9 tot 5, maar komen thuis en crèche ook nog eens in elkaars verlengde te liggen.

Ouders dwingen zichzelf om te reflecteren op hun eigen en andermans pedagogisch handelen. Dat schuurt en botst soms, maar het komt de opvoeding onmiskenbaar ten goede. Ouders leren zo immers op een vanzelfsprekende manier om kinderen en elkaar aan te spreken op hun gedrag. Dat leidt tot een pedagogische civil society, die zijn meerwaarde heeft ver buiten de dagelijkse opvang. Het mooiste is nog dat dit voor ouders en Rijk voor minder dan eenderde van de kosten kan.

Schreeuwend duur
Professionele dagopvang voor kinderen van een acceptabel kwaliteitsniveau is schreeuwend duur. Een (jong)volwassene met een mbo-diploma verdient zeker geen topsalaris, maar dat salaris moet worden gedeeld over maximaal 6 tot 8 kinderen. En dan tellen we overhead, rente, winstmarge en faciliteiten nog niet mee. Zonder subsidie kan de professionele opvang, zo blijkt wel uit de golf van faillissementen en sluitingen van afgelopen jaar, domweg niet uit.
OPC's hanteren bruto uurtarieven van tussen de 1 en 3 euro per uur.

Daarvan betalen OPC's werkelijk gemaakte kosten als huur en vaste lasten, maar dus geen loon, winst en rente. Dat maakt dat de overheid in die laatste kosten ook gewoon niet hoeft bij te springen. OPC's laten zien dat de participatiesamenleving al veertig jaar werkt. Een andere, maar zeker niet mindere kwaliteit voor aanzienlijk minder geld. In tijden van crisis toch niet te versmaden?

Mark Sanders is docent economie aan de UU. Micha de Winter is hoogleraar pedagogiek aan de UU. Beiden waren als ouder betrokken bij OPC de Krakeling in Utrecht.

De overheid moet kinderopvang door ouders stimuleren.

  • 70% (1960)

    Eens

  • 30% (844)

    Oneens

2804 stemmen